Dwarsliggers: de rebellen onder de wijnmakers

Pioniers zijn er in alle leeftijden, seksen, nationaliteiten en achtergronden. Ook binnen de wijnwereld. Vaak worden ze in hun startjaren echter als dwarsliggers bekeken, omdat ze – door hun straffe uitspraken, innovatieve ideeën of andere aanpak – tegen de haren van de gevestigde waarden in strijken. Hun voornaamste les: de ‘dwarsliggers’ van vandaag zijn waarschijnlijk de visionairs voor morgen, die eerder dan veel concurrenten inzien waar de essentie van het wijnvak en het glasplezier ligt. In dit dossier laten we een trio hun visie verwoorden.

Laat Rioja weer rocken

Ze zijn dertigers, technisch goed opgeleid, blijken niet blind voor wat er in de wijnwereld globaal gebeurt en geloven eerder in kleinschaligheid en zo min mogelijke manipulatie van hun wijngaard en druivenmateriaal: de m/v achter het vriendenproject Rioja ’n’ Roll. Hun doel: de druiven en authentieke terroirs weer laten spreken in Rioja, waar grote groepen vaak nog steeds de plak zwaaien.

Een van de drijvende krachten achter Rioja ’n’ Roll is Óscar Alegre. We spreken hem terwijl hij met de oogst bezig is en dus helemaal in de ban van tijd, terroir, druif en (micro)klimaat. Tijdens zijn opleiding oenologie in Italië ontmoette én huwde hij Eva Valgañón, van wie de familie wijnpercelen in Rioja bezat. Bij hun terugkeer ging Eva eerst als wijnmaakster aan de slag en Oscar als exportmanagervoor de groep Álvaro Palacios. Later startte hij ook een wijnzaak op met een collectie van ruim 25.000 unieke oudere cuvées. Uiteindelijk begonnen ze hun eigen wijnavontuur met Bodega Alegre Valgañón in Fonzaleche, een smurfenklein dorpje in de noordwestelijke limiet van de appellatie en een van de hoogstgelegen en ‘koudste’ dorpen van Rioja.

Tien leden van het vriendenproject Rioja ‘n’ Roll, een dynamische groep van jonge Spaanse wijnmakers die een nieuwe wind laten waaien door deze soms vastgeroeste appellatie.

Alegre: ‘Ik wil niet beweren dat ik radicaal ‘anders’ ben, maar ik wil Rioja wel mee kunnen veranderen. Mijn voordeel daarbij is: ik ben niet de zevende generatie uit een gevestigde wijndynastie die comfortabel een erfenis en traditie volgt. Wat ik doe is ‘nieuw’ voor mij, maar ik voel me vooral ongemakkelijk als ik zie hoe Rioja als appellatie geëvolueerd is. Het controleorganisme van de appellatie heeft weinig ambitie, maar gelijkgezinde wijnmakers hebben de wil en goesting om weer grote, pure rioja’s te maken. En dat kun je niet realiseren als je geen duidelijke definitie of toekomstconcept hebt.’

Ieder lid van Rioja ’n’ Roll kijkt verder dan de kerktoren en heeft een bredere kijk op het wijngebeuren: ‘We willen niet per se de ‘grootste’ rioja’s maken, maar eerlijke wijnen. Wijnen die onze wijngaarden en terroirs weerspiegelen en alle kennis die we erfden van vorige generaties.’

‘De enige manier om een toprioja te maken is kleinschaliger werken en percelen fragmenteren over locaties. En de eigenheid daarvan in de fles krijgen.’

‘Want er is zoveel knowhow verloren gegaan onder druk van de industrialisering en schaalvergroting van Rioja door de grote bodega’s en merken. Die kochten namelijk massaal druiven en wijn op bij kleinschalige wijnbouwers die niet eens beseften dat ze topcru’s uit topsites tegen een spotprijs verkochten, en die dan in blends verdwenen. In ons dorp bijvoorbeeld waren vroeger 42 kleine caves. Iedereen maakte zijn eigen wijn, maar die kleinschalige projecten zijn nu vrijwel allemaal verdwenen. Honderdduizenden hectares op potentiële toplocaties zijn zo verwaarloosd en vergeten.’ Het is op die verloren kennis over de beste terroirs en originele blends dat Oscar en Eva voortborduren. Zo kiezen ze voor duurzame landbouw en een minimalistischer gebruik van eiken vaten. Ze mixen daarom klassieke barriques met grotere demi-muids, zodat het houteffect het fruit niet overmeestert.

