Wat is er zo bijzonder aan de boodschap van Yuval Harari?

Het buitengewone succes van Yuval Noah Harari is deels te danken aan de robuuste manier waarmee hij korte metten maakt met die oude manier van kijken naar onze wereld en hoe die tot stand kwam. Hoe doet hij dat?

We hebben altijd geloofd dat geschiedenis het resultaat was van menselijke beslissingen: een proces dat uitgevoerd wordt binnen het domein van de menselijke vrijheid en een uniek legaat dat wij alleen, van alle dieren, kunnen vatten. Of, de geschiedenis heeft geen betrekking op de biologie van het menselijk organisme, maar op het zelfbewustzijn van de mens en een wereld van betekenissen waartoe wij alleen de sleutel bezitten. Uit die houding ten opzichte van het verleden is de verdeling van onze wereld in regio’s, beschavingen en tijdperken voortgekomen, eentje waar we vandaag de dag nog angstvallig (en opnieuw feller, getuige de populariteit van nationalisme aan de stembus) aan vasthouden.

Het klopt dat op korte termijn geschiedenis geschreven kan worden als het verhaal van bewuste acties van kleinschalige sociale groepen. En we zijn gewend geraakt aan de bredere geopolitieke geschiedenis die nationale, taalkundige en religieuze grenzen overschrijft. Maar Harari behoort tot een nieuw type historicus – iemand die ons verleden ziet als een biologisch proces dat niet meer is dan een aflevering in het bredere biologische verhaal van de planeet.

Onze soort is vernoemd naar zijn onderscheidende kenmerk – homo sapiens, de verstandige soort. Ze is de culminatie van andere intelligente, werktuigbouwende, gemeenschapsopbouwende soorten mensachtigen vóór ons. Er is geen radicale breuk geweest die ons, homo sapiens, tot stand gebracht heeft, geen goddelijke interventie, maar alleen een gestaag proces van aanpassing. Het was een kwestie van incrementele overgangen tegen een achtergrond van enorme geologische calamiteiten. Dat verhaal omvat de verandering van jager-verzamelaar naar boer, de ontwikkeling van taal en symbolisch gedrag, de cognitieve revolutie die ons in staat stelde om verleden van toekomst te onderscheiden, het mogelijke van het onmogelijke, waarheid van fictie.

Natuurlijk beschouwen wij de gave van het kunnen redeneren als vanzelfsprekend, schrijft Harari. We kunnen ons nauwelijks een wereld voorstellen waarin mensachtigen niet communiceren via symbolen, of waarin we niet het verleden van de toekomst kunnen onderscheiden, of niet het verschil zien tussen waar en vals en goed en fout. Maar gedurende vele millennia misten onze voorouders die capaciteiten. En het was alleen bij toeval dat ze het overleefden.

Exit Aristoteles

Vanuit een puur biologisch perspectief gebeurde dat zonder doel, en volgens Harari kunnen daarmee de teleologische wetten op de schop. En dat is geen kleine propositie: de gedachte dat alle dingen een doeleinde (telos) hebben, was een kernpunt in de filosofie van Aristoteles.

Ze werd opgenomen in de joodse en christelijke theologie en heeft grote invloed op de westerse filosofie en scholastieke traditie gehad.

We moeten volgens Harari ook durven toegeven dat ons succes in de biologische loterij de biosfeer van onze planeet niet ten goede kwam. Van de drie meest recente grote extincties die onze planeet getroffen hebben, zo stelt Harari, zijn mensen verantwoordelijk voor twee: een eerste die de grotere zoogdieren vernietigde en één extinctie-event, de holocene extinctie, die momenteel aan de gang is. Het huidige grote uitsterven van soorten wordt geschat op honderd tot duizend keer hoger dan wat ‘normaal’ is. Harari – een overtuigd veganist – staat daarin niet alleen aan de kant van de dieren, hij is ervan overtuigd dat we rechten moeten verlenen aan dieren. Zoals hij het formuleert: ‘Zelfs als we slechts een tiende accepteren van wat dierenrechtenactivisten beweren, dan is de moderne industriële landbouw nog steeds de grootste misdaad in de geschiedenis.’

