Roger Federer: De ideale schoonzoon en ‘s werelds beste tennisser, of toch net niet?

Reeks sportbiografieën, Deel 1: ‘Federer’ van René Stauffer

Deze biografie van ‘s werelds meest vermaarde tennisser leest als een opgenomen sollicitatiegesprek van een topkandidaat bij een multinational zoals Coca-Cola of Unilever:

Dus Roger, vertel eens wat zijn je sterke punten?

Wel ik ken mijn vak zeer goed maar wil altijd bijleren. Daarom wissel ik regelmatig van coaches. Deze wisselingen geven me een nieuw perspectief zodat ik nog kan verbeteren.

Ik ben zelfzeker maar neem me niet altijd te serieus.

Ik wil altijd winnen en het beste van mezelf geven.

Ik heb ook een stabiel gezin, met een sterke vrouw die me steunt en vier prachtige kinderen. Mijn ouders hebben me ook altijd door dik en dun gesteund in mijn carrièrekeuzes en ik ben hen dan ook zeer dankbaar hiervoor. Als we reizen is het dikwijls met de hele kroost. Soms moeten we zelfs twee huizen huren.

Ik ben benaderbaar, zeker voor de pers die toch ook maar hun job doen, maar ik bescherm ook mijn privéleven, vooral om mijn familie een rustig en eenvoudig bestaan te geven, ver weg van de schijnwerpers. Wij zijn dan ook een gewoon huisgezin dat op zondag ook een wandeling maakt of boodschappen gaat doen.

Ik deins er zelfs niet voor terug om zelf mijn bagage te dragen!

Mijn concullega’s zijn eigenlijk geen tegenstanders. Ik viseer de bal, niet de man. Als ik het in één zin mag samenvatten, zo quoteer ik toch graag mezelf: ‘It is nice to be important but it is more important to be nice!’

En hebt u referenties?

Dhr. Justin Gimelstop, ATP-spelersvertegenwoordiger, stelt dat als iemand de wereld zou moeten leiden ik het ben. Ik heb het karakter en de energie om de wereld te verbeteren.

Mijn persoonlijke manager Tony Godsick zegt verder dat ik een heel sterk merk ben: ‘Ik kan Roger Federer heel goed verkopen maar niemand verkoopt Roger beter dan Roger zelf.’

En wat zijn uw zwakke kanten?

Als ik er echt goed over nadenk, dan is het mijn perfectionisme dat me soms parten speelt. Ik wil altijd het beste uit mezelf en anderen halen. Zeker toen ik jong was, kon ik soms huilen na een wedstrijd, omdat ik niet perfect had gespeeld. Als u van mij verwacht dat ik aanwezig ben op netwerkevents is dat geen issue want ik bereid me hierop voor. Ik doe dan alvast de benodigde smoking aan om geen schoonheidsfouten te maken.

Ik ben dan ook een compromisloze leider die een enorme flexibiliteit verwacht van mijn medewerkers. Ik ben hard tegen mezelf en mijn collega’s hoewel ik toch een empathische persoonlijkheid heb en emotioneel heel gevoelig ben. Dat mag bijvoorbeeld blijken uit de Roger Federer foundation die ik al op mijn 23ste heb opgericht en die jaarlijks miljoenen euro’s geeft aan opleidingen voor arme Zuid-Afrikaanse kinderen.

Tot hier dit fictieve sollicitatiegesprek. Deze biografie is niet goedgekeurd door Federer maar je kan je afvragen waarom. Zelden is er een dergelijke lofrede uitgeschreven over 358 pagina’s. De journalist lijdt dan ook aan het stockholmsyndroom. Stauffer is immers gekend als de ultieme Federer-kenner die hem 25 jaar op de voet heeft gevolgd.

Roger Federer tijdens de US Open in New York, in 2019. Foto: Louis Lanzano /Sipa USA

Je kan het Stauffer niet kwalijk nemen. Als er iemand deze éloges verdient, is het natuurlijk wel Roger Federer. Zijn persoonlijkheid en charisma zijn van ongelooflijke goudwaarde geweest voor het tennis. Hij is een kruising tussen Lionel Messi en Tiger Woods. Hij is een tovenaar met een bal – en dit mag je letterlijk nemen – met de uitstraling van een sportgod.

De cijfers en de resultaten, toch de essentie waarop je een sporter van zijn kaliber dient te beoordelen, ogen ronduit indrukwekkend. Hij staat al 21 jaar aan de top. Hij won 20 Grand Slam titels, de enige overwinningen die er in de tenniswereld echt toe doen, en is daarmee recordhouder. In die twintig jaren heeft hij moeten strijden tegen een hele generatie tennissers van Sampras tot Agassi, van Roddick tot Hewitt en natuurlijk Nadal en Djokovic, en telkens zijn spel moeten aanpassen aan deze nieuwe uitdagers. Hij stond 310 weken op nummer één, een absoluut record, en won 103 van de 362 tornooien waaraan hij deelnam.

