De vier motieven die wereldleiders het coronavirus verkeerd deden inschatten

Van de Verenigde Staten tot China tot Iran tot Italië hebben politici de uitbraak en de wereldwijde gezondheidscrisis die Covid-19 veroorzaakt geminimaliseerd. Ze verspilden kostbare tijd met het bestrijden van de realiteit en niet per se de ziekte zelf. Waarom deden ze dat, en blijven ze dat in sommige gevallen zelfs nu nog doen?

Wat er gebeurt als wereldleiders de ernst van een pandemie ontkennen? ‘Ontkenning resulteert in een vertraagde reactie, wat meestal leidt tot een exponentiële groei van infecties. Landen die traag reageren, zullen daarvoor een hoge prijs betalen’, voorspelde gezondheidsexpert Thomas Bollyky in 2018 nog profetisch in zijn door MIT uitgegeven boek Plagues and the Paradox of Progress.

China’s poging om informatie over het nieuwe coronavirus te onderdrukken toen het voor het eerst opdook, hielp het SARS-CoV-2-virus om te ontsnappen en zich over de hele wereld verspreiden. En, alsof het een symptoom was van Covid-19, in het zog volgde een ontkenningscultuur.

Alleen vorige week moedigde de Mexicaanse president Andrés Manuel López Obrador zijn mensen aan om uit eten te gaan in restaurants, de Amerikaanse president Donald Trump stond erop dat het grootste deel van Amerika met Pasen weer aan het werk kon, en de Braziliaanse president Jair Bolsonaro bagatelliseerde het coronavirus als ‘een gewone verkoudheid’.

Toegegeven, die leiders staan ​​in schril contrast met hun tegenhangers in plaatsen als Zuid-Korea en Duitsland (en toch ook ons land), waar resoluut besloten werd de uitbraak frontaal het hoofd te bieden en eerlijk te zijn tegenover de inwoners en daardoor levens redden. Maar waarom hebben zoveel leiders over de hele wereld anders gereageerd? Het valt niet duidelijk te associëren met een regime-type of zelfs een politieke ideologie. Maar toch vallen er vier grote motieven te onderscheiden.

Politici geven prioriteit aan … politiek

Het eerste: politici geven prioriteit aan politiek. China kondigde voor het eerst de uitbraak van een mysterieuze longontsteking aan op 31 december. In die aankondiging zeiden Chinese functionarissen dat de meeste patiënten naar een voedselmarkt in Wuhan waren geweest; dat er ‘geen duidelijk bewijs’ was van overdracht van mens op mens; en dat de eerste patiënt pas symptomen vertoonde op 12 december.

We weten ondertussen dat dat vrijwel niets van wat Chinese functionarissen in die eerste aankondiging zeiden, waar was. Een studie die op 24 januari in The Lancet werd gepubliceerd, toonde aan dat in China op 2 januari meer dan een derde van de patiënten geen verband had met de voedselmarkt in Wuhan, inclusief de eerste patiënt bij wie Covid-19 was vastgesteld. Bovendien werd die persoon op 1 december ziek, bijna twee weken eerder dan de gezondheidsautoriteiten van Wuhan over het eerste geval hadden gezegd.

Maar het wordt erger. Niet alleen communiceerden de Chinese autoriteiten de details verkeerd, ze probeerden actief informatie over de ontluikende uitbraak van zowel hun eigen burgers als mondiale volksgezondheidsexperts te onderdrukken. En dat deden ze op uitdrukkelijk bevel van de Chinese president Xi Jinping.

Ondertussen liet China miljoenen mensen Wuhan in en uit reizen, waardoor het virus zich kon verspreiden. Een recent onderzoek wees uit dat als China Wuhan drie weken eerder op slot had gedaan, het aantal gevallen met 95 procent zou zijn afgenomen, waardoor ‘de geografische verspreiding van de ziekte aanzienlijk zou zijn beperkt’.

De Chinese regering is autoritair, wat haar strijd vanaf het begin tegen ‘gênante informatie’ helpt verklaren. Maar een andere belangrijke reden volgens experten is dat China gezien wil worden als een stabiele wereldmacht. Dat imago is moeilijk te bereiken wanneer nieuwe ziekten uit het land blijven komen, zoals SARS in 2003 deed. Om het wereldwijde aanzien te behouden, manipuleerden Xi en zijn getrouwen het nieuws over de crisis.

Spanje

En hoewel China in deze pandemie misschien wel het eerste land was dat voorrang gaf aan politiek boven volksgezondheid, zou het niet het laatste zijn. Neem Spanje. Met name premier Pedro Sánchez stond voor een moeilijke keuze. Het was pas in januari dat hij een linkse minderheidsregering vormde, die hem een ​​zwakke greep op de macht gaf. Elke beslissing die de bevolking, in het bijzonder zijn linkse basis, boos zou kunnen maken, zou hem de controle kunnen doen verliezen.