Harari denkt trouwens dat wat we zien als ‘rechten’ niet meer dan ficties zijn – net zozeer als alle morele claims die we als mens koesteren. Maar die ficties hebben macht, zegt hij, en dat geldt vooral voor de ficties die gepropageerd werden in naam van religie. Onze goden vervulden zo een vitale en levensverbeterende functie. Ze verenigden ons in grotere groepen dan families en stammen, gaven ons schoonheid en deden een beroep op de offers die in hun naam ondernomen worden, en ze waakten over de voortplantingsrituelen. Door middel van hen hebben we onze wereld getransformeerd van een habitat naar een thuis.

Dat was volgens Harari allemaal een bijproduct van de grote cognitieve revolutie, waarbij mensen begonnen te denken en praten over andere dingen dan de objecten in ons onmiddellijke waarnemingsveld: dingen uit het verleden, toekomstige dingen, het mogelijke, het denkbeeldige, het niet-bestaande. Dingen die we missen.

‘Zelfs als we slecht een tiende accepteren van wat dierenactivisten beweren, dan is de moderne industriële landbouw nog steeds de grootste misdaad in de geschiedenis’

Het belang van collectieve verbeelding

Belangrijk in de visie van Harari is dat we ons niet alleen als mens dingen kunnen inbeelden, maar dat we dat ook collectief kunnen doen. We kunnen zo geloven in gemeenschappelijke mythen, scheppingsverhalen, verhalen over collectief lijden en triomfen en de ‘nationalistische mythen van moderne staten’. Die mythen hebben sapiens het ongekende vermogen gegeven om in grote aantallen samen te werken en tegenspoed te overwinnen.

Dat geldt evenzeer voor de moderne op geld en krediet gebaseerde economie als voor de moderne opvattingen van morele en politieke orde. Dingen zoals de dollar, mensenrechten en de Europese Unie bestaan in de gedeelde verbeelding van miljarden mensen en daarom kan geen enkel individu het bestaan ervan bedreigen volgens Harari. Anders uitgelegd: als alleen jij zou stoppen met te geloven in de dollar, in mensenrechten of in de EU, zou dat niet veel uitmaken. Om ze te veranderen, moeten we tegelijkertijd het bewustzijn van miljarden mensen veranderen.

We kunnen de ene ingebeelde orde alleen afschaffen door die te vervangen door een andere, betoogt Harari. Want religies worden in de regel niet vernietigd door wetenschappelijke kennis, maar alleen door andere religies. Onder de religies ziet Harari ook het communisme, het nationalisme en het neoliberalisme: geloofssystemen die ontstaan zijn naarmate de Europese beschaving haar geloof in de joods-christelijke God verloor en in plaats daarvan de mens ging aanbidden.

Harari onderscheidt de collectieve verhalen waarvan we ondertussen wel weten dat ze onjuist zijn van die waarvan we afhankelijk zijn in onze dagelijkse omgang. Hij neemt het voorbeeld van het moderne bedrijf. Een bedrijf heeft, hoewel het door juridische instrumenten opgericht is, een aanwezigheid in onze wereld die vergelijkbaar is met die van jou en mij. Het kan bezittingen hebben, beslissingen nemen, geld schuldig zijn, geschenken geven en vrijgevig, streng of vriendelijk zijn. Het kan zelfs misdaden begaan. Toch is het volgens Harari in de fond net zozeer een verzonnen entiteit in onze gedeelde verbeelding.

Het is iets waar nogal wat filosofen het niet echt eens zijn met Harari. Voor die filosofen kunnen de dingen die Harari beschrijft als intersubjectief ook objectief reëel zijn. Hoe kunnen we het echte onderscheiden van het onwerkelijke en het louter echte van het echte echte onder Harari’s ficties?

Navigeren in gevaarlijk water

Harari geeft in Sapiens: Een kleine geschiedenis van de mensheid enkele voorbeelden aan van de manier waarop zo’n uitstorting van menselijk vertrouwen in iets onechts gekristalliseerd kan worden tot iets waarvan we allemaal overtuigd zijn dat het wél echt is. Ons financiële stelsel bijvoorbeeld bestaat bij gratie van vertrouwen tussen miljoenen vreemden, die allemaal begrijpen dat beloften verplichtingen zijn en dat verplichtingen helemaal geen ficties zijn, maar deel uitmaken van de structuur van de werkelijkheid. Harari beschrijft in zijn boek de opkomst van de kredieteconomie en laat zien hoe die institutionele entiteiten niet alleen het resultaat zijn van menselijke beslissingen, maar ook echte en duurzame ontdekkingen, zoals de regels van de wiskunde.

