Gaan we naar een oorlog tussen China en India?

India en China, de twee meest bevolkte landen ter wereld, beiden kernmachten ook, bevinden zich sinds deze week midden in hun zwaarste conflict in decennia – en het is onduidelijk hoe beide landen een stap terug kunnen zetten. Als het conflict uit de hand loopt, heeft dat enorme geopolitieke gevolgen voor de wereld.

Minstens 20 Indiase troepen werden op 15 en 16 juni gedood tijdens een schermutseling met Chinese troepen in de Galwan-vallei, een controversieel gebied in de hooggelegen regio Ladakh. Ondertussen zijn er onbevestigde berichten dat er ook 43 Chinese slachtoffers zijn gevallen. Meteen de dodelijkste botsing tussen de twee landen sinds 1967.

Al ongeveer 80 jaar lang maken India en China ruzie over een grens van meer dan 3.500 kilometer die de Himalaya overspant. Ze hebben er ook en af ​​en toe oorlog over gevoerd, en er zijn voortdurend opflakkeringen, die doorgaans wel beperkt blijven tot schermutselingen. Maar ondanks meer dan twintig onderhandelingsronden zijn de twee landen het nooit eens geworden over wat van wie is.

Chinese paramilitaire politieagenten bewaken de Indiase ambassade in Peking op 17 juni 2020. Foto: AP Photo/Ng Han Guan

Stenen gooien

De jongste opflakkering van het grensconflict begon vorige maand in de Galwan-vallei, met een incident dat op het eerste gezicht nogal kinderachtig is. Volgens de Indiase regering begonnen de Chinezen: ze gooiden stenen naar Indiase soldaten in de westelijke Himalaya. Beijing ontkende dat China begonnen was. En sowieso bevonden de Indiase strijdkrachten zich illegaal op Chinees grondgebied volgens de Chinezen.

Wat er ook van is, een honderdtal soldaten van beide kanten liepen verwondingen op tijdens twee schermutselingen op 5 mei en 9 mei. Die werden gevolgd door een paar andere kleine gevechten waarbij de afgelopen weken tientallen gewonden vielen op twee punten langs de grens. Maar dat was allemaal niks nieuws onder de zon oordeelden waarnemers, dat hadden we om de zoveel jaar gezien, beide landen hadden in tempore corona wel andere katten te geselen en het zou allemaal wel weer vanzelf gaan liggen. Een herhaling van de grensstrijd van 1967 die tot honderden doden leidde, het laatste grote conflict, zat er niet in.

Maar ondertussen is het gesteggel in Ladakh alleen maar geëscaleerd. Dinsdag meldde het Indiase leger dat drie soldaten zijn omgekomen tijdens een ‘gewelddadige confrontatie met Chinese troepen’. Dat bleek een onderschatting, ondertussen is het dodental naar 20 bijgesteld. Het Indiase leger merkte in z’n communicatie ook op dat ‘temperaturen onder nul’ een rol speelden in de reden waarom sommige soldaten ‘bezweken’. Het Chinese leger rapporteerde ‘slachtoffers’, maar trad niet verder in detail.

Moeilijk om te de-escaleren

Er is nog veel dat we niet weten. Zo is het niet duidelijk hoe het gevecht is begonnen. Op het internet circuleren verhalen dat het ontstond na een lawine, waarna soldaten van beide landen elkaar te lijf gingen met … stokken, maar dat lijkt al meer op propaganda die straks beter in een Bollywood-productie valt te gieten. Bottomline is dat beide partijen elkaar van het aanzetten tot de schermutseling door de betwiste grens over te steken.

Indiase troepen staken de betwiste grens over ‘en voerden illegale activiteiten uit en lanceerden opzettelijk provocerende aanvallen, die tot gewelddadige fysieke conflicten tussen de twee partijen leidden, met dodelijke afloop’, beweert het Chinese leger. Volgens India waren het de Chinezen die provoceerden en gebeurde het sowieso op zijn grondgebied.