De Spaanse premier Pedro Sanchez in de Tweede Kamer in Madrid. Foto: EFE/Mariscal POOL

Dat bracht hem tot een noodlottige beslissing: begin maart, toen bevestigde gevallen van coronavirus in Spanje toenamen, stond Sánchez duizenden mensen toe voetbalwedstrijden bij te wonen en hij liet zelfs een feministische bijeenkomst van 120.000 personen in Madrid toe. De Spaanse hoofdstad is nu het epicentrum geworden van de uitbraak in Spanje, de op drie na grootste ter wereld. Het toelaten van zoveel mensen om samen te komen heeft vrijwel zeker daartoe bijgedragen volgens de meeste epidemiologen.

Bolsonaro

Politieke ambities hebben de Braziliaanse president Jair Bolsonaro er ook van weerhouden de crisis van zijn land te accepteren. ‘In mijn specifieke geval’, zei de 65-jarige leider deze week nog tijdens een landelijke toespraak, ‘zou ik me als voormalig atleet geen zorgen hoeven te maken als ik besmet was met het virus. Ik zou niets voelen of, of hoogstens een beetje grieperig zijn.’ Een paar dagen later beweerde hij ten onrechte dat Brazilianen op de een of andere manier immuun zijn voor de ziekte. Ondertussen loopt het aantal besmettingen – voor zover dat überhaupt in Brazilië geregistreerd wordt – pijlsnel op.

De ontkenningen van Bolsonaro zijn vooral schokkend omdat verschillende van zijn naaste medewerkers de Covid-19  opliepen en even leek het erop dat hij het ook had. Waarnemers zeggen dat de ontkenning van de Braziliaanse leider gedeeltelijk voortkomt uit zijn meer algemene onwil om wetenschappelijk bewijs te accepteren, iets dat zich eerder manifesteerde in zijn afwijzing van klimaatverandering. Maar er is ook een duidelijke politieke reden, voegen ze eraan toe: hij wil graag meer macht krijgen voor zichzelf ten koste van de democratie van het land.

De Amerikaanse president Donald Trump en president Jair Bolsonaro van Brazilië tijdens een persconferentie vorig jaar. Foto: Ron Sachs/CNP/AdMedia

‘Hij probeert autoritaire oplossingen voor het probleem te vinden. Hij vecht openlijk met gouverneurs die meer willen doen om de crisis een halt toe te roepen, wat Bolsonaro een excuus geeft om te zeggen dat ze niet te vertrouwen zijn om de situatie correct aan te pakken’, luidt het.

In plaats daarvan wil Bolsonaro – die affiniteit heeft getoond met het verleden van Brazilië als militaire dictatuur – deze regionale leiders ontslaan en meer macht concentreren in het presidentschap. De ironie hier is dat zijn acties mogelijk het omgekeerde effect hebben gehad: de grote Braziliaanse kranten staan vol met artikels waarin hij wordt opgeroepen om af te treden, en zijn populariteitscijfers nemen af. Toch is de kans klein dat Bolsonaro daadwerkelijk de handdoek in de ring gaat gooien.

China, Spanje en Brazilië zijn maar drie voorbeelden van hoe politiek prioriteit kreeg over de gezondheidscrisis de jongste weken en maanden. Maar zoals gezegd, er zijn ook andere motieven die hebben geleid tot de epidemie van ontkenning.

De afweging van economische groei tegen het welzijn van de bevolking

Een ander belangrijk motief is de afweging van economische groei tegen het welzijn van de bevolking. Er bestaat wijdverbreide angst voor een door het coronavirus veroorzaakte wereldwijde recessie of zelfs een depressie. Dat is vooral problematisch voor leiders die hun hele ‘merk’ hebben opgebouwd rond het stimuleren van de economie van hun land of die zich zorgen maken over wat er zou kunnen gebeuren als miljoenen kiezers plotseling zonder werk vallen. Daarom gaven (en geven) sommigen van hen – van Mexico tot Italië tot de Verenigde Staten – voorrang aan economische groei boven de maatregelen die nodig zijn om een ​​toename van infecties tegen te gaan.

AMLO

Neem de Mexicaanse president Obrador, bekend onder zijn bijnaam AMLO. In toespraak na toespraak vertelt hij Mexicanen dat ze niet bang hoeven te zijn voor Covid-19. Ondanks waarschuwingen van wereldwijde gezondheidsfunctionarissen, blijft hij politieke bijeenkomsten houden, supporters kussen en de Mexicanen vragen om te gaan winkelen om de sputterende economie van het land te ondersteunen tijdens een wereldwijde vertraging.

