Is veganisme zo goed voor je als ze zeggen?

Er blijkt heel wat mis te zijn met de Netflixreeks The Game Changers

Dat de vegan lifestyle aan een opmars bezig is, valt niet meer te ontkennen. Maar wetenschappers waarschuwen dat er nog veel is dat we niet weten over het dieet. 

Er is bijvoorbeeld bijzonder weinig bekend over de langetermijngevolgen van veganisme en of het significante voordelen heeft boven een omnivoor of vegetarisch dieet. Er blijkt ook een massa half ware en zelfs compleet foute info over veganisme de wereld ingestuurd te worden, niet in het minst omdat veganisme de nieuwe cash cow van de wellnessindustrie is. De succesreeks The Game Changers van Netflix is daar een mooi voorbeeld van. 

Veganisten kiezen ervoor om helemaal geen dierlijke producten te eten, ook geen zuivelproducten, eieren, honing, gelatine of andere voedingswaren die van dieren afkomstig zijn. Veganisten vinden van zichzelf dat ze gewoon consequente vegetariërs zijn. Ongeveer 1 op 100 Vlamingen noemde zichzelf in 2018 veganist, maar dat cijfer is het jongste jaar wellicht achterhaald. 

Blijkt bijvoorbeeld dat confronterende tv-reeksen zoals The Game Changers mensen wel degelijk over de streep halen om veganist te worden. Voor wie ze gemist heeft: The Game Changers is een documentaire die pleit voor een plantaardige levensstijl. Ze doet dat door de voordelen voor je gezondheid te benadrukken, maar ook door te stellen dat veganisme zou leiden tot betere sportieve prestaties dan een traditioneel omnivoordieet. De docu wordt geleid en verteld door James Wilks, een Ultimate Fighting Championship-kampioen en gevechtstrainer van elitesoldaten.

Wilks interviewt in The Game Changers verschillende topsporters die de overstap hebben gemaakt naar veganisme en lardeert dat allemaal met “baanbrekende” wetenschap die zijn beweringen onderbouwt dat planten het ultieme superfood zijn en dat dierlijke producten giftig voor de mens zouden zijn.

Morgan Mitchell, veganistische topsporter en tweevoudige Australische sprintkampioen van de 400 meter, in The Game Changers.

Onwetenschappelijk

Wetenschappers hebben ondertussen al fel gereageerd tegen de docu. Veel van het “bewijsmateriaal” in de film is selectief, van lage kwaliteit en anekdotisch zeggen ze. De reeks begint al meteen met zo’n halve waarheid, namelijk dat de Romeinse gladiatoren alleen plantaardig voedsel zouden hebben gegeten. Dat wordt “bewezen” met de hoeveelheid strontium dat gevonden is in de botten van gladiatoren. Strontium is een mineraal dat in hoge mate voorkomt in plantaardig voedsel. Mensen met veel strontium in hun botten eten meer groenten, mensen met weinig strontium in hun beenderen eten vooral vlees. Zowel geschiedkundig als puur chemisch klopt het in The Game Changers geschetste plaatje echter niet. Gladiatoren aten wel degelijk vlees, maar ze aten ook veel groenten.

Bovendien blijkt er serieus wat belangenvermenging te zijn in de reeks: de uitvoerende producenten, maar ook de meeste mensen die te zien zijn in de documentaire of er aan meewerkten, blijken mede-oprichters of aandeelhouders te zijn van veganistisch voedingsmiddelenbedrijven.

De executive producers van The Game Changers zijn bijvoorbeeld niemand minder dan James Cameron (de filmmaker die de mensheid dingen als Titanic en Avatar schonk) en zijn echtgenote Suzy. Cameron en zijne ega zijn ook respectievelijk de CEO en hoofdaandeelhouder van Verdient Foods, nu al een gigant op de markt van producten specifiek gemaakt voor vegatariërs en veganisten en een bedrijf met de ambitie om wereldleider te worden. 

Ook zowat alle dokters en medische specialisten die in de reeks voorkomen hebben daar wel ergens belang bij. Dean Ornish bijvoorbeeld verdient zijn kost met het organiseren van seminaries voor veganisten en verkoopt online veganistische diëten. James Loomis zit ook in de business van de online verkoop van plant based meal planning services. Aaron Spitz, Robert Vogel, Caldwell Esselstyn, Scott Stoll, Kim Williams en Columbus Batiste hebben allemaal zelfhulpboeken voor vegetariërs en veganisten en/of kookboeken in de rekken liggen.

Net als bij zoveel diëten die op ons zijn losgelaten de jongste decennia, wordt ook de zoektocht naar de waarheid over veganisme vaak overschaduwd door de potentiële financiële voordelen. De wereldwijde markt voor veganistisch voedsel zal tegen 2026 rond de 25 miljard euro draaien. Verwacht wordt dat alleen veganistische kaas zich binnen de komende vijf jaar zal ontwikkelen tot een industrie die bijna 4 miljard waard is.

