Waarom zo veel mensen hun voeten vegen aan de coronamaatregelen

Mensen zijn diep onwillig om van gedachten te veranderen. En wanneer de feiten botsen met hun reeds bestaande overtuigingen, zouden sommigen eerder hun gezondheid en die van anderen in gevaar brengen dan nieuwe informatie te accepteren of toe te geven dat ze ongelijk hebben. De dynamiek die daar voor zorgt heet cognitieve dissonantie en het is wat nu speelt onder de vele mensen die weigeren maskers te dragen, bubbels te respecteren of andere maatregelen na te leven.

Cognitieve dissonantie beschrijft het ongemak dat mensen voelen wanneer twee cognities (overtuigingen, ideeën of opvattingen) of een cognitie en een gedrag, elkaar tegenspreken. ‘Ik rook’ is dissonant met de wetenschap dat roken mij kan doden. Om die dissonantie te verminderen, moet de roker ofwel stoppen ofwel roken rechtvaardigen (‘Het houdt me mager en overgewicht is ook een gezondheidsrisico’, ‘een mens moet van iets doodgaan’, ‘Mijn opa heeft heel zijn leven gerookt en werkte op zijn 80 nog in de tuin’, etcetera). In zijn boek A Theory of Cognitive Dissonance uit 1957 stelde Leon Festinger dat mensen streven naar het verkleinen van dissonantie en daarvoor hun opvattingen of gedrag aanpassen.

Hoe we onszelf zien maakt het pijnlijk

Elliot Aronson, die halverwege de jaren vijftig een protégé van Festinger was, ontwikkelde een geavanceerde cognitieve dissonantietheorie door de krachtige (maar niet voor de hand liggende) rol te demonstreren die het speelt wanneer ons zelfconcept erbij betrokken is. Blijkt dat dissonantie het meest pijnlijk is wanneer ze de kern raakt van hoe we onszelf zien – wanneer ze ons zelfbeeld bedreigt dat we vriendelijk, ethisch, bekwaam of slim zijn.

Aronson ontdekte dat zodra we een beslissing nemen – ik koop deze auto, ik stem op deze kandidaat, ik denk dat Covid-19 ernstig is, ik weet zeker dat het coronavirus een hoax is – we in ons hoofd de ‘wijsheid’ van onze keuze gaan proberen te rechtvaardigen en redenen zullen proberen vinden om het alternatief te verwerpen. Het duurt niet lang of elke ambivalentie die we op het moment van de oorspronkelijke beslissing nog voelden zo veranderd wordt in een zekerheid. Aangezien mensen elke stap rechtvaardigen die na de oorspronkelijke beslissing is genomen, zullen ze het moeilijker vinden om toe te geven dat ze vanaf het begin ongelijk hadden. Vooral als het eindresultaat zelfvernietigend, dwars of schadelijk blijkt te zijn.

Experiment

De theorie van Aronson inspireerde meer dan 3.000 experimenten die het begrip van psychologen over hoe de menselijke geest werkt flink hebben veranderd. Een van de beroemdste experimenten toonde aan dat mensen die een onaangenaam, gênant proces moesten doorlopen om toegelaten te worden tot een discussiegroep, (ontworpen om te bestaan ​​uit saaie, pompeuze deelnemers) die groep veel hoger inschatten dan degenen die toegelaten ​​waren na weinig of geen moeite te hebben gedaan.

Als mensen bijvoorbeeld een sterke band voelen met een politieke partij, of ideologie, verdraaien of negeren ze quasi systematisch het bewijs dat die loyaliteit uitdaagt.

Moeite moeten doen om iets te bereiken dat saai, irritant of tijdverspilling blijkt te zijn, veroorzaakt immers dissonantie: ik ben slim, dus hoe ben ik in deze domme groep terechtgekomen? Om die dissonantie te verminderen, concentreerden deelnemers zich onbewust op wat goed of interessant zou kunnen zijn aan de groep en negeerden ze de negatieve kanten ervan. De mensen die niet veel moeite moesten doen om bij de groep te komen, konden gemakkelijker de waarheid zien – hoe saai die wel was. Omdat ze heel weinig dissonantie hadden om te verminderen.

Onderschat

Dat cognitieve dissonantie bestaat, en dat ieder mens er onderhevig aan is, weten we dus al meer dan vijftig jaar. Wat we in al die tijd nog niet hebben geleerd is te beseffen hoe sterk het mechanisme wel is: de enorme motiverende kracht ervan en hoe ver mensen wel willen gaan om het ongemak te verminderen.

