scrollTop top

Waarom ook het vlees dat wij eten het grootste risico op een pandemie vormt

We zijn er nog steeds niet zeker van, maar de kans bestaat dat het nieuwe coronavirus, net als z’n voorganger SARS, de sprong naar mensen maakte op een markt waar exotische dieren voor consumptie worden verkocht. Toch is het te gemakkelijk om alle schuld op die rare Chinese voedselmarkten, de zogenaamde wet markets, te steken. De realiteit is dat de manier waarop wij en mensen over de hele wereld eten een belangrijke risicofactor voor pandemieën is.

Dat komt omdat we met z’n allen heel veel vlees eten, en het overgrote deel daarvan komt van fabrieksboerderijen. In deze enorme geïndustrialiseerde faciliteiten die wereldwijd meer dan 90 procent van het vlees leveren, zitten de dieren dicht opeengepakt en leven ze onder barre en onhygiënische omstandigheden.

Perfecte storm

Michael Greger, de auteur van Bird Flu: A Virus of Our Own Hatching, zegt dat de omstandigheden in fabrieksboerderijen een ‘perfecte storm’ creëren voor het ontstaan en het verspreiden van ziektes.

‘We steken duizenden dieren in krappe schuren ter grootte van een voetbalveld, waar ze snavel tegen snavel of snuit tegen snuit liggen, onderhevig zijn aan stress die hun immuunsysteem verlamt, waar de ammoniak van hun eigen uitwerpselen hun longen verbrandt, waar er een gebrek aan frisse lucht en zonlicht is … Zet al deze factoren bij elkaar en je hebt de perfecte broeihaard voor een epidemie.’

‘Als je echt wereldwijde pandemieën wilt creëren, bouw dan fabrieksboerderijen’

Michael Greger, de auteur van Bird Flu: A Virus of Our Own Hatching

Tot overmaat van ramp heeft selectie op specifieke genen bij pluim- en ander vee (voor gewenste eigenschappen zoals grote kippenborsten) deze dieren bijna genetisch identiek gemaakt. Dat betekent dat een virus zich gemakkelijk van dier op dier kan verspreiden zonder genetische varianten tegen te komen die het zouden kunnen houden.

Terwijl het door een veestapel scheurt, kan het virus nog virulenter worden. Of, zoals Greger het poneert: ‘Als je echt wereldwijde pandemieën wilt creëren, bouw dan fabrieksboerderijen.’

De Wereldgezondheidsorganisatie en virologen waarschuwen al jaren dat de meeste opkomende infectieziekten afkomstig zijn van dieren en dat onze geïndustrialiseerde landbouwpraktijken het risico op epidemieën vergroten.

‘De gezondheid van het vee is de zwakste schakel in onze wereldwijde gezondheidsketen’, staat te lezen in een rapport van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties.

Twee soorten

Uit eerdere ervaringen weten we dat vee kan leiden tot ernstige zoönosen. Een zoönose is elke ziekte of infectie die van nature overdraagbaar is van gewervelde dieren op mensen. Denk maar eens terug aan 2009, toen de H1N1-varkensgriep circuleerde op varkenshouderijen in Centraal Mexico en vervolgens op mensen sprong. Die nieuwe griep werd al snel een wereldwijde pandemie, waarbij honderdduizenden mensen om het leven kwamen.

De twee zaken waar virologen en epidemiologen zich het meest zorgen over maken, zijn virulente vogelgriep en zeer resistente vormen van bacteriële pathogenen

Als we het hebben over het risico van pandemieën, hebben we het eigenlijk over twee verschillende soorten uitbraken. De eerste is een virale pandemie; voorbeelden zijn de grieppandemie van 1918 en COVID-19. De tweede is een bacteriële pandemie; het belangrijkste voorbeeld is de builenpest, de ‘zwarte dood’ die Europa in de middeleeuwen teisterde. Fabrieksveeteelt vormt in beide categorieën een risico.

