Bourgogne druiven oogst

‘Vin de France’ bestaat 10 jaar: Wat gaat schuil achter dit label?

Wijnexpert Frank Van der Auwera laat z’n, eigengereide, licht schijnen over de wijnactualiteit

Op de kop af tien jaar geleden belandden de eerste flessen onder het label ‘Vin de France’ in onze rekken. Een poging van de Franse wijnwetgever om de toenemende concurrentie vanuit vooral de Nieuwe Wereld te counteren en ook extra zuurstof te geven aan wijnbouwers die hun buik (en hoofd) vol hadden van de soms oubollige, frustrerende appellatieregeltjes. Een succesverhaal, of een slag in het water?

Tot eind 2009 stond onderaan de kwaliteitspiramide van Franse wijnen de vage categorie ‘vin de table’. Vaag én verwarrend, want is een appellatiewijn dan misschien géén tafelwijn?

De Fransen zagen echter met lede ogen aan dat deze categorie, in principe eenvoudige wijnen voor alledag, qua verkoop jaar na jaar bleef afkalven en vooral qua export nog moeilijk kon opboksen in een steeds competitievere en globaliserende markt.

Vooral het feit dat deze vins de table géén oogstjaar op hun label mochten vermelden, noch het druivenras (nochtans een cruciaal selectiecriterium bij veel consumenten), maakte dat er steeds meer marktaandeel verloren ging aan de concurrentie uit andere Europese landen en zeker ook uit de Nieuwe Wereld.

Tegenwoordig wordt naar schatting 8% van de totale wijnproductie in Frankrijk als Vin de France gelabeld

Daarom kreeg Bernard Pomel de officiële opdracht om een alternatief uit te werken. Pomel rapporteerde al in 2006 zijn bevindingen aan het Franse Ministerie van Landbouw. Naast een nieuwe classificatie (waarbij ook de categorie VDQS sneuvelde) – en zeker ook geholpen door soepelere Europese spelregels die werden geïntroduceerd in 2009 – besliste de Franse wijnwetgever uiteindelijk tot de creatie van een gloednieuwe koepelcategorie, namelijk ‘Vin de France’. De eigenlijke commerciële introductie ervan startte in 2010.

Souplessekoning

De grote bonus van deze hervorming was dat het etiket Vin de France voortaan wel het millésime én de druivenvariëteit mocht vermelden. Het blijven natuurlijk wijnen zonder exacte geografische oorsprong (zonder IGP), dus een herkomstbenaming mag niet expliciet worden afgedrukt, en uiteraard moet het druivenmateriaal exclusief afkomstig zijn uit Frankrijk.

Voor veel wijnbouwers was de hervorming echter een verademing, vooral zij die zich beknot of gefrustreerd voelden door de soms te strikte appellatieregels. Want Vin de France geeft hen veel meer vrijheidsgraden qua productie, vooral op het vlak van gebruikte druivenrassen die bijvoorbeeld niet in de officiële appellatie getolereerd worden.

Bourgogne druiven oogst

De introductie was beslist een succes, want tegenwoordig wordt naar schatting 8% van de totale wijnproductie in Frankrijk als Vin de France gelabeld.

Twee types producenten zijn duidelijk in dit marktgat gesprongen.

Enerzijds de ‘koppigaards’ en ‘visionairen’, die binnen hun AOP of IGP creatief, casu quo innovatief, willen omspringen met bepaalde percelen en druiven.

Zo ontmoette ik in de Loire-vallei een broer en zus die het ouderlijk domein overnamen, maar geen zin hadden om zoals hun voorgangers de appellatie Gamay d’Anjou te gebruiken voor een heel oud perceel. Deze appellatienaam was volgens hen te besmet wegens de meestal belabberde kwaliteit.

Hun vieilles vignes gebruiken ze daarom sedert 2010 voor een heel unieke, strikt gelimiteerde cuvée, die ze ook op hout lageren. Aangezien ze in hun vinificatie nog op andere terreinen afwijken van de geldende Anjou-regels, kozen ze voor het etiket Vin de France.