‘Leef je leven zoals gewoonlijk’, zei Obrador doodleuk in een video die op 22 maart op Facebook werd gepost en hem buiten in een restaurant liet zien. ‘Als je de mogelijkheid hebt en de middelen hebt om dat te doen: ga gewoon met je gezin uit eten … want dat versterkt de economie.’

De president van Mexico, Andres Manuel Lopez Obrador, in het presidentiële paleis in Mexico-Stad. Foto: AP Photo/Marco Ugarte

En met die Mexicaanse economie ging het wel degelijk niet denderend. Petróleos Mexicanos, de staatsoliemaatschappij van het land, zit diep in de schulden en nog dieper in een crisis, vooral nu de wereldwijde olieprijzen dalen. De economie van Mexico kromp in het vierde kwartaal van vorig jaar met 0,5 procent en veel indicatoren wijzen op een jarenlange inzinking. Nu de wereld wordt geconfronteerd met de mogelijkheid van een door een pandemie veroorzaakte recessie, lijkt het niet onredelijk dat AMLO de economie wil stimuleren.

Maar zijn trage reactie, waaronder een gebrek aan wijdverbreide tests en het voorzien van aanvullende beschermende uitrusting voor medische professionals, en de gevolgen die dat gaat hebben qua zieken en doden, heeft Mexico alleen maar vatbaarder gemaakt voor een haperende economie op de lange termijn.

2009

Wat de zaken nog erger maakt, is dat het Mexicaanse beleid van de afgelopen jaren het pad heeft geëffend voor een diepe gezondheidscrisis. In een grote inspanning om de overheidsuitgaven te verminderen, heeft AMLO de fondsen voor de ziekenhuizen en medische centra van het land met miljoenen verminderd. Mexico heeft een tekort aan artsen, medische apparatuur, bedden en coronavirus-tests. Een paar maanden geleden werden tijdens een besparingsronden nog eens 10.000 verplegers en artsen ontslagen. Mexico telt nu amper 1,3 ziekenhuisbedden per duizend inwoners, bij ons is dat zes. Er zijn in een land van 130 miljoen in totaal nog geen 2.000 van de hoognodige ventilators om Covid-19-patiënten een kans op overleven te geven.

Het is des te frustrerender, omdat Mexico eerder is getroffen door uitbraken. In 2009 werd er H1N1-influenza (de Mexicaanse griep) geïdentificeerd, voordat die zich over de hele wereld verspreidde, waarbij volgens officiële cijfers ongeveer 17.000 mensen omkwamen hoewel een Lancet-studie uit 2012 schatte dat honderdduizenden sterfgevallen verband hielden met de ziekte.

In 2009 testte Mexico agressief honderdduizenden van zijn burgers om infectieclusters te identificeren en het tij tegen transmissie te keren. Het handelde toen al zoals voorbeeldlanden als Zuid-Korea en Duitsland dat nu met Covid-19 doet. Maar dat gebeurt dus deze keer niet. Het land heeft nauwelijks mensen getest, wat het lage officiële aantal gevallen (1.100 als we dit schrijven) verklaart. 

Trump

Donald Trump heeft een vergelijkbare mentaliteit als die van AMLO. Nadat hij Covid-19 maandenlang had geminimaliseerd en zei dat Amerika het ‘Chinese virus’ onder controle had, luisterde hij uiteindelijk toch naar medische experts die zeiden dat het land maatregelen moest nemen om de verspreiding van het coronavirus te vertragen. Maar na slechts een paar weken daarvan wilde de president dat ‘alles weer normaal zou worden’.

Trump zei dat hij wilde dat bedrijven open zouden zijn en dat mensen vóór Pasen op 12 april weer aan het werk zouden gaan. Dat druiste in tegen het advies van experts die zeiden dat de VS weken, misschien zelfs maanden, de maatregelen van sociale afstand moesten aanhouden. Maar Trump bleef volhouden dat de ‘remedie’ – het tijdelijk stilleggen van de economie – ‘niet erger kan zijn dan de ziekte’. ‘Amerika zal opnieuw en binnenkort open zijn voor business’, zei hij vorige week nog. Ondertussen heeft Trump opnieuw zijn kar gedraaid en de richtlijnen verlengd tot 30 april.

De Amerikaanse president Donald Trump in het Oval Office.

Deze week is overigens een erg interessante studie gepubliceerd die aantoont dat regeringen die snel en kordaat voorzorgsmaatregelen nemen in een gezondheidscrisis, daarmee een platform bouwen om de economie sneller weer op koers te krijgen. ‘We merken dat steden die eerder en agressiever tussenbeide kwamen, niet slechter presteren en economisch sneller groeien nadat de pandemie voorbij is’, schrijven de auteurs. ‘Onze bevindingen geven dus aan dat niet-farmaceutische interventies (dus maatregelen zoals social distancing) niet alleen de mortaliteit verlagen; ze verzachten ook de negatieve economische gevolgen van een pandemie.’ Of: pijn op korte termijn is winst op lange termijn.

