Wat we kunnen leren van literaire meesterwerken, deel 5: John Steinbeck ‘De Druiven der Gramschap’ uit 1939

De huidige recessie die we mogen verwachten ‘post COVID-19’ wordt dikwijls vergeleken met de financiële crisis van 2008, waarschijnlijk omdat ze nog het meest vers in het geheugen staat gegrift. Maar steeds meer economisten zien eerder de Grote Depressie uit de jaren dertig als vergelijkingspunt.

In de Verenigde Staten zijn er meer dan 30 miljoen werklozen bijgekomen op één maand tijd en het ziet er naar uit dat deze groep, zonder gezondheidsverzekering, snel in de problemen zal geraken wanneer de tijdelijke overheidssteun wegvalt. En niemand die deze periode scherper heeft beschreven dan de Nobelprijswinnaar John Steinbeck .

In de ‘Druiven der Gramschap’ beschrijft hij de lotgevallen van de familie Joad, een arme landbouwersfamilie die noodgedwongen wegtrekt uit het volledig droge en heetgeblakerde Oklahoma, op zoek naar een beter leven in Californië, ook toen al het Walhalla voor vele Amerikanen. In die tijd de heimat van grote landbouwbedrijven waar druiven en sinaasappels welig bloeiden. Steinbeck beschrijft die reis die via Route 66 loopt door New Mexico en Texas.

Verwacht je niet aan scènes uit Easy Rider met in de achtergrond The Doors. Nee, beeld je eerder een calvarietocht in op de tonen van Springsteens klassieker ‘The Ghost of Tom Joad’, in een aftandse truck waar alle familieleden – inclusief een verloren gelopen ex- predikant – opeengestapeld zijn, samen met hun hele hebben en houden, overlevend op stukjes maïsbrood en gerantsoeneerd water.

De enigen die met opgeheven hoofd uit deze zwarte periode van de Amerikaanse geschiedenis komen, zijn de armen zelf, die zelfs in uiterste nood het laatste voedsel met elkaar delen

Wanneer ze dan uiteindelijk in Californië aankomen, wacht hen alleen maar exploitatie en ontbering. De familie verliest ook heel wat leden onderweg. De meest schrijnende dood is deze van de grootvader, een humoristische kranige oude knar die stopt met leven nadat ze de boerderij hebben achtergelaten. Een thuis, hoe ellendig ook, is dikwijls nog altijd te verkiezen boven een leven op de vlucht.

Voor zij die verwachten dat dit boek een ‘Hollywood happy end’ kent, komt bedrogen uit. Als je denkt dat het niet meer erger kan, is er toch nog grotere miserie die de familie treft. Sporadisch zijn er lichtpunten voor de familie, zoals hun verblijf in een overheidskamp waar ze voor de eerste keer de kans krijgen op een toilet te zitten, een hilarische scène, maar in het hoofdstuk daarna slaat Steinbeck weer hard toe als hij beschrijft hoe de hele familie al weken geen geld meer heeft om voedsel te kopen en ze moeten wegtrekken naar een nieuwe boerderij waar ze de hele dag perziken moeten plukken in helse omstandigheden om ‘s avonds met het zuurverdiende geld in de lokale shop tegen woekerprijzen alles terug te moeten uitgeven.

Het hele boek is één grote aanklacht tegen het kapitalisme. De vertegenwoordigers van dit ultraliberalisme zijn in eerste instantie de banken, die Steinbeck via de hoofdpersonages beschrijft als monsters, die niet ademen maar wel rente eten en die permanent moeten gevoed worden. Hoewel de bank bestaat uit mensen staat de bank boven alles en kan je zelfs geen wraak nemen.

Vervolgens gaat hij tekeer tegen de megaboerderijen die samenspannen met de lokale politie om opstanden te vermijden – de periode luidde de opkomst van de vakbonden in – en die door monocultuur de bodem uitmelken. Hij beschrijft tractors als tanks, oorlogstuig dat de lokale landbouwers verdrijft om er grote landbouwvelden van te maken.