Vin de France is in 10 jaar tijd uitgegroeid tot zowel een vrijbuitersappellatie, als een vehikel om zonder al te veel beperkingen lucratieve merkwijnen te lanceren

En alhoewel ze officieel dus geen recht hebben om een specifieke appellatie te dragen, mikt dit type wijnbouwers wél op de factor ‘terroir’ in hun wijn. Ze blijven immers actief binnen hun domeinen, appellatie of streek en gaan niet de mixtour op.

Andere collega’s hebben ook grote kwaliteitsambities met hun Vin de France en bottelen onder dit etiket vooral cuvées die werden samengesteld uit ‘ongewone’ druiven, blends die normaliter in hun officiële appellatie wettelijk taboe zijn. Zij experimenteren er kortom lustig op los en blijken vaak ook conciërges van vergeten inheemse druivenrassen die uit de appellatieboot zijn gevallen.

Eigenlijk kan je stellen dat bevlogen en getalenteerde wijnmakers Vin de France in de praktijk optillen naar het niveau van de betere IGT-wijnen (Indicazione Geografica Tipica), de Italiaanse categorie die ook over veel autonomie beschikt maar wél op geografische identiteit gebaseerd is. Bij een aantal Vin de France-wijnen is dat officieus ook stilaan het geval.

Anderzijds is het label natuurlijk ook heel populair bij grotere groepen, die net gebruikmaken van het feit dat er ook druiven uit diverse regio’s mogen gemengd worden. Ideaal dus om een bepaalde druivensoort in meerdere regio’s tegen de beste prijzen aan te kopen en te blenden tot een modieuze merkwijn, zelfs met druivenrassen die anders nooit mogen geassembleerd worden.

Vaak liggen de rendementen bij deze merkcuvées ook heel hoog want de productie ervan blijkt vaak grootschalig, zeker in vergelijking met de gelimiteerde opbrengsten bij de betere wijnbouwers.

Kortom, Vin de France is in 10 jaar tijd uitgegroeid tot zowel een vrijbuitersappellatie, als een vehikel om zonder al te veel beperkingen lucratieve merkwijnen te lanceren, steeds onder de tricolore van Frankrijk.

Bourgogne druiven oogst

Duidelijkheid ontbreekt nog

Uiteraard is niet alles koek en ei met deze versoepelde wijncategorie.

De maximale vrijheid om druiven en most te mengen van diverse regio’s en appellaties veegt dikwijls immers het terroirkarakter van het eindproduct weg. Zo zijn er merkrosés op de markt onder het etiket Vin de France die roséwijn en druivenmateriaal uit zeker 4 à 5 Franse subappellaties mixen, van Corsica tot de Elzas.

Informatieve ruglabels zijn mijns inziens dan ook een must wil Vin de France commercieel verder doorstoten

Misschien gunstig voor het uiteindelijke prijskaartje en om makkelijker op een wisselende vraag te kunnen inspelen – extra volumes produceren bij een stijgende vraag verloopt zo immers vlotter – maar authenticiteit mogen we niet meer verwachten in deze druivensoep.

Blijft het prijskaartje van de meeste Vin de France merkwijnen nog vrij laag – pakweg in de vork 6 à 9 euro –, is het voor veel consumenten verwarrend dat er ook ambitieuzere exemplaren op de markt zijn van individuele wijnbouwers die makkelijk het dubbele prijskaartje halen, omdat ze in gelimiteerde oplage, met vieilles vignes, of pas na een flinke eiklagering werden gebotteld. Het ‘waarom’ van dit prijsverschil is velen echter niet meteen duidelijk, tenzij ze natuurlijk de fles ontkurken …

Misschien wel grootste nadeel van de term Vin de France is dat veel consumenten het begrip geografisch evenmin kunnen inschatten. Ze zochten en kochten toch een wijn uit Frankrijk? Maar uit welk specifiek deel komt dan deze cuvée? Het ontbreken van een duidelijke verwijzing naar de streek of regio, laat het dan zoals wettelijk verboden géén appellatie zijn, valt misschien wel te ontcijferen door de ‘kenners’, doorsnee consumenten varen blind.  

Maar het maakt toch een wereld van verschil qua smaakbeleving als we bijvoorbeeld een Cabernet uit het Loire-vallei dan wel de Languedoc in ons glas krijgen?

Informatieve ruglabels zijn mijns inziens dan ook een must wil Vin de France commercieel verder doorstoten.