Waarom je sensationele voorspellingen voor de wereld na COVID-19 best met een korrel zout neemt

De afgelopen weken hebben ons geconfronteerd met een bijzonder luid koor van chronocentrische stemmen die beweren dat we aan de vooravond staan van ongekende veranderingen.

Een recessie zonder weerga. Het einde van de economie zoals we die kennen. Het einde van het neo-liberale tijdperk ook. Of, nee toch niet, eerder de laatste nagel in de doodskist van het globalisme. Het einde van vliegen, het einde van reizen, het einde van verspilling. Het einde ook van het sociaal leven zoals we dat kennen. Het einde van elkaar een hand geven en knuffels. Het einde van casual sex. En gezien de onmogelijkheid om sociale afstanden in bars en cafés in de praktijk te brengen, misschien zelfs het einde van het nachtleven. Wat je ook denkt over de langetermijngevolgen van de coronavirusepidemie, je denkt waarschijnlijk niet groot genoeg zo lijkt het wel.

Laat staan dat wat we nu meemaken mensen ervan zal weerhouden om een ​​actief sociaal leven te leiden, of op in café of restaurant te gaan of te feesten.

Wanneer we worden geconfronteerd met een ramp, is het maar al te gemakkelijk om te geloven dat alles zal veranderen. Academici, intellectuelen, politici en ondernemers hebben ingrijpende uitspraken gedaan over de transformaties die de pandemie zal veroorzaken. COVID-19 zal ongetwijfeld enkele belangrijke verschuivingen teweegbrengen. Maar de sensationele voorspellingen van allerhande experts – wie is er geen expert deze dagen? – die al sinds de uitbraak de pagina’s van de kranten en de praatprogramma’s op tv domineren, zullen blijken zeer onnauwkeurig te zijn. Dat de pandemie het verloop van de globalisering bijvoorbeeld ingrijpend zal veranderen, is verre van zeker. Laat staan dat wat we nu meemaken mensen ervan zal weerhouden om een ​​actief sociaal leven te leiden, of op in café of restaurant te gaan of te feesten.

Chronocentrisme

In 1974 bedacht de socioloog Jib Fowles de term chronocentrisme. Chronocentrisme is de aanname dat de huidige tijdsperiode beter, belangrijker of een belangrijker referentiekader is dan andere tijdsperioden, hetzij in het verleden of in de toekomst. Het is de overtuiging dat iemands eigen tijd voorop staat, dat andere periodes in vergelijking daarmee verbleken. De afgelopen weken hebben ons geconfronteerd met een bijzonder luid koor van chronocentrische stemmen die beweren dat we aan de vooravond staan van ongekende veranderingen.

We’ve been there before. In de laatste maanden van de Eerste Wereldoorlog verspreidde een nieuw virus zich over de hele wereld en infecteerde honderden miljoenen mensen. De griep van 1918 doodde uiteindelijk meer dan 50 miljoen mensen. Stel je dat even voor. Aan het eind van wat wellicht de gruwelijkste oorlog is geweest die de mensheid meemaakte – eentje die een generatie jonge mannen verwoestte, wellicht 40 miljoen doden eiste en honderdduizenden invalide maakte.

Destijds moet het hebben geleken alsof het leven nooit meer normaal zou kunnen worden. Maar de verwoesting van de Eerste Wereldoorlog en de grieppandemie van 1918 werden snel gevolgd door een manische vlucht naar gezelligheid: de Roaring Twenties zag een bloei van feesten en concerten.

Een dansgezelschap tijdens de Roaring Twenties.

Aanslagen

En dat is het scenario doorheen de geschiedenis, telkens de mensheid werd geconfronteerd met vreselijke pandemieën. Ze hebben er nooit voor gezorgd dat mensen elkaars gezelschap niet meer zochten. Pandemieën zijn niet de enige tragedies die de menselijke vastberadenheid aantonen om ten koste van alles samen te komen. We moeten daar niet eens zo ver voor terug gaan in de tijd. Na 9/11 stonden mensen er niettemin op door te gaan met hun dagelijkse leven. En toen het terrorisme naar België en Frankrijk kwam, en  gewapende soldaten door de straten van onze steden liepen, weet je nog, ging ook alles veranderen. Het is universeel: landen die te lijden hebben onder veel schietpartijen of ontvoeringen, zoals Brazilië, Guatemala of Mexico, hebben toch een levendig nachtleven.