Rioja ’n’ Roll wil ook de perceptie rond Rioja bijsturen: ‘La Rioja is een plezierige, veelbelovende regio, maar geen opwindende. Consumenten die aan Rioja denken, denken niet meteen in termen van ‘passie’ of excitement en precies dát willen we als groep terugbrengen. We willen niet per se trendy zijn, maar serieus nagaan en bestuderen waar en hoe we de best mogelijke grenache, tempranillo of viura kunnen planten. Welke druif het best klikt met welke bodemtypes. De spelregels van de appellatie hoeven voor ons niet veranderd te worden, daar trekken we ons eigenlijk niet zoveel van aan, maar we zijn wel allemaal van één ding overtuigd: de enige manier om een toprioja te maken is kleinschaliger werken en percelen fragmenteren over locaties. En de eigenheid daarvan in de fles krijgen.’

Consumenten die aan Rioja denken, denken niet meteen
in termen van ‘passie’ of excitement

Een fluwelen revolutie in Rioja, kortom. Maar botst zelfs dat niet op grote weerstand?

‘Eerlijk gezegd: tot nu toe niet. De controlerende raad van Rioja vond het eigenlijk wel tof wat we proberen te bereiken. We pretenderen immers geen sensationele ommekeer en we love Rioja! De raad luistert wel belangstellend naar ons: ze vragen ons of er op sommige vlakken nieuwe regels moeten komen en of de packaging voldoet, maar volgens ons ligt er nog dringender werk op de plank. Zo bestaat er bijvoorbeeld in Rioja geen map van de single vineyards of viñedos singulares. Of: wanneer we als kleinschalige bodega willen exporteren naar bijvoorbeeld Japan, waar er vraag bestaat, dan hebben we dringend informatie nodig over hoe we dat het best aanpakken. Wij, kleinschalige wijnbouwers, kunnen gerust co-existeren met de grote bodega’s en groepen. De enige toegevoegde waarde is: zo veel mogelijk nadenken over kwaliteitsverbetering.’

Wijnen met soul

Een andere speler van Rioja ’n’ Roll, die ook al op de Belgische markt vertegenwoordigd is, is Bodegas Artuke van het broederduo Arturo en Kike de Miguel. Zij beheren 25 hectare familiewijngaard, verdeeld over maar liefst 32 percelen in Rioja Alta en Rioja Alavesa. Blijkbaar zit ‘dwarsliggen’ in hun DNA, want het was hun grootvader die decennia geleden een hogergelegen perceel kocht, ‘Finca de los Locos’, net geen 3 hectare kalksteenterras op bijna 700 meter boven zeeniveau. Hij werd toen uitgelachen door de toenmalige Rioja-collega’s met het argument:‘Op zo’n hoogte zul je nooit mooi rijpe druiven kunnen plukken.’ Vandaag, in tijden waar klimaatopwarming een hot issue is en elke bodega koelere groeicondities opzoekt, blijkt deze locatie echter een trendsetter.

‘Als je per se snel wilt aankomen, loop dan alleen, maar als je ver wilt gaan, loop dan in gezelschap.’

Het grootste structurele probleem van Rioja blijft volgens Arturo het verlies van identiteit door de grootschaligheid: ‘Er liggen in onze regio veel grote wijngaarden bij coöperatieven of industriële bodega’s die ruim 1 miljoen liter wijn produceren, en dat vind ik heel triest.’

