Wat muizen ons kunnen leren over huidhonger

Al wekenlang niet knuffelen met mensen die je graag ziet, het is voor velen een opgave. Neurowetenschappers legden een uniek mechanisme bloot bij muizen, dat zou kunnen verklaren waarom social distancing ons zo zwaar valt. 

Wat motiveert zoogdieren om hun geliefden na een periode van afwezigheid opnieuw te zien? Die vraag stelde neurowetenschapper Zoe Donaldson en haar team zich in een studie die gepubliceerd werd in Proceedings of the National Academy of Sciences. ‘Om een goede band met iemand op te bouwen op lange termijn, moet er een motivatie zijn om die persoon terug te zien als hij of zij niet in de buurt is’, aldus hoofdauteur Donaldson, assistent-professor gedragsbiologie en neurowetenschap aan de universiteit van Colorado Boulder. ‘Met onze studie probeerden we de neurologische basis bloot te leggen van die motivatie tot hereniging met iemand die je graag ziet.’ 

Unieke biologische drijfveer

Donaldson en haar collega’s deden experimenten bij tientallen prairiewoelmuizen, een dier dat – net als de mens overigens – behoort tot de 3 à 5% van de zoogdieren die relationele banden scheppen voor het leven en monogaam zijn. Door hun gedrag en breinactiviteit te bestuderen, probeerden ze beter te begrijpen welke breinregio’s op cellulair niveau onze impulsen motiveren om een langdurige liefdevolle relatie met iemand uit te bouwen. Ze brachten via minuscule camera’s de hersenactiviteit van tientallen woelmuizen in kaart op drie tijdstippen: wanneer ze net een andere woelmuis leerden kennen, drie dagen nadat ze gepaard hadden en twintig dagen nadat ze als koppeltje waren samengehokt. De onderzoekers observeerden ter vergelijking ook hoe de dieren met muizen interageerden waarmee ze geen relationele band opbouwden. 

We ervaren nu het emotionele equivalent van niet kunnen eten als je honger hebt.

Neurowetenschapper Zoe Donaldson

Uit de observaties blijkt dat er een unieke cluster van cellen oplicht in de hersenen van de muizen, wanneer ze opnieuw in contact komen met geliefden waarvan ze lange tijd gescheiden werden. Hoe langer de muizen al een band hadden voor ze van elkaar werden gescheiden, hoe sterker het oplichtend deel in hun brein. Op basis van deze studie stellen de wetenschappers dat monogame zoogdieren mogelijk zijn voorgeprogrammeerd om een sterke band op op te bouwen met anderen. We hebben vermoedelijk een unieke biologische drijfveer om opnieuw in contact te komen met de mensen die we graag hebben, klinkt het.

Emotionele honger

Het is nog niet duidelijk of die specifieke ‘neurale code’ bij prairiewoelmuizen ook bij mensen geobserveerd kan worden. Daarvoor is meer empirisch onderzoek nodig, aldus de onderzoekers. Wel ziet Donaldson in deze bevindingen een mogelijke verklaring waarom social distancing ons vandaag zo moeilijk valt. Huidhonger – het verlangen om te worden aangeraakt door mensen die je graag hebt maar waarvan je nu gescheiden bent – speelt in coronatijden onmiskenbaar de kop op. ‘We zijn op unieke wijze voorgeprogrammeerd om contact te zoeken met onze geliefden als we troost nodig hebben, en dat gaat vaak gepaard met fysieke aanrakingen’, aldus de onderzoekster. 

Social distancing zorgt voor een mismatch tussen wat ons brein wil en de praktijk

‘De negatieve emoties die velen van ons nu ervaren door social distancing, kunnen het resultaat zijn van een mismatch tussen het brein en de praktijk. Er is een signaal in onze hersenen dat aangeeft dat we een beter gevoel zullen krijgen als we samenkomen met onze geliefden, terwijl dit door de praktische restricties niet mogelijk is. Je kan het zien als het emotionele equivalent van niet kunnen eten als je honger hebt. Maar in plaats van eens één maaltijd over te slaan, scheuren we van de honger.’ 

Behalve een potentiële verklaring voor het gemis van dierbaren, kan de studie ook als basis dienen om inzicht te verwerven in aandoeningen als autisme, depressie of bepaalde stoornissen, waarbij individuen moeilijk emotionele banden kunnen opbouwen. Ook daar zien Donaldson en haar team nog veel potentieel voor verder onderzoek.