Waarom de WHO niet in staat is om een leidersrol op te nemen

Nu het coronavirus de wereld in haar greep houdt, is ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) niet uit het nieuws weg te slaan. Toch slaagt de WHO er niet in om zichzelf naar voren te schuiven als meest prominente hoofdrolspeler in de bestrijding van de pandemie. Dat is echter geen verrassing, want hierin vormt de coronacrisis geen uitzondering op het verleden.

De WHO werd opgericht in april 1948, als een zogenaamde specialised agency van de dan net gecreëerde Verenigde Naties (VN). Die zogenaamde agentschappen handelen volledig autonoom, maar maken wel deel uit van de VN en zijn zes bestuursorganen. Met andere woorden: het zijn de neven en nichten die in het dagelijkse leven weinig contact hebben met de rest van de familie, maar wel steeds aanwezig zijn op de familiefeesten. De VN telt op dit moment 15 dergelijke agentschappen, waarvan het Internationaal Monetair Fonds (IMF) wellicht het bekendst is.

De WHO is bevoegd voor het toezicht op de publieke gezondheid. De hoofddoelstelling luidt dan ook: ‘het bereiken van het hoogst mogelijke gezondheidsniveau voor alle volkeren.’ Met 194 lidstaten strekt het mandaat van de organisatie zich uit over nagenoeg de hele wereld. Ze telt 150 regionale zetels en een hoofdzetel in het Zwitserse Genève. Het operationele budget komt neer op een dikke 4 miljard euro.

Reputatieschade

In haar ruim 70-jarig bestaan behaalde de WHO een aantal zeer duidelijke overwinningen, zoals de totale uitroeiing van de pokken. Maar de afgelopen jaren kreeg de reputatie van de organisatie een flinke knauw door de aanpak van Ebola-crisis, die in 2013 uitbrak in Afrika. Hierop werd veel te laat en niet daadkrachtig genoeg gereageerd, met alle dramatische gevolgen van dien. Dit leidde tot een golf van rapporten en doorlichtingen, waar de organisatie zeer slecht uitkwam. Te bureaucratisch, archaïsch en te gepolitiseerd, zo luidde het oordeel.

De huidige directeur-generaal van de WHO, de Ethiopiër Tedros Adhanom Ghebreyesus, verklaarde bij zijn aanstelling in 2017 dan ook dat zijn grootste taak zou zijn om de organisatie te hervormen op zo’n manier dat de legitimiteit van de organisatie bij de lidstaten en haar inwoners zou worden hersteld. Drie jaar later, tijdens wat de grootste wereldwijde gezondheidscrisis van de jongste eeuw is, blijkt echter dat hij er vooralsnog niet in geslaagd is om deze ommekeer waar te maken.

Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur-generaal van de WHO, tijdens een conferentie in Genève, Zwitserland, maart 2020. Foto: Salvatore Di Nolfi/Keystone via AP

Doordat de WHO een zeer ruime doelstelling heeft en over de hele wereld actief is, moet ze in de eerste plaats begrepen worden als coördinator. Haar invloed, die zeker niet mag worden onderschat, ligt vooral in het aanleveren van expertise en het zetten van bepaalde normen en standaarden voor andere spelers in de veld, zoals ngo’s en betrokken regeringen. Door deze coördinerende rol kan de WHO echter alleen functioneren bij de gratie van een goede samenwerking met de nationale regeringen en de civil society.

‘Geïnfecteerd’

Precies daar knelt het schoentje, want hierdoor is de organisatie meteen ook rechtstreeks gebonden aan haar lidstaten. Zo is ze afhankelijk van de data die haar worden aangereikt door de lidstaten. Niet zelden worden die gefilterd door de nationale regimes, om zichzelf beter te laten voorkomen. Zo staat China historisch gezien niet bekend om zijn transparantie. Ondertussen weten we dat de Chinese aanpak van het virus, zeker in het begin van de uitbraak, veel minder gestroomlijnd is verlopen dan het land wil laten uitschijnen. Bovendien is het uiteraard een onomstotelijke waarheid dat de Chinezen er niet bepaald in geslaagd zijn het virus in eigen land te houden, met de huidige pandemie tot gevolg. Toch leek het de jongste weken vaak alsof Adhanom Ghebreyesus niet vaak genoeg kon benadrukken hoe geweldig succesvol het Chinese regime corona heeft bestreden.

De afhankelijkheid gaat echter nog veel verder. De WHO is – net als de moederorganisatie – ook financieel afhankelijk van de bijdrages van de lidstaten. Vooral de Verenigde Staten, dat in zijn eentje zo’n 22 procent bijdraagt van het totale budget van de VN, kan zo een enorme machtspositie bestendigen. Het feit dat de Trump-administratie niet echt happig is op internationale samenwerking, maakt deze relatie er natuurlijk niet makkelijker op.

Hierdoor kan de WHO het zich niet veroorloven om zich vijandig op te stellen tegenover de lidstaten en wordt de organisatie zelfs rechtstreeks ‘geïnfecteerd’ door politieke motieven, wat haar credibiliteit en legitimiteit ondergraaft. Op die manier lijkt de organisatie zoals ze vandaag bestaat gedoemd tot de rol van speelbal tussen de internationale grootmachten van deze wereld.

Onmogelijke verwachtingen?

De WHO staat zo ongewild in het middelpunt van de discussie rond het draagvlak voor wereldwijde internationale samenwerking en solidariteit. Wanneer het gaat over gezondheidszorg is deze ontegensprekelijk zeer legitiem. De huidige globale omvang van de coronacrisis maakt ons immers meer dan ooit duidelijk dat ziektes op geen enkele manier rekening houden met bestaande grenzen. Virologen roepen dan ook op om een strategische en globale aanpak voor de bestrijding van virussen uit te werken. Hadden we dit bovendien al eerder gedaan, dan had de huidige crisis zelfs kunnen worden vermeden, zo stelde viroloog Johan Neyts (KUL) onlangs.

Maar in tijden van crisis zien we dat in de praktijk net het tegenovergestelde gebeurt. Alle landen plooien zich vanuit een soort overlevingsreflex net heel duidelijk terug op zichzelf. Ook de EU – die er in de jongste weken niet in slaagt om uniformiteit af te dwingen in de quarantainemaatregelen die worden getroffen door de lidstaten – illustreert dit heel duidelijk. China-kenner en professor internationale politiek Jonathan Holslag (VUB) stelt daarom dat internationale crises in de eerste plaats de de-globalisering versterken, eerder dan de internationale samenwerking verhogen.

Toch is het is net op dat soort momenten dat we verwachten dat de WHO naar voren treedt en de wereldwijde internationale samenwerking succesvol coördineert. Zolang de organisatie dus moet optreden binnen die bestaande constellatie, is het dus maar de vraag of ze zich ooit zal kunnen ontdoen van haar opgelopen imagoschade. En ondertussen kunnen Spaanse en Italiaanse begrafenisondernemers het aantal aanvragen niet langer verwerken.