Hoe kan een bescheiden groep wijnbouwers als Rioja ’n’ Roll daartegen opboksen? ‘Om te beginnen: we zijn allemaal vrienden die zeker één keer per maand samen eten, proeven en onze ervaringen delen. We delen eenzelfde filosofie: we zorgen voor onze wijngaarden alsof het onze kinderen zijn, verkiezen kwaliteit boven kwantiteit en proberen in onze wijnen maximaal onze terroirs, de plaatsen waar we geboren zijn, én onze persoonlijkheid tot in de fles te vertalen. Want: wines with soul can come only from vineyards with soul.’

‘Er is een quote die perfect onze ‘spirit’ weergeeft: Als je per se snel wilt aankomen, loop dan alleen, maar als je ver wilt gaan, loop dan in gezelschap.’

Het Limburgse enfant terrible

Veertig jaar geleden trok hij met zijn partner van Limburg naar Zuid-Frankrijk. Vandaag is hij een gevestigde waarde in de Franse wijnbusiness, eigenaar van diverse domeinen plus een winstgevend handelshuis. De man die wijngoeroe Parker ooit als ‘koning van de chardonnay’ bestempelde. Maar hij wordt vooral door velen ook beschouwd als een enfant terrible dat nooit een blad voor de mond neemt en graag op tenen trapt: Jean-Marie Guffens.

De Vlaming Jean-Marie Guffens, die veertig jaar geleden vanuit Limburg uitweek en in Frankrijk furore maakte.

Ons interview is meteen à point. Guffens, met zijn reputatie van de keizer van krasse oneliners en aforismen waarmee hij veel Franse collega’s op de kast jaagt, heeft er speciaal voor mij eentje in primeur bedacht: ‘Dat veel mensen mij haten of niet graag lusten komt deels omdat ik geen bescheidenheid heb, en deels omdat ik altijd gelijk heb.’

De toon is gezet. ‘Ik maak graag wijn en alles in mijn leven draait errond, maar ik heb niets geërfd en heb echt mezelf moeten uitvinden’, vervolgt hij. ‘Maar ik heb geen schrik van de toekomst en geen enkele spijt van wat ik fout gedaan heb in mijn leven. Dat sommigen me daarom een enfant terrible vinden, tja: veel Fransen hebben nogal lange tenen. En die critici begrijpen niet dat er in mijn uitspraken ook altijd veel zelfspot schuilt.’

Zijn wijnavontuur begon nochtans heel bescheiden. In september 1976 verlaat hij met zijn echtgenote Maine, beiden prille twintigers, het Limburgse Gors-Opleeuw en vestigt zich in het dorpje Vergisson (Bourgogne, op de grens van Mâconnais en Beaujolais). Naar eigen zeggen gedreven door ‘het jarenzeventiggevoel’ en met de ambitie ‘betere wijn dan de Fransen te maken’. Jean-Marie start dan ook zijn wijnbouwstudies, terwijl Maine in het dorp bij wijnboeren gaat helpen.

‘Ik heb niets geërfd en heb echt mezelf moeten uitvinden.’

Amper drie jaar later kopen ze hun eigen domein: het Domaine Guffens-Heynen is geboren. Het succes groeit. Vooral als wijngoeroe Parker zijn witte cuvées systematisch hoge scores toekent en hem na een tijd zelfs uitroept tot The world’s greatest Chardonnay winemaker, krijgt Guffens een internationale renommee. In 1987 start Guffens met waarschijnlijk zijn meest lucratieve business: het handelshuis Maison Verget, waar hij van aangekocht druivenmateriaal wijn maakt die veel gevestigde bourgognehuizen laat tandenknarsen. Maar het blijft niet bij Bourgogne. In 1997 wordt het Château des Tourettes aangekocht in de Lubéron en recent werd de trilogie van Guffens aangevuld met het Château Closiot in de zoete bordelaiseappellatie Barsac.

Wijn maken en alleen dat

In de wijnbouw worden er volgens Guffens nog massa’s fouten gemaakt: ‘Te hoge opbrengsten, slecht persen, te veel houtgebruik, enzovoort.

