Alicja Gescinska

Het excuus van andere tijden

Voices

Morele verontwaardiging: het is een merkwaardig iets. Vaak zijn we het te snel, te vaak en om de foute redenen. En haast even vaak zijn we het te weinig en te traag om redenen die er wel toe doen. Een treffend voorbeeld daarvan is de heisa waarin de Franse schrijver Gabriel Matzneff de voorbije weken beland is. Aanleiding was het verschijnen van Le Consentement, een nieuw boek van schrijfster Vanessa Springora, eind december.

In haar boek beschrijft Springora hoe ze als veertienjarig meisje seksueel contact had met de gerenommeerde schrijver. Het boek werd in de media onthullend genoemd. ‘Topauteur ontmaskerd’ blokletterden verschillende kranten, alsof de sluier van een groot geheim getild werd. Maar niets is minder waar. Van een onthulling of ontmaskering kan allerminst sprake zijn. Matzneff kwam in het verleden in interviews en boeken openlijk uit voor zijn seksuele contacten met minderjarigen. Daar werd toen nogal lacherig over gedaan. Nu krijgt de 83-jarige Matzneff de hele publieke opinie over zich.

Dit roept vragen op over onze morele verontwaardiging. De redenen waarom we daar vandaag over verontwaardigd zijn, zijn waarschijnlijk wel duidelijk. Het collectieve bewustzijn van de verwerpelijkheid van seksueel misbruik, manipulatie en intimidatie is toegenomen, onder andere door prominente pedofilie- en MeToo-schandalen. Ook dragen de sociale media bij tot het aanwakkeren van stormen van verontwaardiging.  

Maar misschien net zo belangrijk is de vraag: waarom waren we daar vroeger niet verontwaardigd over? Waarom kon Matzneff openlijk schrijven en praten over zijn seksuele avances naar minderjarigen in de jaren zeventig? Autre temps, autre moeurs? Een tijdsgeest inroepen als excuus voor het eigen morele falen is zelden overtuigend. Ongetwijfeld is het zo dat – met de seksuele revolutie van de jaren zestig – losser omgesprongen werd met de grijze zones van het moreel acceptabele. Maar het zwartboek van de mensheid wordt vaak in precies die grijze zones geschreven. 

Eveneens is het zo dat de linkse intellectuele elite van naoorlogs Frankrijk makkelijk wegkwam met moreel bedenkelijke opvattingen en praktijken. Matzneff werd een hand boven het hoofd gehouden door verschillende vrienden en collega’s, waaronder ook Jean-Paul Sartre. Maar Sartre deinsde er in die jaren ook niet voor terug om het communisme en de Sovjet-Unie te verheerlijken, al was op dat moment reeds goed bekend wat er in de goelagkampen gebeurde. De status van grote literator heeft als kwijtschelding van morele integriteit gewerkt. 

Zeker waren het toen andere tijden. Maar als we die tijden als excuus inroepen, moeten we toegeven dat onze morele verontwaardiging slechts een modegril is. Dan zijn morele waarden slechts conventies met een levensduur die hooguit iets groter is dan die van eendagsvliegen. Er valt echter iets voor te zeggen dat morele waarden en principes – zelfs al ze niet universeel zouden zijn – duurzamer en steviger zijn, en niet geheel aan de grillen van de tijdsgeest onderhevig. Dat merkte ook de Poolse filosoof Leszek Kolakowski ooit op. Het vergoelijken van meeheulen met totalitaire ideologieën in naam van een tijdsgeest, verwierp hij ten stelligste: zelfs al valt het historisch te verklaren, een gebrek aan moed of moraal spreekt niemand vrij.