scrollTop top

Wat alvast duidelijk is: waarom en hoe het perverse Amerikaanse kiessysteem dringend veranderd moet worden

Foto: EFE/ Giorgio Viera

Het is één van de grootste fouten in de Constitution, de Amerikaanse grondwet: door de president te laten verkiezen door een kiescollege zijn in de VS de facto sommige stemmen veel belangrijker dan andere. Het is uitgegroeid tot een systeem dat de verdeeldheid in de Amerikaanse samenleving versterkt.

In de Verenigde Staten wordt de president niet rechtstreeks gekozen. Feitelijk wordt op de dag van de verkiezingen niet de president gekozen, maar een college dat hem of haar pas enige tijd later kiest. Dit kiescollege bestaat uit 538 kiesmannen. Dat is evenveel als het aantal senatoren en leden van het Huis van Afgevaardigden, aangevuld met drie extra zetels voor Washington D.C. Doordat het aantal leden van het Huis van Afgevaardigden per staat verschillend is, is ook het aantal kiesmannen per staat verschillend. Het minimumaantal voor een staat is drie, aangezien iedere staat twee senatoren heeft en ten minste één afgevaardigde.

Het is in de VS wiskundig mogelijk om het kiescollege te winnen met minder dan 22 procent van de stemmen. Dat is het meest extreme geval, maar feit blijft dat een kiezer in Wyoming onder het kiescollege bijna vier keer zoveel macht heeft als een kiezer in Californië.

De verkiezing door de kiesmannen gaat in de meeste staten volgens het principe ‘First past the post’. Dat wil zeggen dat degene die in een bepaalde staat de meeste stemmen haalt, de stemmen krijgt van alle kiesmannen van die staat. Uitzonderingen zijn de staten Maine en Nebraska. Daar worden twee kiesmannen op de gewone wijze gekozen; de andere (twee in Maine, drie in Nebraska) worden per congresdistrict gekozen.

Door dit systeem is het mogelijk dat de presidentskandidaat met de meeste stemmen de verkiezingen toch niet wint. Dat gebeurde bijvoorbeeld tijdens de presidentsverkiezingen van 2000, waarin Al Gore meer stemmen behaalde dan George W. Bush, maar toch een minderheid in het kiescollege had en dus de verkiezingen verloor. Het was ook hoe Trump de presidentsverkiezingen van 2016 kon winnen ondanks het feit dat Hillary Clinton een pak meer stemmen haalde.

Hoe het voorkomen van de tirannie van de meerderheid leidde tot een tirannie van de minderheid

Veel voorstanders van het kiescollege zien de antidemocratische aard ervan als een voordeel, en zien het systeem als een dam tegen de zogenaamde “tirannie van de meerderheid”. In werkelijkheid maakt de instelling echter een tirannie van de minderheid mogelijk, waardoor politieke facties hun heerschappij kunnen verankeren door een beroep te doen op een kleine groep kiezers. Het is in de VS wiskundig mogelijk om het kiescollege te winnen met minder dan 22 procent van de stemmen. Dat is het meest extreme geval, maar feit blijft dat een kiezer in Wyoming onder het kiescollege bijna vier keer zoveel macht heeft als een kiezer in Californië.

Geen wonder dat 61 procent van de Amerikanen de afschaffing van het kiescollege steunt, volgens een recente Gallup-peiling.

Foto: EFE/ Giorgio Viera

Denk ook eens aan het niet eens zo vergezochte scenario waarin de verkiezingen zouden eindigen in een gelijkspel van 269-269. De beslissing gaat vervolgens naar het Huis van Afgevaardigden, waar elke staatsdelegatie één stem uitbrengt. In deze situatie heeft de staat North Dakota (bevolking: 762.000) dezelfde invloed als Texas (bevolking: 29 miljoen). In theorie zouden delegaties die samen slechts 16 procent van de totale Amerikaanse bevolking vertegenwoordigen, zo de volgende president kunnen kiezen.