Wijn moet worden wat hij in essentie is, maar mensen proberen er te veel dingen mee te doen uit vrees geen goeie scores te krijgen. Eigenlijk komt ‘grote wijn’ maken neer op: de druiven op het juiste moment plukken en ze dan geconcentreerd en met grote precisie afwerken. Dat betekent ook: je tijd nemen en je doel niet kwijtspelen in allerlei details, want dat is allemaal energieverlies. Ik focus dus al veertig jaar op wijn maken en hou me niet bezig met allerlei bijkomende dingen zoals marketing, websites, boekhouding of administratie. Dat laat ik aan anderen over. Ik ben eigenlijk een enfant gâté, want ik ben ook vrij om te maken en te zeggen wat ik wil.’

‘Mijn manier van werken is eigenlijk eenvoudig: ik werk met en niet tegen de natuur.’

Guffens is ook geen fanatieke ‘terroirist’ die gelooft dat grote wijn alleen op grote terroirs kan ontstaan. ‘Voor mij is het werk, het talent en de intelligentie van de wijnmaker meer bepalend dan de bodem. Het valt me trouwens op dat veel goede nieuwkomers die mooie wijn produceren niet uit het beroep komen of uit streken met zogeheten ‘grote’ terroirs. Toen God zijn terroirs maakte, heeft hij die toch niet exclusief in Bourgogne en Bordeaux uitgestrooid? Het is veel beter in kwaliteit te investeren dan blind te geloven in klassementen.’

En hij illustreert die stelling met een anekdote: ‘Laat cru’s uit de grootste terroirs blind proeven en vraag dan hoeveel men er wil voor betalen, en je zult merken dat het antwoord vaak maar een tiende van de marktprijs bedraagt, waar speculatie, snobisme en marketing een rol speelt. Ik heb zelfs Robert Parker zo eens beetgenomen. Ik schonk hem een glas en vroeg hoeveel hij daarvoor wou betalen. Tien dollar was zijn antwoord, want hij vond het een typische ‘overwooded’ Californische cabernet sauvignon. En mijn antwoord was: ‘You are right. Het is de Pauillac Mouton-Rothschild van 1986, die jij wel een score van 100/100 gaf.’ (lacht)’

Guffens staat ook bekend als een criticus van biodynamie wanneer die alleen maar als marketingstrategie ingezet wordt: ‘In biokringen wordt er nogal enthousiast met koper gewerkt, wat veel meer geoxideerde wijnen oplevert en gistcellen vernietigt, dus resulteert in minder complexiteit. En wat biodynamie betreft: dat is soms puur terrorisme.’ Toch werkt Guffens zelf organisch: ‘Ik snoei drastisch, zodat je lagere opbrengsten maar betere
druiven overhoudt. We plukken altijd manueel. Onkruid laat ik groeien en ik spuit niet tegen insecten. Mijn manier van werken is eigenlijk eenvoudig: ik werk met en niet tegen de natuur.’

SOS Sauternes

Zijn meest recente dada is het Château Closiot in Barsac-Sauternes: ‘Ik ben gek op Sauternes en zijn soms enorme complexiteit, maar tegelijk kosten de meeste flessen er niemendal en worden er nog veel op afgrijselijke wijze gemaakt. Ik merk dan ook veel ellende in de regio. Mijn buurman, bijvoorbeeld, kan amper overleven van zijn domein. Zijn tractor hangt met elastiekjes aan elkaar en hij kwam recent bij mij zijn druiven persen omdat zijn installatie al weken in panne ligt. Of ik zie elders een 75-jarige wijnboer zelf op de tractor zijn perceel bewerken omdat hij zich geen personeel kan permitteren.’

Het Guffensplaatje lijkt nu compleet: ‘Ik ben heel blij dat ik nu als wijnmaker actief ben in drie totaal verschillende streken: Bourgogne, Lubéron en Barsac. Dat betekent dat de klimatologische omstandigheden en druivenaanplant op die locaties zo verschillen dat ik altijd wel ergens elke oogst degelijke wijn zal kunnen maken. Wijn zoals ik hem wil, zonder dat de natuur me dwarsboomt.’

