De tienjarige verjaardag van ‘climategate’ leidde enkel tot de ontmaskering van de klimaatontkenners

Voices

Rusland, Wikileaks en gestolen e-mails. Ik vergeef het je als je denkt dat ik het heb over het algemeen aanvaarde complot om de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 te beïnvloeden. Dat schandaal staat sindsdien bekend als Russiagate. Maar dit gaat over het nepschandaal in november 2009, dat bekend zou worden als Climategate. Ongetwijfeld een proefproject voor de recentere hacking van de presidentsverkiezing.

Tien jaar geleden verkregen hackers met banden met Rusland en Wikipedia toegang tot een e-mailserver in Groot-Brittannië. In een massale, zorgvuldig georkestreerde campagne gaven ze gestolen e-mails vrij om de naderende Klimaattop van Kopenhagen in december 2019 te beïnvloeden. Woorden in de e-mails werden opzettelijk herschikt en uit context gehaald door klimaatontkenners met als doel om wetenschap en wetenschappers in een slecht daglicht te stellen. (Zo bijvoorbeeld werd het woord ‘trick’, een term die wiskundigen gebruiken om een probleem op een slimme manier te omzeilen en op te lossen, geïnterpreteerd en voorgesteld in de betekenis van ‘list’.)   

Zelfs de benaming van de affaire – ‘Climategate’ – was het product van een zorgvuldig opgebouwd narratief, opgedrongen aan het publiek en beleidsmakers in een gezamenlijke actie van voorvechters van de fossiele industrie, ingehuurde bullebakken en conservatieve mediabedrijven. De mainstream media konden niet aan de verleiding weerstaan en het duurde niet lang eer het op de nieuwsdiensten gonsde van de geruchten dat e-mails de groezelige onderbuik van de klimaatwetenschap blootlegden.

Verschillende opeenvolgende onderzoeken lieten zien dat de wetenschappers niets verweten kon worden. Inderdaad, hoe ironisch dat de enige misdaad de criminele diefstal zelf was, net zoals bij Watergate waar de kwestie naar genoemd is. Maar de schade was al aangericht. ‘Climategate’ werd een verenigende oproep voor het netwerk van klimaatontkenners en betaalde politici op de loonlijst van de fossiele industrie.

Voor de klimaatontkenners draaide de uiteindelijke erfenis van de campagne echter anders uit dan verhoopt. Terwijl de fossiele industrie decennialang had geprobeerd om regelgeving rond de CO2-uitstoot uit te stellen, toonde ‘Climategate’ net aan hoe grenzeloos ver de ontkenners bereid waren te gaan in hun pogingen tot bedrog om klimaatactie te saboteren. Het was een stilzwijgende bekentenis dat ze geen poot meer hadden om op te staan.

Zo werd het inroepen van ‘Climategate’ als reden voor een gebrek aan klimaatactie een duidelijke indicatie. Wie het doet is van slechte wil. Dergelijke mensen zijn geen eerlijke actoren die handelen op basis van waar ze echt in geloven. Het zijn hypocrieten die wetenschap en wetenschappers intentioneel verkeerd voorstellen, om politiek te scoren in het belang van de fossiele industrie voor wie ze optreden. 

In het voorbije decennium werd regelrechte klimaatontkenning grotendeels overwonnen. Het debat is, in eerlijke kringen ten minste, weggeschoven van de kwestie of we een probleem hebben en wat eraan te doen. Maar het is kort dag. Extreme weersomstandigheden komen ondertussen al vaker voor en zijn al destructiever en dodelijker door de klimaatverandering. Toch bewegen die omstandigheden het publiek en een groeiend aantal beleidsmakers net tot actie. De weersveranderingen laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Het gevaar is al onder ons en het moet nu aangepakt worden. De stijging van het zeeniveau in combinatie met destructievere orkanen bedreigen de kustgemeenschappen van Florida. Zelfs de plaatselijke republikeinen beginnen het thema serieus te nemen omdat het vastgoed aan de kust meer en meer onder water komt te staan.  

Aan het energiefront is hernieuwbare energie nu goedkoper dan ooit. De prijzen blijven dalen en de aanschaf ervan neemt versneld toe. De transitie van fossiele naar hernieuwbare energie is onstuitbaar. Ook al is het maar omdat de kost van wind en zon opvangen stukken lager ligt dan de kost van het opgraven, transporteren en verbranden van fossiele brandstoffen – zelfs zonder een prijskaartje te plakken op vervuiling. Maar we moeten de transitie absoluut versnellen als we de steeds gevaarlijker wordende opwarming willen vermijden. Daar kan een prijs op CO2 voor zorgen.

Voeg daar de massale, wereldwijde klimaatbetogingen aan toe, geleid door onze kinderen, en we hebben alle noodzakelijke ingrediënten voor een maatschappelijk kantelpunt voor klimaatactie. Toch zet de olie-industrie niet zomaar een stapje opzij. Er vormt zich al een nieuwe strategie aan het front: een zachtere vorm van klimaatontkenning. Het betreft pogingen om de aandacht af te leiden van de verantwoordelijkheid van de industrie of om valse oplossingen voor te stellen die onze verslaving aan olie, steenkool en gas in stand houden. We kunnen ons dit soort vertragingen echter niet meer veroorloven. We hebben geen tijd om vervuilers te vriend te houden met verwaarloosbare beleidsmaatregelen in de marge. We hebben bitter weinig tijd om van onze verslaving af te raken en catastrofale gevolgen te vermijden.

Een terugblik leert ons zelfs dat we al veel te veel tijd verspild hebben. Maar een vooruitblik leert ons dat we slechts een jaar verwijderd zijn van een alles-of-niets-verkiezing voor het klimaat. Nog iets dat vandaag relevanter geworden is dan een decennium geleden. Het goede nieuws is dat het een opportuniteit is om onze toekomst in handen te nemen door te gaan stemmen, en te stemmen vóór het klimaat.

Michael E. Mann is ereprofessor Atmosferische Wetenschappen aan de staatsuniversiteit van Pennsylvania. Zijn recentste boek, met Tom Toles, heet The Madhouse Effect: How Climate Change Denial Is Threatening Our Planet, Destroying Our Politics, and Driving Us Crazy (Columbia University Press, 2016).