Gaan we straks skiën in Nepal?

Ga je skiën in de Alpen? Wel, geniet ervan, en onthou goed hoe dat voelt. Want het zal iets zijn om onze (klein)kinderen over te vertellen. Zeker één op vier skioorden in de Alpen zullen verdwijnen tegen 2035. En daarna zal het alleen maar sneller gaan. Dat komt neer op een economische ramp voor de acht Alpenlanden. En skiërs zullen op zoek moeten naar alternatieven. Nepal bijvoorbeeld.

Om redenen die wetenschappers nog steeds niet volledig begrijpen, warmt het klimaat in de Alpen sneller op dan het wereldwijde gemiddelde: sinds het einde van de 19e eeuw met 2 graden Celsius in plaats van de 1,4 graden Celsius voor de hele planeet. In de acht Alpenlanden bevinden zich 35 procent van de ski-resorts ter wereld en de wintersportindustrie verwerkt er jaarlijks naar schatting 120 miljoen toeristen. En van de 44 skigebieden die jaarlijks meer dan een miljoen wintersporters ontvangen, situeren er zich 84 procent in de Alpen. 44 procent van de mensen die in de wereld gaan skiën, doen dat momenteel in de Alpen.

20% meer zon

In de afgelopen honderd jaar is het aantal uren zon dat er elk jaar de hellingen van de bergen raakt met 20 procent toegenomen. Dat is één van de redenen waarom de sneeuw smelt of helemaal niet valt. In 2017 registreerde het Zwitserse Federale Instituut voor Sneeuw en Lawineonderzoek dat er in de wintermaanden minder sneeuw viel in de Alpen dan in enig jaar sinds 1874. In april toonde een rapport van de European Geosciences Union aan dat 90 procent van het gletsjervolume in de Alpen – een essentiële bron van drinkwater, irrigatie van gewassen en bron van kunstsneeuw voor skipistes – tegen het einde van deze eeuw verloren zou kunnen gaan.

44 procent van de mensen die in de wereld gaan skiën, doen dat momenteel in de Alpen

Sinds 1960 is het gemiddelde sneeuwseizoen in de Alpen met 38 dagen ingekort, terwijl het koudste weer zich verplaatst heeft van december tot de eerste maanden van het jaar, waardoor het skiseizoen bijvoorbeeld niet meer synchroon loopt met de lucratieve kerstvakantie. De gevolgen daarvan liggen niet alleen in de toekomst: maar liefst 200 skigebieden in de Alpen zijn ondertussen opgegeven en verlaten. Failliete hotels staan er te verkommeren, skiliften roesten er langzaam weg. Je kan er een post-apocalyptische film draaien. 

Vandaag de dag zijn in de Alpen 95 procent van de Italiaanse, 70 procent van de Oostenrijkse, 65 procent van de Franse en de helft van de Zwitserse skigebieden afhankelijk van sneeuwmachines voor hun voortbestaan.

Momenteel moet je in de Alpen al naar een hoogte van 1.400 meter gaan om 100 dagen een sneeuwtapijt van 30 centimeter te hebben. In 2035 zal dat 2.000 meter zijn volgens de meest positieve vooruitzichten, in 2060 naar 2.200 meter en in 2085 naar 2.600 meter. Skiën met de kerst en met Pasen zal tegen 2035 bijna nergens nog kunnen in de Alpen.

Enkel nog sneeuw boven 3000 meter

Wellicht – en als de jongste jaren een indicatie zijn – gaat het nog sneller: de projecties zijn gemaakt ervan uitgaande dat we de opwarming van de aarde tot een halt brengen. Niks wijst er momenteel echter op dat zoiets gaat gebeuren. Als de opwarming voortgaat aan het huidige tempo, zal het tegen 2100 alleen nog sneeuwen boven de 3.000 meter in de Alpen, en sowieso veel minder dan nu, want zelfs daar zal dan regen vallen in het winterseizoen.

Kunstsneeuw zal trouwens ook steeds minder een oplossing bieden: doordat de temperaturen stijgen, maar ook omdat de klimaatverandering gaat zorgen voor meer regen. Dat was tot voor kort nog stof voor discussie. Veel klimaatmodellen gaven geen exact beeld van het lot van de Alpensneeuw. Hogere temperaturen lieten de sneeuw smelten, maar omdat warmere lucht meer vocht kan dragen en er daarom in een opwarmende wereld meer neerslag wordt verwacht, was het onduidelijk hoe de balans zou uitslaan. Negatief, concluderen onderzoekers nu. Er valt de komende decennia wel meer neerslag in de bergen. Maar omdat het warmer wordt, is dat vooral regen. En steeds minder sneeuw.