Haarfijn en in zijn staccato ritme, typisch aan zijn schrijfstijl waar hij snelheid maakt door korte ritmische zinnen en waardoor er geen dood moment is in deze klassieker, legt hij uit hoe de grootgrondbezitters gebruik maken van artificiële prijszetting en verticale integratie om de hele keten van productie tot verkoop te beheersen, de voorlopers van de gekende monopolies die de Amerikaanse landbouw beheersen. Het recente probleem van de vleesbevoorrading in de VS is te wijten aan het stilleggen van een aantal fabrieken van Tyson Foods die 40 procent van de vleeshandel controleert.

John Steinbeck en zijn vrouw in Londen, 1962. Foto: AP Photo

Daarnaast zet zijn boek ook migratie en de harde reactie van de lokale bevolking in de schijnwerpers. De ‘Okies’, zoals ze gekend waren in de volksmond, een scheldnaam die je kan vergelijken met ‘nikkers’ maar dan voor blanken, worden omschreven door de inheemse bevolking als wezens die geen mensen zijn, zonder verstand en gevoel. En ook hier zie je de natuurlijke reactie van die landverhuizers om samen te klitten en elkaars miserie te delen, een kleine bron van troost in een grote poel van kommer en kwel.

Al deze ellende mondt uit in schrijnende armoede, waar hongersnood leidt tot een eindeloze rij van levende lijken, opgezwollen buiken en doodgeboren baby’s, waar kinderen bedelen voor een lepel pap of soep en waar moeders zich elke avond afvragen wat ze in hemelsnaam deze avond zullen koken.

De enigen die met opgeheven hoofd uit deze zwarte periode van de Amerikaanse geschiedenis komen, zijn de armen zelf, die zelfs in uiterste nood het laatste voedsel met elkaar delen, waar een maaltijd – hoe simpel ook – een feest wordt en waar, ondanks het gebrek aan geld, ze nog altijd trachten hun doden op een eervolle manier te begraven. Het boek zit dan ook vol van filosofische waarheden, die niet van wel doorvoede intellectuelen als Socrates of De Montaigne komen, maar uit de mond van de spartelende volksmens, die elke dag moedig het noodlot dat hun is toebedeeld tracht overstijgen.

De vraag dringt zich op hoe we anno 2020 met armoede zullen omgaan, in een maatschappij waar er veel meer behoeften zijn die in de westerse wereld moeten worden ingevuld gaande van lopend water tot mobiele telefoons, extra’s die noodzaken zijn geworden. Het lijkt erop dat we versneld evolueren naar een maatschappij die de Israëlische historicus Yuval Harari beschrijft in zijn laatste boek ‘21lessen voor de 21ste eeuw’ waar een klein deel van de maatschappij nog zinvol en goed betaald werk heeft – getuige de versnelde automatisatie die de bedrijven nu halsoverkop inzetten en een doorgedreven digitalisatie – en waar de rest moet leven van een universeel basisinkomen, een recht waar de zuiderse leden van de Europese Unie zoals Spanje en Portugal vandaag al voor pleiten.

Iedereen zal dan wel iets te eten hebben en zal gevoed worden met eindeloos veel entertainment, zoals Nirvana zo wonderwel beschrijft in hun megahit, – panem et circenses voor iedereen – maar het zal voor velen ontbreken aan een zinvolle invulling van het leven. Want hoeveel en hoe graag we ook klagen over werk, het blijft met voorsprong de beste basis om een gezonde solidaire samenleving uit te bouwen en te onderhouden. COVID-19 heeft beslist om die optie alvast te elimineren.

Alle delen:

Deel 1: Viktor Frankl ‘De zin van het bestaan’ uit 1946 over mentale weerbaarheid en zingeving

Deel 2: Albert Camus ‘La Peste’ uit 1947 over collectief menselijk gedrag in crisistijden

Deel 3: George Orwell ‘1984’ uit 1949 over vrijheid, privacy en waarheid

Deel 4: Amor Towles ‘De Graaf van Moskou’ uit 2016 over vriendschap en de kleine dingen des levens

Deel 5: John Steinbeck ‘De druiven der gramschap’ uit 1939 over ongelijkheid, armoede en migratie