Verreweg het meest fascinerende én indrukwekkende deel uit zijn carrière, en ook het beste deel uit deze biografie, is de comeback-overwinning op de Australian Open van 2017. Zijn laatste Grand Slam-overwinning dateerde immers al van Wimbledon 2012 en de meeste observatoren hadden hem ondertussen afgeschreven. Hij was bijna 36 jaar en had jaren van ‘net niet’ achter de rug, vooral het gevolg van de meteorische opkomst van Novak Djokovic. Bovendien sloeg het noodlot toe in 2016 wanneer hij geopereerd moest worden aan zijn meniscus.

Roger Federer veroverde de beker op de Australian Open in 2017. Foto: Chaz Niell

Hij vocht terug en maakte van deze eerste competitieloze periode in zijn hele tennisloopbaan gebruik om nog één keer zijn fysieke conditie te verbeteren én, nog belangrijker, zijn techniek bij te schaven. Hij schakelde over naar een racket met een slagoppervlak van 626 cm2, 7,5% groter dan zijn vorige racket, en werkte maanden aan de verbetering van zijn backhand – nochtans de beste enkelhandige backhand die het tennis ooit heeft gezien. Analyses tonen aan dat hierdoor zijn basissnelheid op de backhand verhoogde van 111 naar 120 kilometer per uur en de ballen op 88 centimeter boven het net zoefden in plaats van 97.

De belangrijkste vraag waar je als lezer van deze biografie over Federer naar op zoek gaat, is het waarom, de fameuze ‘Why?’, en deze beantwoordt Stauffer wel. Wat drijft Federer om vanaf zijn drie jaar elke dag op de baan te staan en het beste te blijven geven? Wat bracht hem ertoe om op dertienjarige leeftijd naar een tennisinstituut te trekken ver weg van zijn familie, met wie hij een idyllische jeugd had doorgebracht, om beter te worden? Waar haalt hij de energie vandaan om op 36 jaar nog een comeback te maken? Het antwoord is verrassend eenvoudig, maar toch o zo krachtig. Hij houdt van het tennis, hij is letterlijk elke dag nog verliefd op de sport die hem alles heeft gebracht. Die dankbaarheid, dat hij dit allemaal heeft mogen meemaken, straalt van hem af, zeker nu in de laatste jaren van zijn carrière .

Een persoonlijke noot om te eindigen. De discussie wie de grootste aller tijden is, wordt in deze biografie nooit beantwoord en dit is tussen tennisliefhebbers misschien wel de grootste discussie die steevast tot ruzie en gehakketak leidt. Wat zeker is, is dat de top drie aller tijden vandaag nog actief is, een beetje zoals in het voetbal waar de top twee ook nog speelt. Als je de cijfers bekijkt lijkt het er echter op dat Novak Djokovic, de wat miskende Serviër, uiteindelijk, zal uitgeroepen worden als de GOAT, ‘the greatest of all time’. Hij is nog jonger, blaakt van de conditie, heeft al 17 Grand Slams op zijn teller, en kan winnen op alle ondergronden, terwijl Nadal 11 van zijn 18 Slams heeft gehaald op gravel. Ook in onderlinge duels is Djokovic de winnaar.

Er is echter één argument dat je Federer moet nageven, dat zijn collega’s niet op tafel kunnen werpen: de manier waarop hij het spelletje speelt. Het is alsof je live naar Rembrandt kijkt die zijn Nachtwacht neerzet, van een absolute perfectie. Hij ziet het tennisveld als een canvas waar schoonheid  primeert op meedogenloze Djokoviaanse of Borgiaanse efficiëntie.

Federer en Henin poseren samen in 2008. Foto: Action Press

Je kan hem eigenlijk het best vergelijken met het Belgische wonderkind – ze is maar 1 meter 67 groot – Justine Henin, beiden kunstenaars op het veld. Wat deze twee tennisgeniën gemeen hebben is dan ook die enkelvoudige backhand, de moeilijkste slag in het tennis. De dubbelhandige backhand zal altijd wat mechanisch overkomen en wat bruut. Het is alsof Van Eyck zou schilderen met een dik penseel.

Sinds Henin heeft het vrouwentennis er nog nooit zo droevig uitgezien en je mag vrezen dat bij het einde van Federer we hetzelfde zullen meemaken. Vraag maar aan de golfliefhebbers wat het eerste einde van Tiger Woods voor hun sport heeft betekend.




Volgende keer: ‘Mijn wereld’ door Peter Sagan