Een Indiaas militair konvooi rukt op in de regio van Ladakh. Foto: AP Photo/Mukhtar Khan

Hoe dan ook, experts zeggen dat de gevolgen hetzelfde zullen zijn: de twee machten zullen veel moeite hebben om de affaire te de-escaleren. Integendeel, ze zien het eerder escaleren. En dat komt omdat de context veranderd is. Op verschillende vlakken. Om te beginnen heeft India aan de grens voldoende militaire macht verzameld de jongste jaren om de Chinese troepen daar te evenaren. Wat betekent: zodra de kogels echt beginnen te vliegen, zijn we vertrokken voor een hele tijd.

Maar ook op ander vlak is de context veranderd: het gaat ondertussen over veel meer dan het decennialange grensgeschil. Het gaat ook om de steeds bitterder wordende rivaliteit om de macht in Azië.

Een zaadje geplant door de Britten

China, vooral sinds president Xi Jinping met de plak zwaait, gebruikt steeds vaker zijn militaire macht om buren te pesten en meer grondgebied voor zichzelf op te eisen. Het beste voorbeeld daarvan is het spierballengerol in de Zuid-Chinese Zee, waar Beijing steeds prominenter – door er militaire basissen te installeren op eilandjes en te patrouilleren met een steeds beter bewapende militaire vloot – andere landen zoals Vietnam, Taiwan, Filipijnen, Brunei, Japan en Maleisië de stuipen op het lijf jaagt. Maar ook in de Himalaya proberen de Chinezen steeds mee rhun stempel te drukken. India heeft ondertussen wegen en landingsbanen aangelegd langs de grens met China in een poging meer controle uit te oefenen.

Het zaadje van conflict over de grens in ‘s werelds hoogste gebergte werd geplant tijdens de Britse koloniale heerschappij over India. Aan het eind van de 19e eeuw trokken de Britten twee grenzen om de nog niet gedefinieerde grens tussen India en China te formaliseren: één in de ‘Westelijke Sector’ in Kasjmir en een andere duizenden kilometers verderop in de ‘Oostelijke Sector’. Maar China – samen met een toen onafhankelijk Tibet – was het niet eens met de Britse voorstellen, waardoor de demarcatielijn tussen de landen decennia lang een onopgelost probleem bleef.

Nadat India in 1947 onafhankelijk was geworden van Groot-Brittannië, eisten de Indiase leiders enkele van de betwiste gebieden – waaronder de Aksai Chin-regio bij de Galwan-vallei – voor zichzelf op. Hoewel het aanvankelijk enkele van India’s standpunten accepteerde, veranderde China daarna van koers. In 1957, bijvoorbeeld, bouwden de Chinezen een weg in de Westelijke Sector door delen die India claimde. Schermutselingen tussen Indiase en Chinese patrouilles begonnen voor het eerst in 1959, werden frequenter en gewelddadiger tot in oktober 1962 Chinese troepen uiteindelijk India binnenvielen over de betwiste grens.

Na 32 dagen vechten verwierf China meer controle in de Westelijke Sector en had het de slecht opgeleide en slecht uitgeruste Indiase troepen ongeveer 20 kilometer teruggeduwd in de Oostelijke Sector. Het was een vernederend verlies voor India dat het land tot op de dag van vandaag traumatiseert.

De LAC

Om de twee semi-officieel van elkaar te scheiden, werd uiteindelijk door beide landen een Line of Actual Control (LAC) aangenomen, die de betwiste claims langs de duizenden kilometers land markeerde – maar een definitieve oplossing was het zeker niet. Een groot deel van de LAC was en blijft poreus en ongemarkeerd. De twee landen zijn het zelfs niet eens over de werkelijke lengte van de LAC. En, niet verrassend, ondanks de bestaande pseudo-grens bleven de spanningen aanhouden.

