Rupssoort ontdekt die plastiek eet

Volgens een recente wetenschappelijke studie beschikken de vlinderlarven van de grote wasmot (Galleria melonella), een nachtvlinder, over darmbacteriën die meer dan een jaar kunnen overleven op enkel polyetheen. Deze rupsen blijken al langer plastic te consumeren, maar ze zouden nu ook een rol kunnen spelen in de afname van plastic in onze leefomgeving.

In 2017 kondigden wetenschappers uit het Verenigd Koninkrijk en Spanje aan dat ze per ongeluk een rupssoort hadden ontdekt die in staat is om polyethyleen af te breken, een van de meest gebruikte kunststoffen ter wereld. Ze bleken het plastic te verteren en als bijproduct ethyleenglycol te produceren. Terwijl andere organismen dit ook doen, zijn deze rupsen in staat om het plastic veel sneller af te breken. Het interne mechanisme dat dit aanstuurt was tot voor kort echter onduidelijk.

In een studie die gepubliceerd is in het tijdschrift Proceedings of the Royal Society B: Biological Sciences heeft een team onder leiding van Bryan Cassone, van de Canadese Brandon University, nu vastgesteld hoe het microbioom van deze ‘plastivoren’ het proces controleert.

Plastic als enige voedingsbron

Voor het onderzoek verdeelde het team de rupsen in drie groepen. Eén werd gevoed met honing, een andere met plastic, en de derde groep werd uitgehongerd. Dan werd bij elke groep gekeken naar de darmmicrobiomen, het genetisch materiaal van bacteriën, schimmels en virussen die in de darm leven. De rupsen bleken polyethyleen te consumeren en verteren. De darmbacteriën bleven ondanks het dieet stabiel, maar er was een verhoogde microbiële aanwezigheid in de plastic-etende groep. Dat betekent dat er een toename was van het totaal aantal bacteriën in de darm van de rupsen.

‘We hebben die bacteriën geïsoleerd en ze meer dan een jaar gevoed met plastic als enige voedselbron’, vertelt Cassone.

De grote wasmot

Dat de bacteriën langer dan een jaar op plastic konden overleven, is belangrijk omdat het betekent dat ze micro-organismen kunnen identificeren die betrokken lijken te zijn bij de afbraak van het plastic. De ontdekking kan leiden tot de ontwikkeling van technologie die plastic permanent uit onze leefomgeving verwijdert. Naar schatting komt er elk jaar zo’n acht miljoen ton plastic in de oceanen terecht, dus er wordt gretig naar oplossingen gezocht.

Helaas. ‘Het probleem van plasticvervuiling is te groot om op te lossen met wormen’, vertelt Cassone. ‘Bovendien hebben de vlinderlarven de neiging om steeds minder plastic te eten naarmate het dieet vordert. Door het proces te begrijpen – waarom de afbraak van plastic zo snel gebeurt bij de grote wasmot- kunnen we manieren ontwikkelen die echt een betekenisvolle impact hebben op de plasticvervuiling.’