Hoe de Wereldgezondheidsorganisatie ondermijnd wordt in de strijd tegen Covid-19

Wereldwijde solidariteit was merkbaar afwezig in de strijd om een ​​uitbraak te stoppen die al meer dan 7.175 mensen heeft gedood en zich heeft verspreid naar meer dan 162 landen. Niemand lijkt de leiding te hebben. Er lijkt geen plan te zijn. Behalve: dat is er wel degelijk. Het probleem is dat relatief weinig landen er veel aandacht aan besteden.

Vijftien jaar geleden heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de internationale gezondheidsvoorschriften, het wereldwijde kader voor de bestrijding van uitbraken, grondig herzien. Die herziening was bedoeld om gebreken te corrigeren die aan het licht kwamen in de wereldwijde reactie op de SARS-uitbraak van 2003. SARS, ook een coronavirus, zorgde niet alleen voor honderden doden, het dreef ook geavanceerde gezondheidszorgsystemen tot een breekpunt.

Het basisidee van de herziening was dat de Wereldgezondheidsorganisatie zou dienen als een centrale coördinerende instantie. Landen zouden het bureau op de hoogte stellen van uitbraken en informatie delen om wetenschappers te helpen bij het aanpakken van een epidemie op mondiaal niveau. De WHO coördineert vervolgens de inspanningen op het gebied van beheersing, verklaart noodsituaties en doet aanbevelingen. De herziene verordening is wettelijk bindend en is ondertekend door 196 landen.

Deze keer wél op de bal

Maar, blijkt nu weer met Covid-19, tientallen landen negeren de internationale regelgeving en schenden hun verplichtingen. Sommigen hebben uitbraken niet eens aan de organisatie gemeld. Anderen hebben internationale reisbeperkingen ingesteld, tegen het advies van de WHO en zonder gezondheidsfunctionarissen hiervan op de hoogte te stellen.

‘Een van de grootste uitdagingen waarmee we worden geconfronteerd, is dat te veel getroffen landen nog steeds geen gegevens delen met ons’, zei de secretaris-generaal van de WHO, Dr. Tedros Adhanom Ghebreyesus, vorige maand al. Hij zei ook dat verschillende landen – hij weigerde te specificeren welke – de uitbraak niet serieus genoeg namen.

Dr. Tedros Adhanom Ghebreyesus, de secretaris-generaal van de WHO, tijdens een toespraak op 9 maart 2020. Foto: Salvatore Di Nolfi/Keystone via AP

Als onderdeel van de Verenigde Naties heeft de WHO in grote lijnen wel invloed, maar geen zinvolle autoriteit om effectief zaken te handhaven. En ze gaat voortdurend gebukt onder budgettaire en politieke druk. De WHO kwam ook onder zware kritiek over z’n aanpak van de ebola-uitbraak in West-Afrika (2013-2016). Het kwam zelfs zo ver dat een aantal gerenommeerde wetenschappers de noodzaak van de instelling openlijk in twijfel trokken.

Deze keer, dat moesten zelfs die critici toegeven, zit de Wereldgezondheidsorganisatie wél op de bal, en ze aarzelde niet tot het sneller uitroepen van een wereldwijde noodsituatie dan tijdens de SARS- en ebola-uitbraken, het consequent delen van informatie met het publiek en het bijeenroepen van meer dan 300 wetenschappers en onderzoeksfinanciers om te helpen bij het ontwikkelen van tests, vaccins en medicijnen.

Politieke placebo’s

Nu is het probleem dat een toenemend aantal landen hun voeten vegen aan de raadgevingen van de WHO. Eén van de beste voorbeelden is het wereldwijd afkondigen van internationale reisbeperkingen. Volgens de WHO hebben meer dan 90 landen die ondertussen ingesteld. Reizen beperken is nu eenmaal een goede politieke placebo. Het zorgt ervoor dat mensen zich veilig voelen. Maar, dat blijkt uit al het onderzoek terzake, het werkt niet. 