Een Indiase man verbrandt een foto van de Chinese president Xi Jinping tijdens een protest tegen China in Ahmedabad, India. Foto: AP Photo/Ajit Solanki

Enkele dagen voor het eerste bezoek van Xi aan de Indiase premier Narendra Modi in september 2014, trokken meer dan 200 Chinese troepen het Indiase grondgebied in de westelijke Himalaya binnen om daar een ​​weg te bouwen. Indiase troepen daagden de Chinese soldaten uit, dreven ze terug en vernielden de weg. In 2017 probeerden Chinese ingenieurs een weg aan te leggen door het Doklam-plateau, ook een gebied in de Himalaya dat zowel door China als Bhutan wordt opgeëist. Indiase troepen aan hun kant van de grens kwamen direct tussenbeide en jaagden de ingenieurs weg.

Weken van onderhandelingen tussen Peking en New Delhi eindigden uiteindelijk met India dat ermee instemde de troepen uit het gebied terug te trekken en China dat ermee instemde zijn project te beëindigen (hoewel de Chinese leiders zwoeren het gebied te blijven patrouilleren). Satellietbeelden die een jaar later door het onafhankelijke Stratfor werden vrijgegeven, toonden aan dat beide partijen hun troepen in de buurt van Doklam waren blijven opbouwen. India had onder meer een eskadron aanvalshelikopters op een vliegveld geïnstalleerd en China had een vliegbasis met straaljagers en een raketsysteem versterkt.

Einde van fragiele vrede

Dat opdrijven van de militaire aanwezigheid gaat tot op de dag van vandaag door. De invallen gaan ook door. Volgens de Indiase regering zijn de strijdkrachten van China tussen 2016 en 2018 meer dan duizend keer het Indiase grondgebied overgestoken. Maar sinds 1967, toen tijdens drie dagen vechten in september en nog eens een dag in oktober een paar honderd soldaten omkwamen (niemand weet precies hoeveel omdat China en India immens uiteenlopende cijfers claimen), waren er geen doden meer gevallen. Sinds 1975 was er zelfs niet meer op elkaar geschoten, en in de jaren negentig ondertekenden beide landen een akkoord om geen wapens te gebruiken in de schermutselingen. Dat heeft geleid tot een fragiele vrede – maar die is nu verbroken.

Zoals al eerder aangestipt: er zit ondertussen veel meer achter dit grensgeschil. De jaren van vijandigheid die zijn opgebouwd aan de ongedefinieerde grens zijn het excuus, maar het gaat nu echt om de grotere rivaliteit tussen China en India.

Indiase activisten tijdens een protest tegen de Chinese regering in Jammu, India. Foto: AP Photo/Channi Anand

China wil meer controle langs de LAC en in delen van Zuid-Azië, maar de hechte band die India momenteel heeft met de Verenigde Staten maken dat voor Beijing moeilijk. India wil ondertussen zijn eigen signaal geven: het is niet van plan zich te laten doen door zijn machtige buurman, vooral in hetzelfde gebied waar het een paar decennia geleden een meedogenloze oorlog heeft verloren. India investeert momenteel miljarden in infrastructuur in de regio, met als doel tegen 2022 66 wegen langs de Chinese grens te bouwen. Eén van die wegen sluit aan op een militaire basis in de Galwan-vallei.

Zolang de regionale rivaliteit voortduurt en de grenskwesties onopgelost blijven, zullen er waarschijnlijk schermutselingen blijven. Het goede nieuws is dat geen van beide partijen eigenlijk een echte oorlog wil. Beide landen hebben hun handen vol met de coronaviruspandemie en de economische fallout daarvan. Beijing heeft ook af te rekenen met toenemende vijandigheid vanwege de VS en het zit met het issue Hongkong. China heeft het coronavirus ook aangegrepen om z’n propagandaboodschap te versterken dat het de vriend van de wereld is, iets waar een oorlog, zelfs op kleine schaal, met India moeilijk in past. New Delhi van zijn kant weet dat een militaire uitdaging voor China waarschijnlijk slecht afloopt voor India.

Een oorlog tussen twee grote landen met kernwapens zou heel snel uit de hand kunnen lopen. Geen van beide partijen heeft een stimulans om dit te laten escaleren lijkt het. Het probleem is dat nationalistische stemmen in beide landen waarschijnlijk om wraak zullen vragen, en zowel Xi als Modi onder druk zullen zetten om krachtig te reageren. Het kan dus allemaal erger worden voordat het beter wordt.