scrollTop top

Vermoeiend virtueel

Van Johan Cruyff komt de gevleugelde uitspraak dat elk nadeel z’n voordeel heb. Wat echter vaak vergeten wordt, is dat ook aan vele voordelen een nadeel verbonden is. Nu we in tijden van lockdown en social distancing leven, is het een bijzondere zegen dat we ook in een digitaal tijdperk leven. Het internet heeft waarschijnlijk nooit zo zijn positieve kwaliteit om sociale relaties en contacten te onderhouden getoond als nu.

Het valt te voorspellen dat het internet ook de komende maanden en misschien zelfs op lange termijn een nog centralere rol zal spelen in onze professionele en persoonlijke levens. Een nieuwe ‘afstandseconomie’ dient zich volgens specialisten aan. Conferencing-programma’s als Microsoft Teams en Zoom zullen steeds vaker gebezigd worden. Vergaderingen in levenden lijve zullen de uitzondering eerder dan de regel worden.

Maar de zegen van de moderne communicatietechnologie heeft ook een opvallend nadeel: virtuele interactie lijkt veel vermoeiender dan ‘echte’ interactie. Ik werk sinds enkele maanden aan de University of Buckingham, en alle lessen, tutorials en seminars zijn in maart naar de virtuele wereld van Teams verschoven. Maar al snel ervoer ik dat het online-lesgeven me veel zwaarder viel: na een uur doceren was ik even vermoeid als na een college van twee uur in normale omstandigheden. Diezelfde vermoeidheid bleek ook bij mijn studenten een opvallend verschijnsel, waardoor het idee ontstond om iets vaker, maar voor kortere tijdstippen af te spreken voor lessen en discussies.

Ik was dan ook niet geheel verbaasd toen de Engelse filosoof Nigel Warburton op Twitter eenzelfde ervaring beschreef. Warburton – bekend van de bestseller A Little History of Philosophy en een filosofie-populariserende podcast – vroeg zijn volgers om raad: hoe komt het dat praten via programma’s als Zoom zoveel vermoeiender aanvoelt?

‘Wat een zegen is online-teaching nu fysieke lessen onmogelijk zijn. Maar het is een zegen met een zwart randje’

De meest plausibele verklaring leek te komen van een collega-filosoof gespecialiseerd in onze cognitieve en communicatieve vaardigheden. Wanneer we met elkaar communiceren, is ons brein onophoudelijk, zelfs onbewust bezig met het decoderen van signalen. Naast de talige communicatie, maken we gebruik van gelaatsexpressie, lichaamshouding, mimiek om een boodschap te begrijpen. Veel van die ondersteunende betekenisdragers zijn afwezig bij online-communicatie. En daardoor kost het ons brein veel meer moeite om op de woorden te focussen en hun betekenissen te laten doordringen. En zijn we na afloop dus veel meer vermoeid.

Conferencing-programma’s zijn een geweldig alternatief. Wat een zegen is online-teaching nu fysieke lessen onmogelijk zijn. Maar het is een zegen met een zwart randje. En ondertussen moet ik me extra inspannen opdat al mijn studenten een goed begrip krijgen van Hegels vaak onbegrijpelijke fenomenologie. Als lesgever kan ik immers niet wegkomen met die andere befaamde uitspraak van Cruyff: als ik zou willen dat je het begreep, zou ik het beter hebben uitgelegd.

Alicja Gescinska

Corona Virus Update

  • Wereld
  • Aantal
    besmettingen
    58.640.945
  • Aantal
    doden
    1.387.976
  • België
  • Aantal
    besmettingen
    558.779
  • Aantal
    doden
    15.618