In vier adviezen die het sinds begin januari heeft uitgebracht, heeft de WHO het dan ook consequent afgeraden. Zo’n reisbeperkingen zijn alleen gerechtvaardigd aan het begin van een uitbraak volgens de Wereldgezondheidsorganisatie opdat naties op die manier tijd kunnen kopen om zich voor te bereiden op de komst van een virus. Eenmaal het is gearriveerd, heeft het sluiten van grenzen nauwelijks impact op de verspreiding van de ziekteverwekker. Het richt dan wel aanzienlijke economische en sociale schade aan, stelt de WHO. Plus: het sluiten van grenzen kan levensnoodzakelijke middelen blokkeren en/of hulp en technische ondersteuning vertragen. 

Bovendien moeten ze bij de WHO de beslissingen om grenzen te sluiten en internationale reisbeperkingen in te stellen grotendeels uit de pers vernemen. Amper 45 landen die internationale reisbeperkingen hebben aangenomen, voldoen momenteel aan de vereiste om hun acties aan de WHO te melden.

Dan is er de onwil van sommige landen om een ​​verbod op de export van beschermende uitrusting op te heffen, wat de bredere strijd tegen de ziekte bemoeilijkt. Frankrijk en Duitsland hebben de uitvoer van dergelijk materiaal al beperkt.

Het gat in de wet

‘We kunnen begrijpen dat regeringen de primaire verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen gezondheidswerkers’, verklaarde WHO-kopstuk Michael Ryan vorige week. Hij drong er bij de landen op aan om te stoppen met het hamsteren van uitrusting en riep op tot solidariteit over de hele wereld. ‘Het leven van een gezondheidswerker in het ene land wordt zeker zo gewaardeerd als het leven van een gezondheidswerker in een ander land’, zei Dr. Ryan.

WHO-kopstuk Michael Ryan. Foto: Martial Trezzini/Keystone via AP

De nationale regeringen die de internationale regelgeving hebben ondertekend 15 jaar geleden, hebben ook een gat in de wet genegotieerd dat ze nu uitbuiten. Dat gat in de wet was het product van urenlange onderhandelingen in Genève, waar de herzieningen in 2005 werden afgerond, claimt Gian Luca Burci, die elf jaar lang de juridische adviseur van de WHO was. Burci zei onlangs dat de onderhandelaars tot 5 uur ’s ochtends bleven voordat ze overeenstemming bereikten over een compromis dat ‘volksgezondheidsoverwegingen en het behoud van de ultieme politieke macht in evenwicht bracht’.

Landen waren terughoudend om de totale controle af te staan ​​aan een internationale instantie. Ze stelden een bepaling op die hen het recht gaf gezondheidsmaatregelen te nemen waarvan zij dachten dat ze vergelijkbare of betere resultaten zouden opleveren dan WHO-aanbevelingen – in de veronderstelling dat deze maatregelen wetenschappelijk onderbouwd waren en voor het algemeen welzijn.

Geld, geld, geld

Het komt erop neer dat landen maatregelen kunnen nemen die buiten de collectieve richtlijnen vallen, maar ze zijn wel verplicht om die binnen 48 uur te melden aan de Wereldgezondheidsorganisatie. Veel landen hebben vertikt dat te doen tijdens de huidige uitbraak van het coronavirus.

‘De WHO interageert niet in het publieke debat of bekritiseert onze lidstaten niet in het openbaar. Ze weten zelf wel wie ze zijn.’

Dat je daar maar weinig over hoort, heeft te maken met dit: omdat ze niet bevoegd zijn om internationale regelgeving af te dwingen, maar wel afhankelijk zijn van financiering, moeten WHO-ambtenaren voortdurend op een diplomatiek koord lopen. Vorige maand stuurde WHO-baas Tedros twee brieven, die niet openbaar zijn gemaakt, om landen te herinneren aan hun verplichtingen. WHO-ambtenaren weigeren systematisch landen die de regels overtreden bij naam te noemen en hebben de media-vragen over dit onderwerp grotendeels ontweken. ‘De WHO interageert niet in het publieke debat of bekritiseert onze lidstaten niet in het openbaar’, was het droge commentaar van dr. Ryan op een vraag van een journalist naar welke landen problematisch waren. ‘Ze weten zelf wel wie ze zijn’, voegde hij eraan toe.

Zoals gezegd: geld is de voornaamste reden. De WHO heeft 675 miljoen euro nodig om de respons op de Covid-19-uitbraak te financieren. Tot nu hebben alle lidstaten samen nog geen 300 miljoen daarvan toegezegd.