De Willy Wonka van de wijn

In het doorgaans conservatieve Californische wijnwereldje is Randall Grahm altijd al een buitenbeentje en pionier geweest. Met zijn wijnmakerij Bonny Doon, zijn originele op de Rhônevallei geïnspireerde cuvées en door artiesten ontworpen labels, kon hij wereldwijd zelfs fans van Franse wijn charmeren.

De Californiër Randall Grahm, die zijn domein Bonny Doon op de wereldkaart zette via rhôneblends en artistieke etiketten.

Ooit werd aan Randall Grahm gevraagd: wat zie je als je ’s morgens in de spiegel kijkt? En zijn antwoord luidde: ‘An ageing hippie by appearance, an elderly European soul by essence.’ Er kunnen veel labels op hem geplakt worden: levenskunstenaar, innovator, auteur, filosoof, wijnpionier … maar feit is dat hij haast toevallig het wijnvak binnenrolde.

Randall groeide op in West-Los Angeles en studeerde aan de University of California in Santa Cruz (filosofie en vrije kunsten). In die periode had hij ook een studentenjob in een wijnhandel in Beverly Hills ‘… sweeping the floors’. Maar tegelijk kreeg hij de unieke kans om in die shop een onvoorstelbaar aantal grote Franse topwijnen te proeven – Petrus, Latour, Palmer … – en zo nestelde zich het wijnvirus. ‘Het was een buitenkans, maar ik dacht: ik zal nooit financieel in staat zijn om me deze cru’s te permitteren. Als ik later wijnen van dit kaliber wil kunnen drinken, zal ik moeten leren om ze zelf te maken.

Die drive bleek zelfs zo groot dat hij terugkeerde naar de universiteit om er een graad in plantenwetenschappen en wijnbouw te voltooien aan het gerenommeerde UC Davis-instituut. Met financiële ruggensteun van zijn familie werd vervolgens een wijnsite aangekocht in de Santa Cruz Mountains – 16 kilometer ten noorden van Santa Cruz en 5 kilometer landinwaarts van de Grote Oceaan – die ‘Bonny Doon’ gedoopt werd, een domein dat later legendarisch zou worden.

‘Het is mijn droom om ooit tienduizend nieuwe druivenvariëteiten te telen.’

De startambitie van Randall was toen duidelijk: hij wilde er de beste Amerikaanse pinot noir ooit produceren die met bourgogne kon concurreren. Een replicadroom die op het terrein snel onhaalbaar bleek, maar tegelijk ontdekte hij dat de aangeplante Rhônevariëteiten – syrah, grenache, roussanne, cinsault – wél systematisch klikten met het terroir en het warme, droge, haast mediterrane microklimaat van de Californische Central Coast. De rest is geschiedenis: Grahm werd dé specialist van Californische wijnen volgens het Rhônemodel, onder andere met zijn cuvée ‘Le Cigare Volant’ – een hommage aan de rode châteauneuf-du-pape – die vanaf de oogst 1984 het commerciële speerpunt van Bonny Doon werd en zelfs een globaal succes.

Maar Randall Grahm bleef innoveren. Zo was hij niet alleen het gezicht van de ‘Rhone Rangers’ in Californië, maar ook een technische vernieuwer. Hij was er de eerste die met cryo-extractie werkte voor zijn zoete ijswijn (een techniek die het mogelijk maakt het suikergehalte van de most te verhogen zonder toevoeging van vreemde stoffen) en ook de Californische pionier op het vlak van ‘microbullage’, de methode waarbij men tijdens de gisting zuurstof injecteert in de most om de tannines milder te maken maar toch veel extractie te bereiken. Verder populariseerde hij de schroefdop voor zijn premiumwijnen. Hij organiseerde zelfs een publieke begrafenis, doodskist incluis, voor de natuurkurk.

Ook was hij vanaf 2007 een apostel voor meer transparantie op het wijnetiket. Zo introduceerde hij een ruglabel waarop de basisingrediënten van het vinificatieproces vermeld werden; informatie waar momenteel in de EU nog altijd over gebakkeleid wordt. En alsof dat nog niet volstond, liet hij ook systematisch kunstenaars zijn soms gekke labels ontwerpen.