De twee zaken waar virologen en epidemiologen zich het meest zorgen over maken, zijn virulente vogelgriep en zeer resistente vormen van bacteriële pathogenen. Vogelgriep wordt veroorzaakt door virussen en fabrieksboerderijen zijn er de perfecte broeihaard voor. Dat komt omdat de vogels in deze boerderijen met duizenden dicht bij elkaar worden geperst en omdat ze genetisch nagenoeg identiek zijn gefokt. Dat is een recept voor een zeer virulent virus om snel op te duiken en zich te verspreiden.

Spoedcursus zoönotische besmetting

Om uit te leggen waarom, even deze spoedcursus zoönotische besmetting vanuit het oogpunt van de ziekteverwekker. Als je een ziekteverwekker bent in een gastheer, wil je die gastheer niet te snel doden voordat je in de volgende gastheer kunt komen – anders snijd je je eigen transmissielijn af. Hoe sneller je repliceert, hoe groter de kans dat je je host vermoordt voordat de volgende host kan komen.

Diep in de wildernis of op een kleine boerderij zul je als ziekteverwekker niet regelmatig gastheren tegenkomen, dus je moet je virulentie, of schade toegebracht aan de gastheer, vrij laag houden. Anders kom je al snel zonder gastheren te zitten.

Maar als je een schuur binnengaat met 15.000 kalkoenen of 250.000 legkippen, kun je er als pathogeen gewoon doorheen branden. Er staat dan geen limiet op hoe virulent je bent. En dat is een deel van de reden waarom fabrieksboerderijen een groter risico vormen voor zoönotische uitbraken dan de vrije natuur of kleine boerderijen.

Omdat we steeds meer pluimvee en vee over internationale grenzen verhandelen, hebben we het gevaar nog groter gemaakt. Stammen van virussen die voorheen aan weerszijden van de wereld van elkaar waren geïsoleerd, kunnen nu opnieuw worden gecombineerd.

H5N1

Neem griep. Dat virus heeft een gesegmenteerd genoom, dus een toename van de snelheid van recombinatie betekent een explosie in termen van de diversiteit van pathogenen die evolueren.

De wereld heeft hier al een heel beangstigend voorbeeld van gezien. Tussen 1997 en 2006 werden hoogpathogene stammen van H5N1-vogelgriep in verband gebracht met pluimveebedrijven in China. 60 procent van de mensen die besmet raakten met H5N1 overleefden dat niet.

Ter vergelijking: experts schatten dat het sterftecijfer van COVID-19 waarschijnlijk ergens in de buurt van 1 tot 3 procent ligt, hoewel deze schattingen blijven evolueren en sterk verschillen per land en per leeftijd.

Als je je afvraagt ​​waarom H5N1 niet zo’n wereldwijd drama werd als COVID-19: omdat het vooral pluimvee besmet in plaats van mensen; het was niet zo goed in het infecteren van mensen als het coronavirus.

Vergeet het varken niet

Deze nieuwe vogelgriepvirussen zijn direct te linken aan industrialisatie van de pluimveeproductie en er is bewijs genoeg dat de export van dat landbouwmodel naar Azië in het begin van de jaren 90 leidde tot een ongekende explosie van virussen die vogels en mensen infecteren.

Het zijn trouwens niet alleen vogels waar we ons zorgen over moeten maken. Varkens zijn ook zeer effectieve dragers van virussen. Een decennium voordat de Mexicaanse griep toesloeg in 2009, dook het Nipah-virus op in Maleisische varkenshouderijen. Het veroorzaakte encefalitis (ontsteking van de hersenen) bij honderden mensen, en ongeveer 40 procent van de patiënten die in het ziekenhuis werden opgenomen overleefden het niet.

Het andere grote pandemierisico dat samenhangt met fabrieksboerderijen heeft te maken met zeer resistente vormen van bacteriële pathogenen, of simpelweg antibioticaresistentie.

