Back in the USSR: Ruslands strijd voor de buitenlandse student

Terwijl Poetin stappen zet om wellicht zijn macht in eigen land te bestendigen, wil het Kremlin de komende jaren ook haar invloed in het buitenland blijven uitbouwen. Daarvoor haalt het onder meer een Koude Oorlog-strategie van onder het stof.

‘Ik zag een kans om in het buitenland te studeren en die heb ik gegrepen’, zegt Jean-Baptiste Bukuru, een Burundese doctoraatstudent aan de Russische Universiteit van de Vriendschap der Volkeren (RUDN). Naast student is hij er intussen ook assistent op de faculteit Internationaal Recht, waar hij lesgeeft. ‘Ik koos ervoor om in Rusland te studeren omdat ik een beurs aangeboden kreeg in het kader van de samenwerking tussen onze landen.’

Bukuru behoort tot de 334.000 internationale studenten die volgens overheidscijfers ingeschreven zijn in Russische universiteiten, een cijfer dat sinds 2010 meer dan verdubbeld is. In het academiejaar 2012-13 waren dat er nog net geen 140.000. En dat is geen toeval. De internationalisering van Russische universiteiten staat hoog op de beleidsagenda van het Kremlin, met als doel haar positie in de wereld te versterken. 

Toch is de politisering van het hoger onderwijs in Rusland niets nieuws onder de zon, verduidelijkt David Criekemans, professor Internationale Betrekkingen (UAntwerpen), aan de telefoon. ‘Deze soft power-strategie dateert van het Sovjettijdperk, toen er ook grote cohorten van studenten uit communistische republieken in Afrika en Azië hun licht gingen opsteken in Moskou. Op die manier werden vriendschapsbanden voor het leven gesmeed en eindigden beloftevolle studenten enkele decennia later in de regering.’

Aziaten en Afrikanen

Vandaag mengt Rusland zich opnieuw in de strijd om de buitenlandse student. Het land wedijvert met Duitsland en Frankrijk voor de positie van ‘s werelds zesde meest populaire bestemming. Tegen 2025 wil Rusland het aantal buitenlandse studenten opkrikken naar 710.000. Hoewel studenten uit voormalige lidstaten van de Sovjet-Unie, zoals Georgië en de Baltische republieken, vandaag de buitenlandse instroom domineren, is er de afgelopen jaren een sterke toename van jonge Aziaten en Afrikanen. 

‘Momenteel studeren meer dan 17.000 Afrikanen in Rusland’, zei President Vladimir Poetin opgetogen tijdens de Rusland-Afrika top in Sotsji in oktober. ‘We zullen nadenken over hoe we dit aantal kunnen verhogen.’ Een populair middel om dit te verwezenlijken is het toekennen van beurzen aan studenten zoals Bukuru. Vierduizend van de Afrikaanse studenten waarover Poetin sprak, krijgen al beurzen gefinancierd door de Russische belastingbetaler. Dat aantal zal volgens experten nog toenemen.    

De Russische president Vladimir Poetin poseert naast Afrikaanse staatshoofden tijdens de Rusland-Afrika top in Sochi, Rusland, 2019. Foto: Valery Sharifulin / TASS Host Photo Agency

Bovendien lijkt voor jonge Afrikanen als Bukuru een opleiding in Rusland toekomstperspectief te scheppen, althans aan ambitie geen gebrek: ‘Aan het einde van mijn opleiding ben ik van plan een fatsoenlijke baan te zoeken en dat kan overal zijn. Ik zal nu in Burundese, maar ook in Russische universiteiten kunnen lesgeven’, zegt hij. ‘Ik wil graag carrière maken in internationale organisaties zoals de VN of de Afrikaanse Unie. Ik wil mijn verworven kennis graag ten goede brengen aan de ontwikkeling van mijn land.’

Gevraagd naar de forse stijging van internationale studenten in Rusland, heeft vicerector Ivan Prostakov van de Higher School of Economics in Moskou een eenvoudig antwoord klaar. ‘Rusland heeft een kwalitatief hoogstaand onderwijssysteem, dat ook bevestigd wordt door de QS World University Rankings’, zegt hij. ‘Ons land staat op de vijftiende positie, net na Zwitserland en Zweden, gevolgd door Nieuw-Zeeland en België.’ 

‘Daarnaast is ons onderwijs betaalbaarder dan in andere landen’, vervolgt Prostakov in een interview met Newsweek België. ‘We delen jaarlijks 15.000 overheidsbeurzen uit aan internationale studenten en de gemiddelde inschrijvingskosten zijn lager dan in andere landen.’  

Koude Oorlog

Naast het soft power-beleid van het hedendaagse Rusland, zijn er ook in de universiteiten zelf nog echo’s van het Sovjetverleden terug te vinden. Daar is de Universiteit van de Vriendschap der Volkeren (RUDN), waar de Burundees Bukuru doctoreert en lesgeeft, het klassieke voorbeeld van. 

