Tegenvaller: Covid-19-patiënten met milde klachten blijken amper antistoffen aan te maken

De hoop was dat iedereen die met het SARS-CoV-2-virus in contact komt grote hoeveelheden antistoffen aanmaakt, daardoor immuun wordt en op die manier bijdraagt aan de groepsimmuniteit.

Maar uit onderzoek van de Nederlandse viroloog Marion Koopmans blijkt dat mensen die na een besmetting met het coronavirus milde klachten ontwikkelen, minder antistoffen aanmaken. Dat betekent dat het straks dus complex wordt om te beoordelen of iemand die alleen milde klachten heeft gehad, ook immuniteit heeft opgebouwd tegen Covid-19.

De standaardmethode om vast te stellen of iemand immuun is, is antistoffen meten. Die antistoffen worden aangemaakt door wat ons aangeleerd immuunsysteem heet. Dat is het deel van het immuunsysteem dat informatie opneemt over elke ziekteverwekker waarmee iemand in aanraking komt en daaruit bijleert, zodat de volgende keer je ermee in aanraking komt, je cellen je daartegen verdedigen. Het is ook dat deel van je immuunsysteem dat ervoor zorgt dat je antistoffen aanmaakt nadat je een vaccin hebt gekregen.

Te snel en te goed

Naast het aangeleerde immuunsysteem heeft iedereen een aangeboren immuunsysteem. Dat systeem bestaat uit allerlei soorten cellen die niets bijleren en altijd hetzelfde reageren op ziekteverwekkers. Wat het onderzoek van Koopmans zou kunnen suggereren is dat bij mensen met milde klachten juist het aangeboren immuunsysteem een belangrijke rol speelt. Wellicht heeft het aangeboren immuunsysteem bij hen de virusdeeltjes erg snel opgeruimd, zo snel en zo goed dat het aangeleerde immuunsysteem niet erg actief is geworden en daardoor weinig antistoffen heeft aangemaakt. Het omgekeerde werd ook waargenomen: hoe heftiger de coronavirus-infectie, des te meer antistoffen aangemaakt worden.

Over de opbouw van groepsimmuniteit ontstaat nu meer onzekerheid

De hoop was dat iedereen die met het SARS-CoV-2-virus in contact komt grote hoeveelheden antistoffen aanmaakt, daardoor immuun wordt en op die manier bijdraagt aan de groepsimmuniteit. Over de opbouw van die groepsimmuniteit ontstaat nu meer onzekerheid. En dat is niet onbelangrijk omdat ze een belangrijke te overwegen factor is in het nakend verlichten van de maatregelen dat in de meeste Europese landen ondertussen op tafel ligt.

Ook het maken van een vaccin wordt er niet simpeler op als het onderzoek van Koopmans het bij het juiste eind heeft.

Meer en vaker = zieker?

Marion Koopmans zegt ook dat het aannemelijk is dat naast factoren zoals leeftijd en onderliggende aandoeningen je sneller en ernstiger ziek wordt als je meer virusdeeltjes tegelijk binnenkrijgt of er vaker aan wordt blootgesteld. Dat zou mogelijk verklaren waarom artsen en verpleegkundigen soms erg ziek worden. Ze baseert zich op onderzoek naar SARS, waarbij die relatie is aangetoond. Dat virus, waarvan in 2002 en 2003 een grote uitbraak was, lijkt heel sterk op het huidige coronavirus. Onderzoek heeft al aangetoond dat als je een groep muizen met een kleine hoeveelheid griepvirus infecteert en een andere groep met veel virusdeeltjes, die laatste muizen veel zieker worden.