Praten over praten over racisme

Voices

Het publieke debat is de olie die de motor van de democratie draaiende houdt. De kwaliteit van een open samenleving laat zich afmeten aan de kwaliteit van de manier waarop mensen van mening verschillen. Afgaande op het racismedebat zoals dat de voorbije maanden is gevoerd, is er weinig reden om positief gestemd te zijn over de gezondheidstoestand van onze democratie. 

Deze week werden weer nieuwe dieptepunten bereikt. Een filmpje van een Vlaams volksvertegenwoordiger ging gretig rond op het internet. Daarin stelde de betreffende politicus dat al die autochtonen en vreemdelingen wel gewoon het land uitgeschopt zouden worden, indien hij het voor het zeggen had. Eveneens viraal ging een interview met een journaliste en activiste, die stelde dat alle witte mannen racisten zijn. Daarin weerklinkt de stelling die antropologe Gloria Wekker al enkele jaren geleden poneerde: ‘witte onschuld’ bestaat niet.

Een tijdje geleden konden we ook al in een debat over het onderwerp in De Zevende Dag horen dat enkel witte mensen racisten kunnen zijn. Zwarten kunnen niet racistisch zijn, omdat zij tot een onderdrukte gemeenschap binnen de gemeenschap zouden behoren. Zulke uitspraken moeten dus niet als toevallige uitschuivers beschouwd worden. Ze maken deel uit van de identiteitspolitiek en een schijnbaar groeiend perspectief op de verhoudingen tussen mensen met verschillende huidskleur in onze samenleving. 

Ook witte mensen kunnen slachtoffer van racisme zijn

Zulk een perspectief is weinig heilzaam. De paradox wil immers dat zulke generaliserende uitspraken over mensen op basis van geen enkel ander criterium dan hun huidskleur prototypisch racistisch is. Bovendien is de wetenschappelijke basis voor zulke generaliserende uitspraken volstrekt onbestaande: geen enkel mens, geen enkele bevolkingsgroep, rijk noch arm, wit noch zwart is niet vatbaar voor racistische gedachten en gevoelens: als subject en als object. Ja: ook witte mensen kunnen slachtoffer van racisme zijn, en ook ik zou daarvan uitvoerig kunnen getuigen. Nee: succesvolle, witte mannen worden niet met een racistische erfzonde geboren. Zij kunnen zelfs de meest fervente tegenstanders van racisme zijn. 

Alle mensen die de polarisatie in de samenleving en het teveel aan simplismen en platitudes in het publiek debat een groot probleem vinden, moeten dringend praten over de manier waarop we over racisme praten. Racisme is een te belangrijk psychologisch, persoonlijk, maatschappelijk, menselijk fenomeen om het over te leveren aan zwart-wit-voorstellingen. Zulke voorstellingen zijn altijd misplaatst – en dat is een van de weinige generaliseringen die men wel voor waar mag nemen. Willen we de kwaliteit van het racismedebat opkrikken, is het des te belangrijker dat de media meer ruimte biedt voor onderbouwde dan voor onbehouwen meningen. De nuance is de kroon op de beschaving. Onze samenleving moet tonen dat zij het dragen van dat kroontje waard is.