Of het nu gaat om de trendy stadsbars die veganistische wijn aanbieden, of een reeks nieuwe producten die in supermarkten en reformwinkels worden geïntroduceerd: veganisme is de nieuwe cash cow van de wellness-industrie. 

Goed voor onze gezondheid?

Maar wat weten we echt over veganisme en wat het kan doen voor onze gezondheid? Het jongste decennium zijn er een pak aanwijzingen gekomen (let op de woordkeuze) dat veganisme goed voor je kan zijn omdat het kan beschermen tegen hart- en vaatziekten, door obesitas te verminderen en cholesterol te verlagen. Dat komt misschien doordat plantaardig voedsel veel antioxiderende fytonutriënten en nitraten bevat, terwijl sommige dierlijke producten veel pro-inflammatoire vetten bevatten en leiden tot de productie van een metaboliet genaamd TMAO, dat is gekoppeld aan cardiovasculaire problemen.

Aangenomen wordt dat het ontstekingsremmende effect van plantaardig voedsel de reden is waarom veganistische diëten symptomen lijken te verlichten van sommige auto-immuunziekten zoals reumatoïde artritis. De tennisser Venus Williams bijvoorbeeld, die lijdt aan het syndroom van Sjögren, beweert vegan te zijn geworden om de extreme vermoeidheid die gepaard gaat met de aandoening te verlichten en haar in staat te stellen op het hoogste niveau te blijven concurreren.

Er is met andere woorden wel degelijk steeds meer bewijs dat verminderde consumptie van dierlijke producten, in combinatie met een toename van plantaardig voedsel, dus goed lijkt te zijn voor onze gezondheid.

Maar het volledige beeld is wat complexer dan het op het eerste gezicht lijkt. Wetenschappers hebben bijvoorbeeld ontdekt dat een gecombineerde groep vegetariërs en veganisten een hoger risico op een hersenbloeding leek te hebben dan vleeseters. Maar vanwege het kleine aantal veganisten in de studie, is het moeilijk om harde conclusies te trekken. 

Mogelijke redenen daarvoor kunnen verband houden met een lager cholesterolgehalte of een tekort aan bepaalde voedingsstoffen, zoals vitamine B12. Veganisten lopen een hoger risico op B12-tekort, omdat de voedingsstof alleen van nature beschikbaar is uit dierlijk voedsel. Lage B12-waarden kunnen worden gekoppeld aan verhoogde bloedspiegels van homocysteïne, wat mogelijk verband houdt met een hoger risico op een beroerte.

En hoewel veganistische lobbygroepen beweren dat het dieet resulteert in een gezonder darmmicrobioom en het risico op sommige vormen van kanker vermindert (vergeleken met op vlees gebaseerde diëten), zeggen experts dat er weinig concreet bewijs is om dit te ondersteunen. Een recente studie die een combinatie van alle kankers in maag- en darmkanalen onderzocht, kon geen verschil vinden met het voorkomen daarvan bij veganisten in vergelijking met niet-vegetariërs. Twee andere recente studies keken naar het risico op dikkedarmkanker bij veganisten en de conclusie van beide studies was dat er geen significant verschil met niet-veganisten was.

Mediterrane en New Nordic dieet

Een vraag waar wetenschappers nog niet over uit zijn is ook of veganisten hun dieet goed genoeg kunnen plannen gedurende vele jaren om tekorten te voorkomen. Er zijn twee relevante populatiestudies geweest die tienduizenden veganisten op langere termijn hebben gevolgd, eentje bij het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten in de VS en Canada, en een andere van de Universiteit van Oxford, die de gezondheid van bijna 50.000 vleeseters, vegetariërs en veganisten in het Verenigd Koninkrijk volgde. 

Eén van de belangrijkste conclusies uit beide studies is dat zelfs wanneer veganisten veel groenten consumeren die rijk zijn aan calcium (zoals boerenkool en broccoli) ze een een ferm verhoogd risico (30 procent) hebben op botfracturen in vergelijking met vegetariërs en vleeseters.

Een nieuwe, interessante piste is dat wetenschappers begonnen zijn met het vergelijken van veganisme met andere diëten die rijk zijn aan plantaardig voedsel, en die worden geassocieerd met veel van dezelfde voordelen, zoals het mediterrane dieet en het New Nordic dieet. Dat laatste is een manier van eten die zich richt op lokaal geproduceerde voedingsmiddelen in de Noordse landen – Noorwegen, Denemarken, Zweden, Finland en IJsland. In vergelijking met een gemiddeld westers dieet, bevat het minder suiker en vet, maar twee keer zoveel vezels en zeevruchten.

De (voorlopige) resultaten zijn alvast intrigerend te noemen. Hoewel de drie diëten vergelijkbare positieven lijken te bieden in termen van gewichtsverlies en verlaagde cholesterol, is het bewijs veel sterker voor een mediterraan en een New Nordic dieet als het gaat om het verbeteren van de gezondheid van bloedvaten.