De universiteit werd in 1961 opgericht in Moskou onder de naam Patrice Lumumba Universiteit, naar de vermoorde Congolese politicus en onafhankelijkheidsleider. Gesticht voor studenten uit de derdewereldlanden, werd het instituut tijdens de Koude Oorlog al snel een vlaggenschip van Sovjetinternationalisme. Zij die er afstudeerden, werden beschouwd als voorstanders van de communistische ideologie.

De Russische Universiteit van de Vriendschap der Volkeren (RUDN) in Moskou. Foto: RUDN

De Sovjet-Unie bleef sterk aanwezig in het Afrikaanse continent als onderdeel van zijn ideologische oorlog met het Westen door bevrijdingsbewegingen te steunen en adviseurs uit te sturen naar voormalige koloniën. Maar na de val van de USSR in 1991 verloor het gehavende Rusland haar belangstelling voor Afrika. De Patrice Lumumba Universiteit, ofwel RUDN vandaag, vergaarde eerder bekendheid vanwege skinhead-aanvallen op haar andersgekleurde studenten dan voor haar warme welkom. 

Maar de Russische interesse in het continent is de laatste jaren opnieuw aangewakkerd. Volgens de Financial Times heeft Moskou ‘in heel Afrika teams van militaire instructeurs ingezet om presidentiële bewakers van de elite op te leiden, wapentransporten verzonden en wankele autocraten bijgestaan bij verkiezingsstrategieën. Het heeft ook beloofd om kerncentrales te bouwen en oliebronnen en diamantmijnen te ontwikkelen’.

‘Moskou moet zijn opportuniteiten rapen in die landen waar het Westen niet in geïnteresseerd of actief is’

Internationale uitstraling

Universiteiten inschakelen in de strijd voor invloed op het continent past volkomen in deze geopolitieke strategie van het Kremlin. Zo zijn er van de 49 samenwerkingsovereenkomsten tussen de RUDN-universiteit en Afrikaanse universiteiten meer dan 20 in de afgelopen twee jaar besloten. Daarnaast heeft de universiteit plannen om, naast Namibië en Zambia, ook in andere Afrikaanse landen Russische taalcentra te openen. Dit fenomeen is volgens experten een gevolg van de verschuiving in het buitenlands beleid van het Kremlin en de verzuurde relatie met de westerse landen. 

‘Moskou moet zijn opportuniteiten rapen in die landen waar het Westen niet in geïnteresseerd of actief is’, zegt Criekemans. ‘Daarnaast heeft het beperkte middelen, waarmee het toch moet proberen zijn internationale uitstraling te bestendigen. De Higher School of Economics is daar ook heel erg mee bezig.’

Dat bevestigt ook de vicerector van de Moskouse universiteit, die bijzonder open is over de nauwe band tussen de prioriteiten van het Kremlin en de zijne. ‘Ons doel is om een aandeel van 20 procent buitenlandse studenten te halen (de teller staat vandaag op 10 procent, red.)’, zegt Prostakov. ‘Dan krijgen we extra subsidies en implementeren we het ‘slimme-migratiebeleid’ van de regering.’

Langetermijnstrategie

Slim bekeken van Moskou, vindt Criekemans. Volgens hem hebben Afrikaanse regimes tegenwoordig maar twee keuzes in het kader van internationale betrekkingen. Ofwel doen ze zaken met het Westen, maar dan botsen ze op lastige vragen over mensenrechten, democratie en transparantie. Een andere optie is om met China in zee te gaan, maar ook dat loopt niet altijd van een leien dakje. De Chinezen mogen dan wel spoorwegen en ziekenhuizen bouwen, ze doen dat vaak met hun eigen arbeiders en gaan zelf aan de haal met de prijzen. 

‘Nu probeert Moskou een derde alternatief uit te bouwen’, zegt Criekemans. ‘Er zullen in de bilaterale deals met deze landen enerzijds wel afspraken zijn met betrekking tot uitwisseling op het vlak van wetenschappelijk onderzoek, maar dat Moskou daar anderzijds wel bijvoorbeeld de landbouw- en mijnbouwindustrie voor in ruil ziet. Zoals we eerder in de gasindustrie hebben gezien: de Russen willen altijd ofwel potentiële concurrenten uitschakelen, ofwel ze mee tot partner maken.’

Of Rusland zal slagen in haar opzet om een machtspositie in Afrika en daarbuiten te verwerven, onder meer door zijn universiteiten mee in de strijd te gooien, valt af te wachten. ‘Het is een langetermijnstrategie’, besluit Criekemans. ‘Stel dat er daar een paar van die studenten later minister van Economie of van Arbeid worden, of zelfs premier; die zijn dan misschien Moskougezind. En dan kan dit binnen een of twee decennia zijn vruchten afwerpen.’ Wat vandaag al wel zeker is: de strijd om de internationale student gaat onverminderd voort.