Het coronavirus past niet in de agenda

Op naar motief nummer drie: het coronavirus past niet in de agenda van veel leiders. Simpel gezegd, een nieuwe politieke leider brengt een nieuwe kijk op de wereld met zich mee. Alles wat buiten die opvatting (of politieke agenda) valt, heeft de neiging om op de achterbank te belanden, ongeacht hoe belangrijk die achterbankproblematiek kan blijken te zijn. Dat beschreven politicologen Frank Baumgartner en Bryan Jones al in 1991 in een studie. Het individu, meer dan de politieke neiging, verklaart iemands actie in tijden van crisis, schreven ze toen al.

En er zijn wel degelijk mooie voorbeelden uit het verleden daarvan. Bijvoorbeeld de verschillende manieren waarop Ronald Reagan en George W. Bush, beide Republikeinen, omgingen met AIDS. Reagan wilde er niets mee te maken hebben, omdat het in zijn tijd werd gezien als een probleem dat voornamelijk homoseksuele mannen trof – en de conservatieve president wou zijn expliciete anti-homorechten Moral Majority-aanhang niet schofferen.

Bush daarentegen kwam aan de macht door een ‘compassievol conservatisme’-campagne. Toen hij in 2002 een groot, goed gefinancierd programma aankondigde om de epidemie op het Afrikaanse continent te bestrijden, vertelde hij dat ‘de wereldwijde verwoesting van hiv en aids de verbeelding tart en het geweten schokt.’ Bush zag het als zijn plicht, als president van de Verenigde Staten, om het probleem op te lossen. Het programma was en blijft een van de grootste wereldwijde gezondheidsinitiatieven in de geschiedenis.

Er is een verhaal dat elke leider en politicus bedenkt over wie ze zijn en hoe ze regeren. Het is heel moeilijk om ze daar uit te halen, zelfs als ze door een crisis worden geconfronteerd. Voor Trump bijvoorbeeld is dat verhaal dat hij in zijn eentje America Great Again had gemaakt. Het feit dat Trump niet verder keek dan de mythologie die hij rond zijn presidentschap had gecreëerd, leidde tot een gevoel van overmoed bij de inschatting van het coronavirus in een vroeg stadium.

Alarmmoeheid

Het vierde motief dat wereldleiders noopte om het gevaar van Covid-19 te minimaliseren, is iets dat alarmmoeheid heet. Het treedt op wanneer je wordt blootgesteld aan een groot aantal waarschuwingen en daardoor ongevoelig wordt voor die waarschuwingen.

Het coronavirus is zeker niet de eerste grote pandemie die de wereld de afgelopen jaren heeft meegemaakt. In 2003 was er SARS. In 2009 was er de H1N1-influenza. In 2012 was er MERS. In 2014 was er ebola. En in 2015 was er Zika. Elk van deze ziekten verspreidde zich over de hele wereld. Maar ze veroorzaakten niet de grootschalige verstoring die Covid-19 in 2020 aanricht.

Wat Covid-19 zo problematisch maakt, is dat het lang kan duren voordat de symptomen optreden. Dat betekent dat mensen het aan elkaar kunnen doorgeven, zelfs als ze geen symptomen vertonen. Mensen die besmet zijn, kunnen ook volledig asymptomatisch zijn en toch het virus overdragen.

Dat alles betekent dat het nieuwe coronavirus veel gevaarlijker is dan die eerdere uitbraken. SARS en MERS (die beide coronavirussen zijn) hebben samen in totaal minder mensen gedood dan dit virus in minder dan twee maanden. Maar in de begindagen van de uitbraak was dat niet bekend. Deels omdat Chinese functionarissen kritische details over het virus actief hebben verdoezeld.

Een wereldleider die een uitbraak in een specifieke regio van China zag, zou begrijpelijkerwijs kunnen aannemen dat deze zich op dezelfde manier zou afspelen als eerdere uitbraken van het coronavirus. Interessant genoeg lijkt het erop dat de leiders die zich niet bezighielden met wishful thinking, voor het grootste deel in landen zaten die ervaring hadden met eerdere uitbraken van ziekten. Zuid-Korea kende SARS en Saudi-Arabië herinnerde zich MERS. Voordat de uitbraak veel erger werd, namen ze de nodige maatregelen – zoals vroegtijdig de grenzen sluiten en vaak testen – om de verspreiding te vertragen.