Nog mythes

Verdedigers van de kiescolleges beweren ook dat het kandidaten dwingt om brede coalities te smeden en overal campagne te voeren. De realiteit is dat 94 procent van de moeite en geld dat in de campagnes werd gestoken zich concentreerde in slechts 12 staten, terwijl 24 staten zo goed als genegeerd werden door de kandidaten.

De meest hardnekkige mythe over het kiescollege is dat het systeem zorgvuldig is ontworpen door de opstellers van de grondwet, en daarom mag er niet aan geknoeid worden. In feite is het systeem het gevolg van een compromis. Tijdens de Constitutionele Conventie in 1787 wilde één factie dat het Congres de president zou kiezen, en de andere groep drong aan op rechtstreekse verkiezing. Om beide partijen bij elkaar te brengen, stelde James Madison een systeem voor van een groep elitekiezers die zouden bemiddelen bij de volksstemming en de keuze van het volk zouden kunnen verwerpen als ze de verkozene ongeschikt achtten voor hun ambt.

Sindsdien zijn er meer dan 700 wetsvoorstellen en amendementen aangeboden ter vervanging van het kiescollege, waarvan het ene al sneller wegkwijnde dan het andere. Het is erg moeilijk om het kiescollege te laten vallen via grondwetswijziging: er is een tweederde meerderheid nodig in zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat. In het huidige Amerikaanse politieke landschap zou dat betekenen dat ten eerste de partij die het iniatief daartoe neemt een meerderheid moet hebben in beide kamers, plus dat ze nog eens moet rekenen dat pakweg de helft en liefst meer van de oppositie meestemt.

Er is een oplossing

Maar er is een andere manier. Ze heet het National Popular Vote Interstate Compact en werd geïntroduceerd in 2006. Het National Popular Vote Interstate Compact (NPVIC) is een overeenkomst tussen een groep Amerikaanse staten en het District of Columbia om hun kiesmannen bij presidentsverkiezingen automatisch toe te kennen aan de kandidaat die nationaal het meeste voorkeursstemmen haalt, in het geval dat de NPVIC-leden samen goed zijn voor minstens de helft van de kiesmannen. Zo willen zij ervoor zorgen dat de kandidaat met landelijk het meeste stemmen daadwerkelijk verkozen wordt.

Wat vaak vergeten wordt wanneer de rekening wordt gemaakt van de verdeelde Amerikaanse maatschappij is dat het pervers electoraal systeem met kiesmannen die verdeeldheid in de hand werkt.

De vrijwillige overeenkomst is ondertekend door Californië, Connecticut, Colorado, Delaware, Hawaï, Illinois, Maryland, Massachusetts, New Jersey, New Mexico, New York, Oregon, Rhode Island, Vermont, Washington en Washington D.C. De deelnemers aan het compact hebben gezamenlijk 196 kiesmannen, ofwel 36,4 procent van het totaal en 72,6 procent van de kiesmannen die nodig zijn (270) om het compact in werking te laten treden. De ondertekenende staten hebben momenteel allemaal een Democratische meerderheid in beide kamers.

Het toepassen van het pact zou de VS in een nieuw politiek tijdperk brengen. Het zou kiezers een dwingende reden geven om te stemmen, waardoor de opkomst zou stijgen. Partijen en kandidaten zouden worden aangemoedigd om zich overal te engageren: in plattelandsgemeenschappen, stedelijke centra en alles daar tussenin. Het zou met andere woorden een perfecte brug zijn die dringend gebouwd moet worden tussen van elkaar gepolariseerde gemeenschappen. Want dat is essentieel: wat vaak vergeten wordt wanneer de rekening wordt gemaakt van de verdeelde Amerikaanse maatschappij is dat het pervers electoraal systeem met kiesmannen die verdeeldheid in de hand werkt.

Corona Virus Update

  • Wereld
  • Aantal
    besmettingen
    59.750.988
  • Aantal
    doden
    1.409.160
  • België
  • Aantal
    besmettingen
    561.803
  • Aantal
    doden
    15.938