De mentale coronacrisis

Wat we kunnen leren van Viktor Frankls bestseller De zin van het bestaan uit 1945 over het leven in de concentratiekampen

Viktor Frankl, een Joodse psychiater uit Wenen, was veertig toen hij meer dood dan levend het concentratiekamp Türkheim als enige overlevende van zijn familie verliet. Dat jaar schreef hij een van de meest verkochte boeken van de twintigste eeuw. De zin van het bestaan ging al meer dan 15 miljoen keer over de toonbank en vertelt het verhaal hoe hij en een aantal medegevangenen deze kwelling hebben doorstaan en welke lessen we hieruit kunnen trekken. Dit boek vormde de basis van de door hem opgerichte school van de ‘logotherapie’, een tak van de psychotherapie die patiënten probeert te genezen door hen een doel voor te houden in het leven dat hen motiveert en waaruit ze kracht en energie putten, wat in die tijd lijnrecht inging tegen de alomheersende passieve slachtoffertherapie van Freud.

De zin van het bestaan ging al meer dan 15 miljoen keer over de toonbank

Het lijkt op het eerste gezicht een absurde vergelijking. Het leven dat het coronavirus ons nu als maatschappij en als individu oplegt, heeft helemaal niets te maken met de waanzinnige naziterreur die de -voornamelijk Joodse- bevolking heeft moeten doorstaan.

De autoriteiten vragen ons vandaag vriendelijk doch herhaaldelijk om onszelf op te sluiten in een veilige warme cocon, waar we nog vrij zijn om te bellen met onze kinderen, ouders of grootouders en te surfen op het internet, ingeplugd op de nieuwsstroom die ons 24/7 paranoïde maakt met tegenstrijdige berichten over het al dan niet afvlakken van de ziektecurve. De gevangenen in de concentratiekampen leefden in vreselijke barakken, werden behandeld als niet meer dan werkslaven die in erbarmelijke weersomstandigheden treinbielzen moesten leggen, ook afgescheiden van hun geliefden maar zonder enige informatie hoe het met hen was, noch met enige hoop hen ooit terug te zien.

Het is frappant hoe we dezelfde pavloviaanse manier reageren als individu op een ramp waar we geen vat op hebben

Het was de SS die dit onmenselijke regime oplegde aan hun medemens, met één duidelijk doel: de uitroeiing van heelder bevolkingsgroepen om het Arische ras te laten zegevieren. Ze gingen zeer meticuleus en planmatig te werk. Het virus is veel willekeuriger en heeft alleen de ambitie om te overleven in andere lichamen, los van rang en stand. Het virus heeft ook meer geduld dan Hitler en is minder opzichtig omdat ze sommige menselijke dragers slechts licht ziek maakt zodat ze later harder kan toeslaan bij de zwaksten.

De gelijkenissen worden echter frappant, wanneer we de situatie vandaag in onze overvloedige westerse samenleving vergelijken met die van 75 jaar geleden in een duistere uithoek van München, hoe ons menselijk gedrag in beide gevallen identiek is en hoe we op dezelfde pavloviaanse manier reageren als individu op een ramp waar we geen vat op hebben, op een onwezenlijk fenomeen dat ons hele leven beheerst en dat alles wat we voordien wisten of deden, irrelevant maakt.

Viktor Frankl’s meesterwerk is alvast een doordringende oproep om niet bij te pakken te blijven zitten en recht te staan uit deze nachtmerrie wanneer ze voorbij is.

Frankl legt op een haast afstandelijke manier uit, alsof hij als neuroloog in dienst was van de nazis, hoe hij deze jaren in Auschwitz en Türkheim heeft beleefd en hoe hij als het ware een psychologisch immuunsysteem heeft gebouwd om de holocaust te overleven. Hij stelde vast dat gevangenen allemaal door drie fasen gingen, die we telkens met een duidelijk psychologisch gevoelspatroon kunnen associëren.

De eerste fase, de kortste periode, vindt plaats onmiddellijk bij de aankomst in het kamp.Daar overheerst wat psychotherapeuten de ‘delusion of reprieve’ noemen. De gedetineerden, na de initiële schok van de gevangenneming, gaan in een ontkenningsfase waarin ze zichzelf wijsmaken dat het wel allemaal niet zo erg zal zijn. Frankl vertelt hoe er een lichte euforie ontstond toen ze aankwamen in Auschwitz en een aantal gevangenen zagen die er wel nog doorvoed uitzagen (in dit geval waren dat de beruchte capo’s, de speciaal op hun sadistische kwaliteiten gekozen gevangenen die het vuile werk opknapten van de kampbewakers), voldoende voor iedereen om aan te nemen dat ook zij deze tijdelijke tegenslag goed zouden doorkomen. Het is op dat moment dat de meesten stierven, tijdens de selectieprocedure waar de SS koos tussen wie onmiddellijk naar de gaskamers werd gestuurd en wie als slavenarbeiders mocht blijven leven.

