We verzetten bergen om het coronavirus te bestrijden. Waarom niet voor de klimaatverandering?

Voices

Robert Walker, voorzitter van het Amerikaanse Population Institute, gelooft dat pandemieën niet de enige wereldwijde dreiging waar we mee te maken hebben. Volgens hem is het hoog tijd dat onze wereldleiders proactief de handen in elkaar slaan om ook de problemen van de toekomst aan te pakken. 

Er gaat niets boven een pandemie om te illustreren wat Martin Luther King ooit beschreef als de ‘the fierce urgency of now’. De strijd tegen Covid-19 is nog lang niet gestreden, maar momenteel lijken de ‘blijf in uw kot’- en social distancing-maatregelen de curve af te vlakken in de meeste zwaar getroffen landen. Het bewijst dat collectieve handelingen tegenover een gemeenschappelijke vijand mogelijk zijn – zolang de dreiging evident en dodelijk is. Dat roept vragen op over andere globale uitdagingen, waaronder klimaatverandering, die misschien minder direct, maar niet minder belangrijk zijn. Wat is er nodig om ook hiervoor doeltreffende maatregelen te stimuleren?

Covid-19 toont ons dat als het gevaar duidelijk waarneembaar is, mensen zich snel kunnen aanpassen, dat ze wonderbaarlijk creatief kunnen zijn, bewonderenswaardig veel zelfopoffering kunnen opbrengen en ongelooflijk genereus kunnen zijn. Het toont ook de noodzaak om met een visie en vooruitziend te handelen – lang voordat een bedreiging een dodelijk gevaar vormt. De snelle verspreiding van Covid-19 moet ons eraan herinneren dat een trage reactie op de exponentiële evolutie van een crisis onze snelle ondergang kan betekenen. 

Er zijn veel lessen te trekken uit de huidige crisis. De discussie die we zouden moeten voeren gaat over een slimme overheid versus een domme overheid, wetenschap versus wishful thinking, voorbereiding versus uitstel, preventie versus verwaarlozing. We leven in een snel veranderende wereld, die barst van de uitdagingen. Met snel groeiende steden en ontoereikende volksgezondheidssystemen, was de Covid-19-pandemie een tikkende tijdbom. En het zal waarschijnlijk niet de laatste zal zijn. Maar pandemieën zijn echter niet de enige wereldwijde dreiging waar we mee te maken hebben.

Vorig jaar hebben 11.000 wetenschappers een verklaring ondertekend waarin zij waarschuwen dat de wereld ‘onnoemelijk veel leed’ te wachten staat als de uitstoot van broeikasgassen niet radicaal wordt verminderd. Als we niet van koers veranderen, kunnen meer dan 200 miljoen mensen ontheemd raken door droogte, overstromingen en stijgende zeeën tegen 2050. Ruim voor het einde van deze eeuw zou het aantal mensen dat elk jaar sterft door toenemende droogte, hitte, stormen, overstromingen en andere klimatologische gevolgen de tol die dit jaar waarschijnlijk zal worden geëist door Covid-19 ruimschoots kunnen overtreffen. Vorig jaar waarschuwde Dr. Michael Greenstone, co-directeur van het Climate Impact Lab, het Amerikaanse Congres dat meer mensen voortijdig konden sterven aan klimaatveranderingen in 2100 dan het aantal dat vandaag de dag sterft aan alle besmettelijke ziekten samen.

De cumulatieve economische verliezen als gevolg van de klimaatverandering zullen veel groter zijn dan de financiële tol die Covid-19 dit jaar waarschijnlijk teweeg zal brengen. Als de temperatuur wereldwijd met 2 graden Celsius stijgt, kan het globale prijskaartje oplopen tot maar liefst 69 miljard dollar in 2100. Elke graad zou tarweopbrengsten alleen met zes 6 percent kunnen verminderen. De klimaatverandering zal er ook voor zorgen dat dieren nog sneller uitsterven dan vandaag. Binnen 50 jaar zou een derde van alle planten- en diersoorten in de wereld met uitsterven bedreigd kunnen worden.

En het is niet alleen de klimaatverandering. De groei van de bevolking en onze onverzadigbare vraag naar grondstoffen vernietigt de levensondersteunende capaciteit van de planeet. Zijn vitale organen – tropische bossen, bodem en rivieren – worden steeds meer aangetast. Naast de natuurlijke wereld zal ook de menselijke beschaving onder vuur komen te liggen. Veel van de vooruitgang die we in de afgelopen twee eeuwen hebben geboekt op het gebied van vrede, gezondheid en welvaart zou in het gedrang kunnen komen.

Echte existentiële uitdagingen doemen groot op aan de horizon. We zijn deze eeuw begonnen met 6 miljard mensen, en halverwege de eeuw zouden we er 10 miljard kunnen hebben. Tegen het einde van de eeuw zouden we 11 miljard of meer kunnen hebben. Als de klimaatomstandigheden en de bodemerosie verslechteren, zullen we dan miljarden meer kunnen monden kunnen voeden? En zal het voedsel dat we produceren betaalbaar zijn voor de armen in de steden?

Tegen het einde van deze eeuw zal een derde of meer van de wereldbevolking wellicht leven in wat momenteel het armste continent ter wereld is: Afrika. Zal Afrika, dat zwaar zal worden getroffen door de klimaatverandering, in staat zijn de banden van armoede, ziekte en conflicten te verbreken om de volgende economische groeimotor van de wereld te worden? En zo niet, welk land of welke regio zal dan het ‘volgende China’ worden?

Zullen onze kinderen en hun kinderen toegang hebben tot het water en de energie die ze nodig hebben om gewassen te verbouwen, fabrieken draaiende te houden en in hun huishoudelijke behoeften te voorzien? Zullen geschillen over land, water en andere hulpbronnen leiden tot regionale of wereldwijde conflicten? Zullen de werknemers van morgen de nodige opleiding krijgen om te kunnen concurreren met de vooruitgang op het gebied van automatisering en kunstmatige intelligentie?

Het kapitalisme, zoals we dat vandaag de dag kennen, kan deze vragen niet beantwoorden. Het is gericht op het verhogen van de kwartaalwinst, niet op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, het beschermen van natuurlijke hulpbronnen, het opbouwen van menselijk kapitaal of het voorkomen van pandemieën.

Te veel van onze verkozen ambtenaren focussen zich op het winnen van de volgende verkiezingen in plaats van ons voor te bereiden op de uitdagingen die op ons pad liggen. Terwijl ze worstelen om het hoofd te bieden aan de huidige noodtoestand, beginnen onze politieke leiders te begrijpen wat de ‘fierce urgency of now’ inhoudt. Alleen moeten ze naast de huidige urgentie, ook het grote belang van de toekomst leren inzien. 




Robert J. Walker is de voorzitter van het Population Institute, een organisatie in Washington, D.C., Verenigde Staten.