Bonny Doon groeide op die manier uit tot een successtory, de 28ste belangrijkste wijnmakerij in de Verenigde Staten, met razend populaire merken als Big House, Pacific Rim en Cardinal Zin, waarvan honderdduizenden kisten/kartons de deur uit vlogen.

Maar nu hij in de herfst van zijn carrière is, heeft Randall het roer omgegooid. Niet alleen downsizede hij sinds 2006 geleidelijk zijn productie en verkocht tevens een aantal succesmerken, de laatste jaren is hij vooral bezeten door zijn Popelouchum-project. Een eigendom in San Juan Bautista waar hij experimenteert met bekende en nieuwe druivenrassen en zelfs een nieuw Amerikaans wijnras wil creëren.

‘Met mijn Popelouchum-project kom ik nu het dichtst bij mijn droom en ambitie.’

Soms te voorspelbaar

Maar voor we over zijn troetelproject praten, vallen we met een lastige vraag in huis: is Grahm nog fier op de cuvées die hij decennia geleden bottelde? Of irriteren ze hem nu omdat zijn visie en techniek ondertussen veranderd zijn? ‘Ik ben nog altijd trots op de wijnen die ik twintig of dertig jaar geleden geproduceerd heb, hoewel het toen – zoals veel wijnen uit de Nieuwe Wereld – absoluut ‘wines of effort’ waren. Voor mij hebben die pionierswijnen nu nog steeds niet de emotionele resonantie die echte terroirwijnen wél creëren. Want nog altijd proberen de meeste wijnmakers uit de Nieuwe Wereld zo veel mogelijk variabelen in het productieproces te controleren, zodat originele verrassingen soms uitblijven.

Het gevolg is dat ze wel consistente, betrouwbare, soms zeer lekkere wijnen afleveren, maar zelden grootse of originele terroircru’s. Ik weet niet zeker
wat de toekomst voor mij zal brengen, maar in een perfecte wereld zou ik alleen (of meestal) wijnen produceren die van specifieke locaties komen, met een sterke voetafdruk van dat terroir, en zo min mogelijk gemanipuleerd. Met mijn Popelouchum-project kom ik nu het dichtst bij mijn droom en ambitie.’

Een wissel op de toekomst

En zo zitten we bij Popelouchum, zijn nieuwe speeltuin en droomproject in het stadje San Juan Bautista aan de Central Coast. Op deze unieke locatie heeft hij nu potentieel 100 hectare liggen, pal op de beruchte San Andreasbreuk en met een patchwork aan bodemtypes (kalkbodems, vrije kalk, graniet, vulkanisch …) die hij organisch bewerkt. Wat wil hij uiteindelijk bereiken? ‘Ik wil wijnen maken die ertoe doen. Wijnen van een specifieke locatie en terroir zijn volgens mij de enige die die ambitie realiseren. De grootste fout die ik vroeger in mijn carrière gemaakt heb, is dat ik te veel wakker gelegen heb van hoe ik de mensen en de wijncritici kon plezieren. Maar die fase ligt achter mij: nu maak ik uitsluitend wijnen die ik zelf graag drink. Daarom geloof ik echt dat Popelouchum het potentieel heeft om volkomen onderscheidende wijnen te produceren.’

Een heel ambitieus project: ‘Het is mijn droom om er ooit tienduizend nieuwe druivenvariëteiten van scratch af te telen. We zijn nog altijd in een vroeg stadium, maar de voorlopige resultaten suggereren toch al dat we een scala aan verschillende druiven kunnen telen die zeer succesvol en onderscheidend zullen worden.’

Of Popelouchum een te hoog gegrepen droom van een unieke wijnmaker is, of daarentegen een pioniersproject dat de gevestigde waarden en appellaties fundamenteel door elkaar zal schudden, dat wordt dé sleutelvraag die waarschijnlijk pas in volgende generaties beantwoord wordt.