Vandaag heeft deze instelling ons in deze crisis al onnoemelijk veel doden gekost. Het heeft enkele weken geduurd om regeringen en grote delen van de wereldbevolking te doen beseffen dat deze coronacrisis van een ongeëvenaarde proportie is. Er was een initiële schok, maar daarna vooral veel ongeloof en ontkenning, met de door Jan en Alleman gebruikte boutade dat het ‘bij ons nooit zo erg wordt als in Italië’.

In de tweede fase, de hele periode van de opsluiting, was je mentale instelling bepalend of je het kamp overleefde of niet. Zij die vervielen in apathie of in misplaatst optimisme haalden het niet, zij die erin slaagden om in hun innerlijke gevoelsleven zin te vinden in deze zinloze omstandigheden geraakten er wel door. Voor Frankl was dit de verschroeiende ambitie om zijn boek uit te geven, en het beeld van zijn geliefde vrouw, dat hij uit zijn geheugen naar boven haalde, telkens hij zich afvroeg of hij het einde van de dag zou halen. 

Als deze toestand nog enkele maanden aanhoudt, zullen velen bij ons ook vervallen in apathie en het besef dat er hen geen job meer wacht aan het einde van deze periode, gedoemd om te leven van een basisinkomen die de staat hun zal bezorgen. Dat kan leiden tot een vervaarlijk bestaan waar sommigen niet meer zien wat ze nog kunnen betekenen voor de samenleving en voor hun medemens.

Humor was een machtig wapen tegen de allesomvattende dictatuur. Lachen om de eigen situatie, hoe vreselijk ook, was een ideale antidote tegen de dagelijkse marteling.

De gevangenen die overleefden, waren wel dankbaar om zeer kleine momenten van geluk, zoals het bloeien van de eerste kerselaars buiten het kamp of het extra stukje brood dat een vriendelijke capo hen bezorgde. Maar vooral bleven zij zin behouden, al was het maar dat als ze overleefden, ze nog één keer les konden geven of ze erin slaagden om hun menselijke waardigheid te houden en niet te vervallen in beestachtig gedrag.

Daarom is het mooi om te zien dat onze maatschappij nu dankbaarheid toont aan haar gezondheidsmedewerkers, voor zo veel opofferingsgave. Als je vanuit Frankls perspectief kijkt naar het hamstergedrag van sommige consumenten daarentegen, die rekken leeghalen zonder énig omzien naar zij die het echt nodig hebben, kun je alleen maar concluderen dat wij mensen dikwijls maar een laagje vernis zijn op een beestenlichaam.

Humor was een machtig wapen tegen de allesomvattende dictatuur. Lachen om de eigen situatie, hoe vreselijk ook, was een ideale antidote tegen de dagelijkse marteling. Hier is godzijdank onze huidig entertainmentmaatschappij meester in. Er is een niet aflatende stroom aan hilarische filmpjes die uitblinken in dolgedraaide creativiteit, het gevolg van een al te lange opsluiting.

De derde fase in zijn boek beschrijft de situatie voor de overlevenden buiten het kamp en de herintegratie in de samenleving. Die was voor veel gevangenen soms nog zwaarder dan de eerste twee fases, omdat het duidelijk werd dat de maatschappij niet op de overlevenden zat te wachten. Dit mondde dikwijls uit in wraakgevoelens en bitterheid. Bij een aantal overlevers daarentegen leidde dit tot hernieuwde kracht dankzij een totaal gebrek aan angst die hen toeliet om nieuwe plannen te maken. Binnenkort zullen we samen zien hoe we als individu en maatschappij zullen omgaan in de post-corona wereld.

Viktor Frankl’s meesterwerk is alvast een doordringende oproep om niet bij te pakken te blijven zitten en recht te staan uit deze nachtmerrie wanneer ze voorbij is, en te proberen ons leven weer zin te geven ondanks de menselijke drama’s die we nu misschien nog zullen beleven, een oproep om duidelijke doelen te stellen. Of het Mathieu van der Poel is die de droom om Olympisch mountainbikekampioen te worden moet opgeven of een shopmedewerker of filiaalhouder is die zijn job dreigt te verliezen omdat bedrijven van deze gelegenheid gebruikmaken om volledig online te gaan. Zingeving kun je vinden door een naaste te helpen in moeilijke tijden, door meer tijd te besteden aan de wederopbouw van een relatie met een verloren gewaande jeugdvriend of door het schrijven van dat boek dat al jaren in je hoofd rondspringt. Het is een verzoek om met volle energie je creativiteit te laten ontwaken en elke dag te bouwen aan een zinvol leven. En het is ook een dwingend verzoek om deze gedwongen non-activiteit niet te beschouwen als een lange vakantie maar actief de toekomst voor te bereiden.

Volgende week: wat we van La Peste van Albert Camus kunnen leren.