Het is heel wat om te verteren – en wat moeten we ermee? Zet je dromen en illusies opzij, vertelt Harari ons, en erken dat we geëvolueerde wezens zijn waarvan de cognitieve capaciteiten opgeslagen zijn in een digitaal georganiseerd brein. Je zult zien dat zelfs de meest mysterieuze (en geromantiseerde) dingen waarvan we denken dat ze ons als mens uniek maken – liefde, vertrouwen, geloof, opoffering … – niet meer zijn dan een fantasierijke weerspiegeling van een of ander biologisch feit. Ons denken kan onze biologie verfraaien, maar ze nooit ontkennen.

Daarmee belandt Harari in gevaarlijk, politiek incorrect vaarwater. Het is misschien wel oké om toe te geven dat we geregeerd worden door biologische wetten in onze moderne maatschappij, maar het is niet oké om die waarheid te gebruiken om de ene soort mens van de andere te onderscheiden. Wat Sapiens ook zo’n bijzonder boek maakt, is dat Harari er toch helder in slaagt zijn biologische determinisme te combineren met eerbiedige knikjes naar de heersende liberale orthodoxie.

In feite definieert Harari zichzelf in Sapiens als een liberale universalist, die naties, stammen en exclusieve gemeenschappen ziet als obstakels voor de nieuwe wereldorde. Maar hij beseft dat de meesten van ons geen liberale universalisten zijn, en is ook bereid toe te geven dat net dat een reden kan zijn dat we het als mensheid tot nu toe overleefd hebben. In zijn tweede boek, Homo Deus, geeft Harari toe dat democratie afhankelijk is van beperkte loyaliteit, omdat mensen zich alleen gebonden voelen door democratische verkiezingen als ze ook gebonden zijn door wederzijds vertrouwen.

‘Onze cognitieve vermogens’, betoogt Harari, ‘hebben ons intersubjectieve paden rond objectieve beperkingen gegeven.’ We hebben zo doelen bereikt die we nooit bedoeld hadden en die niet bereikt konden worden met een expliciet plan. Maar dat doet de vraag rijzen of – en zo ja, hoe – we onze steeds toenemende kennis moeten toepassen in onze plannen voor de toekomst. Het is op die vraag dat Harari een antwoord probeert te geven in de opvolger van Sapiens, Homo Deus: Een kleine geschiedenis van de toekomst.

De modern deal en zijn ontsnappingsclausule Harari staat sceptisch tegenover onze progressieve illusies – onze obsessie met economische groei, de transhumanistische ambities om ons steeds langer te doen leven en uiteindelijk zelfs de dood te overwinnen, de gijzeling door de suikerzoete consumptiemaatschappij en onze poging om alleen voor het comfort van het wezen te leven.

Maar hij heeft ook een subtielere reactie op wat hij de ‘modern deal’ noemt, die ‘ons macht en drijfkracht biedt, op voorwaarde dat we afzien van ons geloof in een groot kosmisch plan dat zin geeft aan het leven. Want als je de deal goed bekijkt, vind je een sluwe ontsnappingsclausule: als mensen er op de een of andere manier in slagen betekenis te vinden zonder het te verhalen op een groot kosmisch plan, wordt dat niet beschouwd als een contractbreuk.’

