scrollTop top

Naar school of niet? Wat wetenschappers hebben geleerd over kinderen en COVID-19

Verschillende recente onderzoeken brengen ons nieuwe inzichten over hoe en hoe erg kinderen besmet raken met COVID-19, hoe besmettelijk ze zelf zijn en welke rol ze al dan niet spelen in uitbraken. Toch is er nog veel dat we niet weten. Nu we volop in een tweede coronavirusgolf zitten die momenteel vooral jongere mensen treft en met het nieuwe schooljaar voor de deur: laten we even op een rijtje zetten wat wetenschappers de jongste zes maanden ontdekt hebben ontdekt.

Als kinderen worden blootgesteld aan het virus, lijkt het erop dat ze een lager risico hebben om COVID-19 te ontwikkelen. Een studie gepubliceerd in Nature in juni met gegevens uit zes landen suggereert dat kinderen onder de 20 jaar ongeveer de helft minder kans hebben om ziek te worden na blootstelling als volwassenen; andere studies in Israël, Nederland en Zwitserland melden consequent dat kinderen minder gemakkelijk besmet raken dan volwassenen.

Hoewel kinderen COVID-19 kunnen krijgen, is de ziekte over het algemeen minder ernstig bij hen dan bij volwassenen. De meeste kinderen met COVID-19 hebben milde symptomen, de meest voorkomende zijn koorts en hoesten. Dit wordt ondersteund door een van de grootste pediatrische onderzoeken tot nu toe, dat eind juni verscheen in Lancet Child & Adolescent Health. Er werd gekeken naar gegevens van 582 kinderen jonger dan 18 in 21 landen. De studie stipt aan dat kinderen soms wel degelijk ernstig ziek worden: meer dan de helft van de kinderen in de studie werd opgenomen in een ziekenhuis en vier van hen stierven.

Een leerling ontsmet in mei de handen alvorens een basisschool in Brussel binnen te gaan. Foto: AP Photo/Francisco Seco

Dat ziekenhuisopnamecijfer geeft een vertekend beeld: het gaat immers om kinderen die ziek genoeg waren om te worden getest of in een ziekenhuis te worden opgenomen. De American Academy of Pediatrics schat dat ergens tussen 0,6 procent en 8,9 procent van de pediatrische COVID-19-gevallen leidt tot ziekenhuisopname. Uit een andere studie (die nog niet door vakgenoten is beoordeeld) van 31 clusters van besmette huishoudens in vijf landen (China, Singapore, Zuid-Korea, Japan en Iran) bleek dat 12 procent van de besmette kinderen effectief ziek werd. Dat lijkt veel, maar bij gewone griep is dat bijna 60 procent.

Ontstekingssyndroom

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat kinderen met reeds bestaande aandoeningen zoals hartproblemen een verhoogd risico hebben. In zeldzame gevallen ontwikkelen kinderen met COVID-19 ook een ernstig ontstekingssyndroom dat hoge koorts en uitslag veroorzaakt en dodelijk kan zijn.

Terwijl we weten dat maar liefst 87 procent van de volwassen die ernstig ziek werden door COVID-19 daar langdurige symptomen aan overhouden, is er momenteel geen data over kinderen op dat vlak.

10 jaar de drempel?

Maakt de leeftijd van kinderen iets uit als het gaat om het risico van COVID-19? Er lijkt een verschil te zijn tussen jongere kinderen en adolescenten, zowel wat betreft hun kans om besmet te raken met het coronavirus als de kans om er ernstig ziek van te worden. Een studie van eind juli bij 16.025 mensen in de Verenigde Staten toonde aan dat kinderen ouder dan 10 jaar vergelijkbaar met volwassenen besmet kunnen raken. Uit een onderzoek in IJsland bleek ook dat 10 jaar de drempel leek te zijn wanneer de incidentiecijfers veranderden. Volgens de CDC (Centers for Disease Control and Prevention) zit bijna een derde van de Amerikaanse pediatrische COVID-19-gevallen in de leeftijdsgroep tussen de 15 en 17 jaar en is de mediane leeftijd 11. En net als bij volwassenen is de kans dat jongens het krijgen iets groter dan bij meisjes.

Al die data suggereert dat de middelbare scholen voor kinderen andere risico’s kunnen inhouden dan basisscholen.

Maar waarom zijn kleine kinderen minder vatbaar?

Het is nog steeds onduidelijk waarom jongere kinderen mogelijk minder vatbaar zijn. Een mogelijkheid is dat ze vaker worden blootgesteld aan verwante coronavirussen, zoals verkoudheid, en aangezien de immuniteit tegen deze blootstellingen in de loop van de tijd afneemt, hebben kinderen die onlangs zijn geïnfecteerd mogelijk bescherming die volwassenen niet hebben.

Het is nog steeds onduidelijk waarom jongere kinderen mogelijk minder vatbaar zijn voor COVID-19. Foto: Frederic Andrieu/ISOPIX

Een andere nieuwe studie suggereert dat het gen voor een receptor waaraan het virus zich in de bovenste luchtweg hecht minder speelt bij kinderen dan bij volwassenen. Over het algemeen wordt het immuunsysteem minder robuust naarmate je ouder wordt, dus het is ook mogelijk dat het immuunsysteem van kinderen gewoon een betere reactie op het virus veroorzaakt – niet te veel en niet te weinig. Of, omdat jongere kinderen niet zoveel kracht genereren als ze hoesten of praten om het virus te aërosolen, is het minder waarschijnlijk dat ze het virus in binnenruimtes naar anderen overdragen, zelfs als ze ziek zijn.