In de meeste gevallen is de wintersport straks beperkt tot januari en februari

Wat de Alpen betreft is er eigenlijk niks positief te melden. In alle modellen en klimaatscenario’s van wetenschappers, voor iedere hoogte en voor iedere wintermaand wordt het gebied dat met sneeuw wordt bedekt kleiner en de laag dunner. En wordt het seizoen korter: in de meeste gevallen is de wintersport straks beperkt tot januari en februari. Als het niet lukt om de uitstoot te beperken, zullen alleen de gebieden boven 2500 meter verzekerd zijn van voldoende sneeuw om te skiën.

Niet alleen zullen daardoor de economieën van hele regio’s instorten, ook de waterhuishouding in de Alpen­­ zal veranderen. Rivieren zullen op andere tijden in het jaar hun grootste afvoer hebben, waterkrachtcentrales zullen moeten worden aangepast, scheepvaart wordt misschien onmogelijk. 

Dan maar naar Nepal

De Alpen zijn dus wellicht gedoemd, maar, als het aan een aantal ambitieuze entrepreneurs ligt, skiën daarom niet. Ze denken dat we het straks in Nepal gaan doen. Nepal heeft misschien de hoogste bergen ter wereld, maar momenteel heb je er wellicht nog evenveel kans een yeti te zien als skiër. Het land stuurde geen atleten naar de jongste Olympische Winterspelen gestuurd en er is geen enkel skigebied.

‘Skiën is een nieuw idee in Nepal. Maar het wordt een populaire plek om te skiën. Daar ben ik zeker van’

Maar dat gaat allemaal veranderen als een groep jonge Nepalese ondernemers hun zin krijgen. De Ski and Snowboarding Foundation Nepal gaat het eerste skigebied van het land in Kuri bouwen.

Ondernemer Pathak bouwt skigebied in Nepal

‘We beginnen met één helling, maar we willen een heel skigebied bouwen, met een gondel uit Europa én een sneeuwmachine’, zegt Utsav Pathak, de 24-jarige voorzitter van de Ski and Snowboarding Foundation Nepal.

Dit jaar bouwde de stichting de eerste skilift van Nepal, een zelfgemaakt apparaat, maar het staat ongebruikt bovenaan een helling. De lift begaf het omdat het te koud was. Maar Pathak en zijn team worden niet afgeschrikt door de uitdagingen. In de afgelopen drie jaar beweren ze duizend Nepalezen op ski’s te hebben gezet. De tweede nationale ski- en snowboardkampioenschappen werden in februari gehouden en er is een embryonale skitochten- en heli-ski-industrie ontstaan in het land.

Pathak en dozijnen hebben Kuri gekozen om er het eerste Nepalese skiresort van te maken. Kuri is op een dag bereikbaar vanuit de hoofdstad Kathmandu en het is al een populaire toeristische bestemming. Op een bergkam hoog boven het dorp staat een tempel, die elk weekend duizenden aanbidders aantrekt. In 2018 geleden werd een kabelbaan gebouwd om pelgrims naar de top te brengen, waardoor de toeristenaantallen nog verder toenemen.

Het aantal hotels in het Nepalese ‘skidorp’ is de afgelopen twee jaar enorm gestegen,

Desalniettemin zijn de problemen legio. De enige manier om Kuri te bereiken is via een verraderlijke bergweg van 20 kilometer, die in de winter alleen door vierwiel-aangedreven jeeps kan worden genomen, en dan nog: de berm is bezaaid met verlaten voertuigen die vastzitten in de modder.

Het aantal hotels in het dorp is de afgelopen twee jaar enorm gestegen, maar de enige bron van water is een kleine beek, dus de lokale bevolking is smeltende sneeuw gaan gebruiken of water dat wordt aangevoerd uit de vallei met vrachtwagens die onvermijdelijk onderweg vast komen te zitten. De uitdagingen van het opzetten van een skigebied in Kuri gelden eigenlijk voor heel Nepal: ontoegankelijke sneeuw, slechte infrastructuur en een gebrek aan overheidssteun. Afgezien van Kuri, liggen de voor skiën geschikte plaatsen ver van Kathmandu. De Nepalese overheid heeft tot nu weinig interesse getoond om de ontwikkeling van het skiën te ondersteunen.

Deepak Joshi, hoofd van de Nepalese dienst voor toerisme, gelooft nochtans dat het potentieel voor skiën in Nepal enorm is. ‘Het is een volledig onaangeboord en onontgonnen gebied, maar zodra een aantal activiteiten zijn gestart, zullen we ze heel graag promoten’, zegt hij. ‘Skiën is een nieuw idee in Nepal. Maar het wordt een populaire plek om te skiën. Daar ben ik zeker van.’