‘Wat gebeurt er als de menselijke ervaring gewoon het zoveelste product wordt, in wezen niet anders dan enig ander item in de supermarkt’

De naam van die ontsnappingsclausule is volgens Harari humanisme, ‘een revolutionair nieuw credo dat de wereld de afgelopen eeuwen veroverd heeft’. Het is een credo dat in vele vormen bestaat – liberaal, socialistisch, evolutionair en zelfs nationalistisch. Het heeft ons geleid naar de grote vernietigende oorlogen van de twintigste eeuw en naar de gruwelen van het totalitarisme, maar ook naar de moderne vrije economie met zijn ongekende welvaart en de uitbreiding van rijkdom over de hele wereld. ‘Maar wat zal er gebeuren’, vraagt Harari, ‘als we ons realiseren dat klanten en kiezers nooit vrije keuzes maken, en als we eenmaal de technologie hebben om onze gevoelens te berekenen, ze te ontwerpen of ze te slim af te zijn? Wat gebeurt er als de menselijke ervaring gewoon het zoveelste product wordt, in wezen niet anders dan enig ander item in de supermarkt?’

Die zin is typerend voor de toon waarmee Harari over de toekomst spreekt. Het is niet zomaar dat Harari’s favoriete roman Brave New World van Aldous Huxley is. Die sciencefictionroman beschrijft een toekomstige wereld die geheel beheerst wordt door technologie en rationalisme. De mensen zijn gezond en gelukkig, oorlog en armoede kennen ze niet. In die zin lijkt het werk eerder een technologische utopie dan een dystopie, zij het op ironische wijze, want traditionele waarden als liefde, trouw, gezinsleven, kunst en godsdienst bestaan niet langer, evenmin als de vrije keuze voor een individueel bestaan.

Harari is niet de eerste die een Brave New World-scenario aanhaalt in zijn werk, maar de teneur was meestal: ‘Absoluut te vermijden.’ Harari denkt dat onze kennis en de wetenschap ons er toch naartoe zullen brengen. Hij gelooft dat een nog nieuwere religie zal opstaan uit ‘het wrak van het humanisme’. Hij noemt het ‘dataïsme’.

Naarmate we vormen van kunstmatige intelligentie ontwikkelen die niet alleen onze cognitieve vaardigheden overnemen, maar ze ook gaan verbeteren, zullen we snel gemarginaliseerd raken als mens. Onze onderscheidende menselijke capaciteiten zullen niet langer nuttig zijn. Harari: ‘Zodra het ‘internet van alles’ opgestart is, kunnen mensen gereduceerd worden van technici tot chips, dan tot gegevens, en uiteindelijk zouden we kunnen oplossen in de stroom van gegevens zoals zand in een kolkende rivier.’

Het einde van liberalisme

In de wat luchtigere bijlage bij zijn twee grote studies van onze soort – Harari’s derde boek, 21 lessen voor de 21ste eeuw – extrapoleert hij naar de toekomstige wereld van robots, big data, bionische verbetering en andere transhumane betrachtingen. We krijgen opnieuw het vooruitzicht van een wereld die we niet langer beheersen.

De meest opvallende passage is wellicht een bijzonder strenge veroordeling van het liberalisme. Harari stelt in het boek dat de liberale verlichting de beste vervanging was voor het oude bijgeloof en het juk van godsdiensten, maar: het liberalisme heeft volgens hem zijn loop gehad. ‘De aannames in het liberalisme over de menselijke natuur zijn weerlegd en het optimisme is niet langer geloofwaardig’, schrijft hij.

‘Degenen die nog steeds in het liberale verhaal geloven, leven bij het licht van twee geboden: wees creatief en vecht voor je vrijheid. Creativiteit kan zich uiten in het schrijven van een gedicht, het verkennen van je seksualiteit, het uitvinden van een nieuwe app of het ontdekken van een onbekende chemische stof. Vechten voor vrijheid omvat alles wat mensen bevrijdt van sociale, biologische en fysieke beperkingen, of het nu gaat om demonstreren tegen brutale dictators, meisjes leren lezen, een remedie voor kanker vinden of een ruimteschip bouwen.’

Maar: ‘Dat klinkt buitengewoon opwindend en diepgaand in theorie. Helaas blijken menselijke vrijheid en menselijke creativiteit niet wat het liberale verhaal ze wil doen lijken. Voor zover wij weten, zit er geen magie in onze keuzes en creaties. Ze zijn het product van miljarden neuronen die biochemische signalen uitwisselen, en zelfs als je mensen bevrijdt van het juk van de katholieke kerk en de Sovjet-Unie, zullen hun keuzes bepaald worden door biochemische algoritmen die even meedogenloos zijn als de inquisitie en de KGB.’