Europa’s laatste paradijs

Hoog in de bergen van de Kaukasus, aan de uiterste rand van Europa, ligt een dorp dat een mix is tussen Chamonix, Davos en het torenstadje San Gimignano in Toscane. Welkom in Mestia in Svanetië (Georgië), waar de tijd duizend jaar stilstond, maar waar vandaag de klok rond wordt gebouwd aan nieuwe hotels.

Bonk! Klop! Zzzzzz! Rrrrrrr! Twang! Je kan geen stap verzetten in Mestia, de ‘hoofdstad’ van Svanetië of iemand boort, zaagt of hamert er op een bouwwerf.

In de pure berglucht, op 1.500 m hoogte lijken de geluiden nog verder te dragen. Het gaat er nog ambachtelijk aan toe; de plaatselijke bouwvakkers, allen Svaneten, klauteren als berggeiten op tegen de bijeengebonden houten palen die als stelling fungeren, zonder beveiliging. Een hamer wordt vanaf tien meter hoogte al wel eens overgemaakt naar een collega via een sierlijke boog door de lucht. De betonmolens draaien. Snel, want straks komen de toeristen!

Onwennig

Mestia is betoverend. Omgeven door torenhoge bergen, zoals de ‘tweehoornige’ Ughba (4.710 m) – een erg technische berg, met de reputatie van een killer queen- en de Tetnuldi (4.974m). Een wonderland voor alpinisten en randonneurs. Of gewoon om naar te kijken vanop het terras van Hotel Posta, pal in de centrum van het dorp, aan een pleintje en niet eens een jaar open.

Hotel Posta is een viersterrenhotel. Het ziet eruit als een tophotel in Graubunden, in chaletstijl, vol dikke eiken balken uit het woud rondom en een zonneterras voor elke kamer. In een gat als Mestia! Tot voor kort sliep je hier voor 15 euro in een backpackershotelletje, in een te kort bed en tussen muren van karton. Maar in Hotel Posta krijg je de grootste hotelkamers van heel Georgië; een woonkamer van een villa, zo lijkt het wel. Plus een badkamer waar je met de fiets in kan rondrijden. Beneden, in de ruime bar, knettert er centraal een open haardvuur en de kwaliteit van de keuken en het aanbod in de bar zijn geweldig. Kost 74 euro voor een tweepersoonskamer, een fortuin in Svanetië.

Maar het personeel loopt er onwennig bij, ze hebben geen idee van de service die toeristen in deze weelde verwachten. Het ontbijt is een grap, alle dagen hetzelfde en ondersteund door één klein koffiemachientje dat regelmatig de geest geeft. ‘Dit hotel is niet klaar om gasten te ontvangen’, schrijft een boze Rus in het gastenboek.

Maar geen zorgen, in Mestia zijn er inmiddels tientallen kamers beschikbaar in B&B’s. Splinternieuw en brandschoon, en waar vriendelijke Georgische omaatjes je ’s ochtends voor een prikje een ontbijt voorzetten om de rest van de dag mee door te komen, een pan eieren, spek, pannenkoeken, zelfgemaakte yoghurt en honing uit eigen tuin incluis.

De besneeuwde bergen van Svanetië.

Middeleeuwse torens

Vanuit de hoofdstad Tbilisi (Tiflis) naar de sneeuwbergen van Svanetië rijden is best wel spannend. Eenmaal voorbij de stad Zugdidi, staat je vizier recht op de Kaukasus gericht. De bergen worden steeds hoger, de valleien alsmaar smaller. Mist omsluiert de bossen, urenlang navigeer je door niemandsland. Het is alsof je naar het einde van de wereld rijdt.

Maar dan duikt achter een bocht opeens het eerste van de eeuwenoude dorpjes in Svanetië op, 132 zijn er in het in totaal, met Mestia als regionaal centrumstadje.

Het eerste wat je in de in de bergen verloren gestrooide dorpjes van Svanetië opvalt zijn de middeleeuwse verdedigingstorens die er staan. Tussen de 15  en de 25 meter hoog. Soms vijf, soms tien, soms een stuk of dertig, zoals in Mestia. Er zijn er bij van 1.000 jaar oud, ze hebben de krijghorden van Timur Lenk nog zien voorbijtrekken. Tot voor kort waren velen ervan ook bewoond. Nog altijd waken ze als sombere schildwachten over hun dorp.

In Mestia heeft een snuggere in de benedenverdieping van zo’n toren een kroegje gemaakt. ‘De enige café ter wereld in een middeleeuwse wachttoren’, zo hoopt hij zichzelf in de horecamarkt te prijzen. Wanneer ik na een glas wijn een tweede wil bestellen, zegt hij: ‘Sorry, de wijn is op.’

‘Geef dan maar een fles bier.’

‘U heeft hier gisteren bij uw bezoek ook mijn laatste bier opgedronken.’

It’s a work in progress, maar hij komt er wel, deze kroegbaas met afhangende snor in Mestia.

