De vloek van het verleden

Voices

De voorbije weken hebben we het duidelijk kunnen aanschouwen: alles gaat voorbij, behalve het verleden. Dat komt steeds terug. Wereldwijd laaide de discussie over standbeelden van historische figuren met een bedenkelijke nalatenschap hoog op. In ons land ging de aandacht daarbij vooral uit naar de figuur van Leopold II. Het is duidelijk belangrijk dat we daar als Belgische staat toch een beetje meer mee in het reine komen. Immers: als je de dingen in het ongewisse laat, zal het verleden des te harder aan de voordeur van het heden komen kloppen.

Over de vraag of het nuttig is dat een parlementaire commissie zich over Leopold II en ons hele koloniale verleden zal buigen, zijn de meningen verdeeld. Vooral de term ‘waarheidscommissie’ bleek een obstakel. Welke waarheid moet en kan nog onthuld worden? Daarover gaat de discussie in feite niet. We hebben voldoende feitenkennis om onze morele houding ten aanzien van Leopold II te kunnen bepalen. Of het dan gaat om 2, 3, 5 of 10 miljoen mensen die gestorven zijn onder zijn bewind; daarvan hangt onze erkenning niet af dat er een historisch trauma is ontstaan door wandaden uit het verleden.

Het bekladde standbeeld van Leopold II in Brussel. Foto: AP Photo/Virginia Mayo

De discussie die we de voorbije dagen hebben gezien draait vooral om erkenning. Mensen zijn vragende partij voor erkenning voor de wantoestanden van vroeger. Een parlementaire commissie heeft vanuit die optiek wel een grote symbolische kracht. Je begint immers pas een parlementaire commissie omdat je al erkent dat iets van groot belang is. 

‘De huidige controverse moeten we aangrijpen om in ons onderwijs wat meer aandacht te hebben voor het koloniale verleden’

Maar de echte verandering moet natuurlijk niet in de publieke ruimte, maar in onze hoofden gebeuren. De werkelijke inzet draait om meer dan enkel wat standbeelden of straatnamen. Een straatbeeld veranderen, kan relatief makkelijk. Maar veranderen wat er in de hoofden en harten van mensen zit, dat vergt meer werk.

De huidige controverse moeten we aangrijpen om in ons onderwijs wat meer aandacht te hebben voor het koloniale verleden, én onze omgang met dat verleden. Het zou een gemiste kans zijn om het nu vooral over standbeelden, schilderijen en straatnamen te hebben, zonder het onderwijs centraal te stellen. Het belang van een goede kennis van geschiedenis kan moeilijk overschat worden. Historisch perspectief is geen garantie op inzicht en wijsheid, maar er wel een absolute voorwaarde van. 

Het is ook belangrijk om op te merken dat elk land worstelt met zijn verleden, en elk land heeft daarin zijn eigenheden, zijn eigen geschiedenis. De slechts mogelijke strategie is: we moffelen het maar weg, we zwijgen. Polen is in dat opzicht een interessant voorbeeld. Wat daar enorm leeft is de vraag: wij waren als Polen niet enkel slachtoffers van het naziregime en van de Holocaust; maar wat is de rol van Polen als dader, als medeplichtige.

De huidige regering lijkt dat laatste aspect het liefst zoveel mogelijk te willen verbergen. Bepaald onderzoek en uitspraken over de medeplichtigheid van Polen wil men zelfs strafbaar maken. Een zogenaamde ‘Holocaust-wet’ die daartoe ontworpen was, veroorzaakte enkele jaren geleden nog internationaal luid protest. Niet onterecht, want zo’n aanpak is erg te bekritiseren. Wie met oogkleppen naar het verleden kijkt, loopt als een blinde zijn toekomst tegemoet.