Als er een nieuw antibioticum wordt geïntroduceerd, kan dat een tijdje geweldige resultaten opleveren. Maar als we antibiotica te veel gebruiken bij de behandeling van mensen, gewassen en dieren, evolueren de bacteriën, waarbij degenen die een mutatie hebben om het antibioticum te overleven dominanter worden. Geleidelijk aan wordt het antibioticum zo minder effectief en houden we een ziekte over die we niet meer kunnen behandelen.

De gevaren van het postantibioticumtijdperk

Wetenschappers waarschuwden vorig jaar in een groot rapport dat het postantibioticumtijdperk al aangebroken is: we leven in een tijd waarin onze antibiotica nutteloos worden.

Elke 15 minuten sterft er iemand in de VS door een infectie die antibiotica niet meer effectief kunnen behandelen. Tegen 2050 zouden elk jaar 10 miljoen mensen kunnen overlijden aan ziekten die resistent zijn geworden tegen medicijnen volgens een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie.

Toch blijven we te veel antibiotica gebruiken, waardoor de resistentie toeneemt. Veehouders gebruiken veel antibiotica op vee en pluimvee, soms ter compensatie van de slechte industriële landbouwomstandigheden.

We hebben overvloedig bewijs dat wanneer je dieren in overvolle, onhygiënische omstandigheden plaatst en een lage dosis antibiotica gebruikt voor ziektepreventie, je een perfecte incubator opzet voor spontane mutaties in het DNA van de bacterie.

En met meer van die spontane mutaties neemt de kans toe dat een van die mutaties resistentie zal bieden tegen het antibioticum dat in de omgeving aanwezig is. Die resistente bacteriën kunnen stammen worden die zich over de hele wereld verspreiden.

De ultieme nachtmerrie: een onbehandelbare bacteriële pandemie

De industriële veeteelt levert ons zelfs een dubbel bacterieel risico op. Stel dat er een bacteriële uitbraak ontstaat onder kippen. Het pluimvee kan die bacterie aan mensen doorgeven en zo een ernstige infectie veroorzaken.

Normaal gesproken zouden we dan antibiotica willen gebruiken om die infectie te behandelen, maar juist omdat we al te veel antibiotica hebben gebruikt bij pluimvee, kunnen de bacteriën resistent zijn tegen het antibioticum. Als de infectie makkelijk overdraagbaar blijkt tussen mensen, kunnen we zo eindigen met een onbehandelbare bacteriële pandemie.

Voor alle duidelijkheid: wetenschappers geloven dat het nieuwe coronavirus zijn oorsprong vindt in wilde vleermuizen, niet in fabrieksboerderijen. Maar het heeft ons allemaal bewust gemaakt van het verpletterende effect dat een pandemie op ons leven kan hebben.

u we oog in oog komen te staan ​​met deze realiteit, is de vraag: hebben we de politieke en culturele wil om iets groots te doen – de manier waarop we eten veranderen – om de kans op de volgende pandemie sterk te verkleinen? En misschien tegelijkertijd ook andere problemen met de geïndustrialiseerde veeteelt aanpakken, zoals de impact op klimaatverandering en wreedheid jegens dieren?

Oplossing?

Het antwoord is ja. We kunnen absoluut een vleesproductiesysteem hebben dat beter is voor de menselijke gezondheid, het klimaat en het dierenwelzijn – ten minste als we bereid zijn af te stappen van het model van de industriële veeteelt. Kleinschaligere veeteelt dus. Het probleem daarbij is dat er een enorme vraag naar vlees is, en dat die wereldwijd gezien alleen maar toeneemt nu ook mensen in groeilanden, vooral in Azië, het geld hebben om het te kopen.

De oplossing zit wellicht in een combinatie van onze consumptie van vlees te matigen en in te zetten op vleesvervangende initiatieven, zowel degene die van planten worden gemaakt als vlees dat gekweekt wordt in laboratoria.

Corona Virus Update

  • Wereld
  • Aantal
    besmettingen
    30.401.165
  • Aantal
    doden
    950.459
  • België
  • Aantal
    besmettingen
    99.649
  • Aantal
    doden
    9.937
Biden vs Trump
AMERIKAANSE VERKIEZINGEN
Volg het hier LIVE elke dag