scrollTop top

Alicja Gescinska: ‘Waarom vogelen goed voor je is’

Het was een nieuwsbericht dat vast de meesten ontgaan zal zijn. In volle COVID-tijden, betrof het dan ook een eerder triviaal te noemen kwestie. Maar het zijn de triviale dingen die het leven kruiden. Het zijn de kleinigheden die het leven smaak verschaffen. Ik heb het over het feit dat prince William in oktober het roer heeft overgenomen van zijn grootvader, Prince Philip, als beschermheer van de BTO: The British Trust for Ornithology. Prins Philip is zelf een verwoed vogelaar, en met de opvolging door William wordt de ornithologische traditie in het Britse koningshuis alvast verder gezet.

Vogelen kan hooguit een hobby lijken, maar in het VK spelen de zogenaamde conservation trusts een belangrijke rol in het natuurbehoud. En zo ook de BTO, die op jaarbasis vele honderdduizenden ponden spendeert aan natuurbehoud ter bescherming van de plaatselijke vogelpopulaties. En daarmee doet men meer dan enkel voor de vogels zorgen. Men zorgt ook voor de burger. Ook dat is een van de uitgangspunten en doelstellingen van de BTO: het besef cultiveren dat ornithologie en het contact met de natuur een positieve invloed hebben op ons geestelijk en lichamelijk welzijn.

Ik zal alvast bekennen dat de liefde voor de ornithologie bij mij eerder een prille liefde is. Tijdens de eerste lockdown, in maart 2020, spendeerde ik zoveel tijd in mijn tuin, dat ik op den duur als vanzelf een toegenomen interesse in onze gevederde en gevleugelde metgezellen op aarde kreeg. Ik ervoer het observeren van vogels en het luisteren naar het roepen en het fluiten van koolmezen, pimpelmezen, Vlaamse gaaien, kauwen, bonte spechten, groene spechten, buizerds, en allerhande zelf als een heilzame bezigheid. Vogelen is heel nuttig tijdverlies. Enerzijds is het een oefening in observatie, het scherpt de zintuigen. Anderzijds is het niet enkel een bron van inspanning, maar ook van ontspanning. Het doet de grotemensenzorgen in je hoofd naar de achtergrond verdwijnen.

Nu we met een tweede lockdown zitten, zou ik het oprecht iedereen gunnen: toegang tot de wondere wereld van de heel dagdagelijkse vogels die ons omringen.

Het is een plezier dat ik ook met subtiele dwang aan mijn kinderen probeer bij te brengen. Zo heb ik hen onlangs De slimste vogelgids Junior cadeau gedaan: de variant voor kinderen van het succesboek van Jan Rodts, waarvan vorig jaar meer dan 15.000 exemplaren de deur uitgingen. Maar daarbij stelt zich vooralsnog het merkwaardige gegeven dat ze bijzonder enthousiaste lezers van het boek zijn, maar tegelijk hun schouders ophalen wanneer ze de vogels op papier in levende lijve kunnen zien voorbijvliegen in de tuin.

Er wordt vaak gezegd dat filosofie begint bij verwondering, en dat kinderen eerder dan volwassenen excelleren in verwondering. Maar de kunst om verwonderd te zijn, is niet louter een spontane, aangeboren eigenschap van de mens. Die kunst moet geoefend en onderhouden worden. Zintuigen moet je net als je geest leren openzetten. En daartoe is de ornithologie een bruikbaar hulpmiddel: je leert de wereld meer, voller te ervaren. Of toch een stukje van de wereld; een stukje dat niet zo door coronazorgen en ziekte overheerst wordt. Met de vogels neem je dus ook even een vlucht.

Alicja Gescinska

Corona Virus Update

  • Wereld
  • Aantal
    besmettingen
    64.498.634
  • Aantal
    doden
    1.492.893
  • België
  • Aantal
    besmettingen
    582.252
  • Aantal
    doden
    16.911