Niemand kan zeggen hoe lang de acute fase van deze pandemie zal duren. Maar wat vrijwel zeker is, is dat de impact op de mate van menselijke interactie tijdelijk zal blijken te zijn. Over twee, vijf of tien jaar zullen er ongeveer net zoveel massabijeenkomsten zijn als vóór het coronavirus.

Belgische voetbalfans op de Grote Markt in Antwerpen tijdens het Wereldkampioenschap voetbal in 2014. Foto: AP Photo/Virginia Mayo

Voorspellingen over een rampzalige politieke en economische impact van de pandemie lijken ook ongegrond. In de regel richten ze zich te veel op de irrationaliteit van de huidige realiteit (of tenminste de perceptie daarvan), en te weinig op wat er zou moeten gebeuren om iets beters tot stand te brengen. Het verleden leert ons echter dat veel instellingen blijven bestaan ondanks diepe gebreken, omdat degenen die baat zouden hebben bij verandering niet effectief kunnen samenwerken of overeenstemming kunnen bereiken over vervanging. Vrijwel iedereen is het erover eens dat de VN-Veiligheidsraad in zijn huidige vorm niet in staat is de vrede te bewaren in de meest in gevaar gebrachte regio’s ter wereld, zoals Syrië. Maar omdat verschillende regeringen verschillende visies hebben over hoe de raad moet worden hervormd – en omdat degenen met een vaste zetel hun invloed niet willen afzwakken – blijft het systeem verder sjokken.

Globalisering

Dezelfde problemen van collectieve actie maken ook een abrupt einde aan globalisering of neoliberalisme onwaarschijnlijk. Laten we bijvoorbeeld aannemen dat de pandemie heeft aangetoond dat bedrijven er baat bij zouden hebben om de productie terug te brengen naar ons land, omdat ze over tien of dertig of vijftig jaar een nieuwe wereldwijde schok niet kunnen uitsluiten. Zelfs bedrijven die langetermijnrisico’s erkennen, zullen op korte termijn te maken krijgen met sterke prijsconcurrentie. En als dat meteen de kans vergroot om op dit moment een groot aantal klanten te verliezen, is het onwaarschijnlijk dat leidinggevenden en aandeelhouders zo’n scenario na zullen streven.

ship in sea

Overheden kunnen er wel op aandringen om de capaciteit uit te breiden om in eigen land meer cruciale goederen te produceren. Maar omdat deze cruciale goederen slechts een klein deel van de totale economie uitmaken, zou dit de globalisering nauwelijks vertragen, laat staan terugdraaien.

Zwarte Dood

Wat een pandemie wél kan doen is bestaande maatschappelijke trends blootleggen en versnellen. Maar een bewust proces moet je daar niet achter zoeken. De Zwarte Dood leidde niet tot een verzwakking van het feodalisme omdat ze middeleeuwse mensen de irrationaliteit van een economisch systeem deed inzien dat een groot deel van de bevolking ondervoed achterliet, en die vervolgens op een gezamenlijke manier handelden om dat systemische falen te verhelpen. Wat gebeurde, was dat het dodental van de pandemie het aantal beschikbare arbeiders zo had uitgeput dat de lijfeigenen in een sterkere onderhandelingspositie werden geplaatst.

We kunnen nu wel staan roepen dat door de pandemie we duurzamer zullen gaan leven, dat COVID-19 ons moet doen inzien dat met de natuur niet valt te sollen – maar dat zal enkel gebeuren als de omstandigheden ons daartoe dwingen, en niet omdat we dat een aantrekkelijk idee vinden.