Vanuit het stadje vertrekken langs alle kanten wandelroutes naar de bergen. Dagtochten, meerdaagse tochten, klimtochten. Zoals in de Alpen en de Himalaya, qua. Er loopt er zelf eentje over de hele lengte van de Kaukasus, 1.500 km lang. Sinds kort zijn de trails zelfs bewegwijzerd. De wouden die je moet doorkruisen om tot bij de bergen en hun gletsjers te komen zijn loofbossen, vol eiken, beuken, wilgen en berken. Halfweg september biedt de verkleuring van hun bladeren er een schouwspel dat de Indian Summer van Maine in de States evenaart.

Uitdagen

Aan de rand van Mestia bezoek ik een kerkhof. Altijd leerrijk om de geest van de bewoners van een stad of streek te doorgronden. In Georgië zijn kerkhoven ontmoetingsplaatsen tussen de levenden en de doden. Elk graf is een perkje, waar de familie van de aflijvige op speciale dagen komt eten en drinken, waarbij de gerechten en flessen drank op de graftomben worden gezet. Vlees en melkproducten zijn daarbij verboden.

Wat opvalt zijn de vele jonge Svaneten die hier bij de gesneuvelden liggen. In Georgië is het, net zoals in Rusland, gebruikelijk om de dode op de zerk te graveren met zijn favoriete speeltje bij leven en welzijn. Hier in Svanetië is dat bizar genoeg vaak een snelle auto die de jongelui naar hun dood heeft gejaagd terwijl ze stomdronken achter het stuur zaten en in een ravijn reden. Het typeert het karakter van de Svan: niet plooien voor het lot. Op de zerken staan uitdagend bier- en wodkaflessen.

Uitzicht op de bergen in Mestia.

Skiën

Net zoals in de rest van Georgië is het eten geweldig in Svanetië. De lokale specialiteit is kubdari, brood, volgestouwd met rundsvlees, uien, kruiden en specerijen. Verplicht door te spoelen met lokaal bier of wijn.

In Mestia hebben ze de afgelopen jaren een skipiste aangelegd, die ’s winters veelvuldig van poedersneeuw wordt voorzien. Als ski-oord is Mestia niet zo goed geëquipeerd als grote boers Gudauri of Bakuriani, maar vanop de pistes krijg je een berggezicht te zien dat slechts door de beste Zwitserse en Canadese ski-oorden wordt geëvenaard. Wel is transport naar Mestia een klus, aangezien je vanuit de hoofdstad Tbilisi acht uur met een marshrutka (busje) onderweg bent (er is ook een nachttrein van Tbilisi naar Zugdidi en dan nog 3,5 uur verder met een busje). Maar ook daar is sinds kort een mouw aangepast: vanuit Tbilisi (Natakhari) kan je voor ongeveer 30 euro vliegen naar het kleine vliegveldje in Mestia. Vanuit Kutaisi kan het al voor 15 euro. Mestia heeft vandaag twee skiliften, heli-ski is een optie.

Gedaan met kidnappen

Nóg vier uur hogerop rijden van Mestia, het laatste stuk met een 4×4, kom je in Ushguli, op 2.200 m een van de hoogste, permanent bewoonde dorpen in Europa, samen met nog een ander Georgisch dorpje, in het nog meer afgelegen Kaukasusgebied van Tushetië,  verder oostwaarts in de Kaukasus.  

Ushguli is pure bergmagie: achter het dorp torent de ontzagwekkende wand van de Shkhara (5.180m). De bouwbedrijvigheid in dit afgelegen plekje van de Kaukasus is ook hier groot. Ushguli lijkt op de Nepalese dorpen die rugzaktoeristen verwelkomen met eettentjes, kroegjes en goedkoop logement. Varkens, kippen ezels zoeken er nog hun weg door de smalle straatjes, maar sinds kort hebben ze er een cinema en enkele prima restaurants en veel B&B’s. In elke straat wordt meer logement gebouwd. In vijf jaar tijd is Ushguli van een sluimerend dorp in de hoge Kaukasus omgetoverd tot een plek die iedere bezoeker van Svanetië wil gezien hebben. Je kan te voet van in Mestia naar Ushguli in een trektocht die drie of vier dagen duurt. Steeds meer trekkers wagen zich eraan.

Dat deze sinds de hoogdagen van de Zijderoute vergeten regio weer op wereldkaart is verschenen, blijkt nog het best uit het feit dat hier tot 2003 buitenlandse bezoekers werden gekidnapt door plaatselijke rovers, die er dan losgeld voor vroegen. Maar dat is verleden tijd. De bewoners van vandaag hebben nu besloten hun eeuwenoude isolement op te geven en zaken te gaan doen met toeristen, in plaats van ze te beroven. Je moet er wat meer tijd insteken, maar de return on investment is véél beter.

Voor u onmiddellijk de koffers begint te pakken, nog een advies: ga niet naar Svanetië of de rest van Georgië als u op dieet bent. Voor de rest: neem losse kledij mee en een broek met een elastische lendenband. Reken op minimum een kilo extra per week.

Aanbevolen gidsboek:‘Georgia’, Tim Burford, Bradt Travel Guides.