Therapeutisch tuinieren

Voices

De voorbije lockdownweken heb ik de waarheid in een oude wijsheid begrepen: Il faut cultiver notre jardin. Het is een bekende uitspraak van de Franse verlichtingsfilosoof Voltaire. Het was een van de weinige zaken waarin hij het waarschijnlijk met zijn tijdsgenoot Jean-Jacques Rousseau eens was. Rousseau hield er een romantische kijk op de natuur op na: hij geloofde sterk in de heilzame werking van de natuur op de menselijke geest. De ‘moderne’ mens heeft het te druk, zijn wereld is te verstedelijkt, zijn geest te veel gericht op het materiële. En dus pleitte Rousseau voor een retour à la nature; zoals die andere bekende leuze van hem klonk.

Il faut cultiver son jardin. Foto: Nagesh Badu

Het was een van de onverwachte neveneffecten van het coronavirus en de lockdown: de latente tuinierder is in velen van ons ontwaakt. De rush op de tuincentra kwam uitgebreid in het nieuws. Ook ik ontkwam er niet aan, en op een dag bleek ik zomaar een moestuin aangelegd te hebben. Ergens achterin de tuin begon ik het onkruid te wieden, de aarde om te woelen en allerlei zaadjes en plantjes in de grond te stoppen. Immers: je moet je tuin cultiveren. 

Die visie van Rousseau kan zowel letterlijk als metaforisch begrepen worden. Ook de tuin van je innerlijk moet je onderhouden. Negatieve gevoelens trek je bij de wortel uit je geest, anders komen ze terug. Het onkruid van onnozele gedachten en foute aannames moet je uit je hoofd wieden. Hoe je dat precies moet doen – je geest en hart bevrijden van zwarte gedachten en gevoelens – is het geheim van een gelukkig leven. Daar bestaat geen toverformule voor. Maar de voorbije weken heb ik Rousseau gelijk moeten geven: een mens kan geluk vinden in het cultiveren van son jardin

Op die heilzame werking van tuinieren wees ook de Engelse psychiater en docent Sue Stuart-Smith. Ze schreef een geweldig onderhoudend boek over haar liefde voor tuinieren, dat dit jaar naar het Nederlands is vertaald als Tuinieren voor de geest. In dat boek verbindt Stuart-Smith haar persoonlijke passie met haar psychiatrische deskundigheid: met groene vingers gaat ze door de menselijke geest. Met een filosofisch en academisch onderbouwd pleidooi toont ze aan hoe zaaien, wieden en snoeien een mens simpelweg gelukkiger maakt. Door met je handen in de grond te wroeten, kun je je meer thuis, meer geworteld in deze wereld voelen. Daarmee is tuinieren een remedie tegen de psychologische last van ontheemding en vervreemding.

We zijn allen ongevraagd op deze wereld geworpen. Waarom zijn we hier? Waar kom ik vandaan? Waar hoor ik thuis? Dat zijn lastige levensvragen. In de tuin vind je het antwoord op die vragen misschien niet, maar de last ervan wordt wel minder zwaar. Zoals Stuart-Smith het aan het eind van haar boek besluit: ‘Tuinieren werkt twee kanten op; het is zowel naar binnen als naar buiten gericht, en een tuin verzorgen kan uitgroeien tot een levenshouding. In een steeds meer door technologie en consumptie overheerste wereld brengt tuinieren ons niet alleen rechtstreeks in contact met de realiteit van het ontstaan van het leven en de wijze waarop dat zichzelf in stand houdt, maar ook met de broze en vluchtige aard daarvan.’