Als mensen bijvoorbeeld een sterke band voelen met een politieke partij, leider, ideologie of overtuiging, verdraaien of negeren ze quasi systematisch het bewijs dat die loyaliteit uitdaagt. De sociaalpsycholoog Lee Ross deed ooit een opmerkelijk experiment daarmee: hij presenteerde vredesvoorstellen van Israëlische onderhandelaars, noemde ze Palestijnse voorstellen en omgekeerd en vroeg Israëlische burgers om die te beoordelen. De Israëli’s hielden meer van het Palestijnse voorstel dat aan Israël werd toegeschreven dan van het Israëlische voorstel dat aan de Palestijnen werd toegeschreven.

Toegepast op corona

Nu we geconfronteerd worden met de de coronaviruspandemie, staan ​​we allemaal voor uiterst moeilijke beslissingen. Wanneer is het veilig om weer aan het werk te gaan? Wanneer kan ik mijn bedrijf heropenen? Wanneer kan ik vrienden en collega’s zien, een nieuwe liefdesrelatie beginnen, reizen? Welk risiconiveau ben ik bereid te tolereren? De manier waarop we deze vragen beantwoorden, heeft grote gevolgen voor onze gezondheid als individu en voor de gezondheid van onze gemeenschappen.

Wat het fenomeen hardnekkiger heeft gemaakt, is polarisatie van onze maatschappij. Daardoor zien veel mensen beslissingen over leven en dood die het coronavirus ons opdringt eerder als politieke dan als medische keuzes.

Nog belangrijker en veel minder voor de hand liggend is dat vanwege de onbewuste motivatie om dissonantie te verminderen, de manier waarop we deze vragen beantwoorden gevolgen heeft voor hoe we ons gedragen nadat we onze eerste beslissing hebben genomen. Zullen we flexibel zijn of zullen we de dissonantie blijven verminderen door erop te staan ​​dat onze eerste beslissingen juist waren?

Wat het erger heeft gemaakt

De cognitie dat ik weer aan het werk wil of dat ik naar mijn favoriete café wil gaan of een feestje wil houden met al mijn vrienden is tegenstrijdig met alle informatie die suggereert dat deze acties gevaarlijk kunnen zijn – niet alleen voor individuen zelf, maar ook voor anderen. Hoe los je deze dissonantie op? Mensen kunnen de drukte, feesten en cafés vermijden en een masker dragen. Of ze kunnen doen alsof er niks is gebeurd. Maar om hun zelfbeeld te behouden dat ze slim en bekwaam zijn en nooit iets doms zouden doen om hun leven te riskeren, hebben ze dan zelfrechtvaardigingen nodig: beweren dat maskers hun ademhaling belemmeren, dat ze geen effect hebben, ontkennen dat de pandemie ernstig is, of protesteren dat al deze maatregelen hun vrijheid beperken.

Wat het fenomeen prominenter en hardnekkiger heeft gemaakt, is de intense polarisatie die onze maatschappij de jongste jaren heeft ondergaan. Daardoor zien veel mensen nu de beslissingen over leven en dood die het coronavirus ons opdringt eerder als politieke dan als medische keuzes. Het is zowaar op sociale media een links-rechts-verhaal geworden. Bij gebrek aan een verenigend verhaal en bekwaam leiderschap, lijkt het alsof we gedwongen worden om te kiezen wie we willen geloven. De wetenschappers en de volksgezondheidsexperts, wiens advies noodzakelijkerwijs zal veranderen naarmate ze meer leren over het virus, behandeling en risico’s? Of politici die ons vertellen dat het allemaal niet zo erg is en dat onze vrijheden op het spel staan? Of bankiers en economisten die stellen dat als we niet snel weer werken aan onze economische groei we voor een gitzwarte toekomst staan?

Hoe van gedachten veranderen

Maar hoewel het moeilijk is, is het niet onmogelijk om van gedachten te veranderen. De uitdaging is om een ​​manier te vinden om met onzekerheid te leven, de best geïnformeerde beslissingen te nemen die we kunnen, en ze aan te passen wanneer het wetenschappelijk bewijs dat voorschrijft. Toegeven dat we ongelijk hadden, vereist enige zelfreflectie – wat inhoudt dat je een tijdje met de dissonantie moet leven in plaats van meteen naar een zelfrechtvaardiging te springen.

Dit vervelende, mysterieuze virus vereist dat we allemaal van gedachten veranderen naarmate wetenschappers meer leren, en we moeten misschien wat praktijken en ideeën opgeven waarvan we nu rotsvast overtuigd zijn. En makkelijk is dat niet.