Meer virus in hun neus en keel

Maar kinderen kunnen het virus zeker zowel aan elkaar als aan volwassenen het virus overdragen. De vraag is hoe vaak ze dat doen. Wetenschappers hebben herhaaldelijk ontdekt dat geïnfecteerde kinderen dezelfde virale ‘lading’ hebben als volwassenen, en uit een nieuwe studie van 21 juli in JAMA bleek dat de ‘viral load’ bij jonge kinderen mogelijk nog hoger is. Die studie ontdekte dat kinderen onder de 5 jaar een zeer hoog virusniveau in hun neus en keel hadden, vergeleken met volwassenen. Een belangrijk voorbehoud daarbij is dat dit niet noodzakelijk betekent dat het virus besmettelijker is – de volgende stap is het daadwerkelijk kweken van levend virus uit uitstrijkjes van kinderen om te zien of dat zo is.

En nogmaals, de leeftijd van kinderen doet er waarschijnlijk toe als het gaat om hun vermogen om het virus over te dragen: een onderzoek in Zuid-Korea volgde de contacten van 5.700 COVID-19-patiënten en ontdekte dat kinderen tussen 10 en 19 jaar het virus op een vergelijkbare manier verspreiden als volwassenen, terwijl kinderen onder de leeftijd van 10 dat veel minder doen. Een beperking van de studie is dat er gekeken werd naar besmetting in huishoudens, waar maskers en sociale afstand minder waarschijnlijk waren. En uit een (nog niet door vakgenoten beoordeelde) studie uit Italië, die eind juli uitkwam, bleek dat kinderen onder de 14 jaar iets minder kans hebben om geïnfecteerd te raken dan volwassenen, maar in feite 9 procent meer kans hebben om het virus over te dragen.

Meerdere onderzoeken suggereren dat kinderen zelden de eerste persoon in een huishouden zijn die ziek wordt, wat betekent dat ze het eerder van hun ouders zullen krijgen dan het aan hun ouders geven. Maar huishoudelijke onderzoeken zijn vaak bevooroordeeld omdat onderzoekers zoeken naar wie als eerste ziek werd via de gerapporteerde symptomen – en kinderen hebben meer kans asymptomatisch te zijn.

Scholen: een moeilijk verhaal

De meningen over welke rol het al dan niet open houden van scholen speelt bij grotere uitbraken zijn gemengd. Feit is dat zelfs als kinderen het virus niet zo gemakkelijk overdragen als volwassenen, ze wanneer ze naar school gaan ze meteen liefst driemaal meer contacten hebben dan de doorsnee volwassene, wat betekent dat ze driemaal zoveel mogelijkheden hebben om het virus over te dragen.

Zweden hield tijdens de initiële golf de basisscholen open en sloot middelbare scholen. Finland sloot beide. Toen onderzoekers de twee Scandinavische landen vergeleken, ontdekten ze dat vanwege beperkte tests het infectiepercentage bij jongere kinderen waarschijnlijk aanzienlijk werd onderschat. Maar de data suggereert wel dat het openhouden van basisscholen geen noemenswaardige factor heeft gespeeld in de verspreiding van het virus in Zweden.

Het openhouden van basisscholen zouden geen noemenswaardige factor gespeeld hebben in de verspreiding van het virus in Zweden. Foto: Frederic Andrieu/ISOPIX

Maar er zijn Zweedse schooluitbraken geweest – op één school werden 18 van de 76 personeelsleden besmet en overleden verschillende leraren – hoewel het gebrek aan testen en contacttracering het moeilijk maakt om conclusies te trekken. Een Zweedse volksgezondheidsenquête in mei vond een relatief hoog aantal antilichamen bij kinderen, wat suggereert dat er mogelijk wél een significante overdracht op scholen is geweest.

Op andere plaatsen was het plaatje duidelijker. Toen Israël in mei binnen twee weken trapsgewijs probeerde scholen te heropenen, moesten meer dan twintig scholen weer sluiten en werden honderden studenten besmet. Volgens Eyal Leshem, de directeur van het Institute for Travel and Tropical Medicine van het Sheba Medical Center in Israël ‘is bekend dat schoolsluiting al jaren een van de meest ingrijpende interventies is om een ​​pandemische influenza-uitbraak te stoppen.’

In een recent onderzoek onder 727 mensen ontdekte het Israëlische ministerie van Volksgezondheid dat 28 procent van de besmettingen gebeurde in onderwijsinstellingen. Eén studie suggereert zelfs dat het sluiten van scholen de belangrijkste niet-farmaceutische interventie zou kunnen zijn voor het verlagen van de COVID-19-besmettingen. De reden waarom sommige landen schooluitbraken lijken te hebben en andere niet, houdt waarschijnlijk verband met hoezeer het virus circuleert in de gemeenschappen rond de school.

Biden vs Trump

Amerikaanse verkiezingen live

Nog >>
  • Wie wint de Amerikaanse verkiezingen?

    Biden vs Trump

Corona Virus Update

  • Wereld
  • Aantal
    besmettingen
    42.983.086
  • Aantal
    doden
    1.153.547
  • België
  • Aantal
    besmettingen
    321.031
  • Aantal
    doden
    10.810