Coronapandemie blijkt nu al wonderen te doen voor visbestanden in onze oceanen

Als de situatie ten minste een jaar aanhoudt, kan dit voor sommige soorten al voldoende zijn om er weer helemaal bovenop te komen.

Covid-19 is slecht nieuws voor iedereen die zijn brood verdient met de zee. De commerciële visserij is zo goed als stilgevallen wereldwijd. Maar voor de bedreigde vispopulaties in de wereld is de pandemie uitstekend nieuws. Nu al blijkt dat vispopulaties spectaculair herstellen, en als de situatie ten minste een jaar aanhoudt, zouden de meeste vissen hun paaicyclus kunnen doorlopen – en dat kan voor sommige soorten voldoende zijn om er weer helemaal bovenop te komen.

De commerciële visserij heeft een zware klap gekregen door het coronavirus. Wereldwijd dobberen vissersboten lusteloos in de haven, en volgens sommige schattingen geraakt 80 procent van de witvis die nog gevangen wordt momenteel niet verkocht.

Veiligheidsregels, bedoeld om de verspreiding van Covid-19 te stoppen, in combinatie met een verminderde vraag als gevolg van werkloosheid en gesloten restaurants, dwingen de vloten in de haven te blijven. Grensafsluitingen voorkomen dat vissers hun vis op de markt brengen. Satellietgegevens en observaties geven aan dat de visactiviteit voor de kusten van China en West-Afrika met maar liefst 80 procent is gedaald.

Ingestort

‘De vraag naar verse vis en de verkoopprijzen zijn ingestort’, staat in een rapport van de Mediterrane Adviesraad van 23 maart. Zelfs als er vraag is, zoals voor tonijn voor conserven, zorgen reisrestricties voor bemanningen, voorraden en uitrusting ervoor dat de boten in de haven moeten blijven. Veel van ‘s werelds belangrijkste visserijhavens zijn overigens gewoon gesloten.

Slecht nieuws voor vissers, maar goed nieuws voor het leven in zee. De afgelopen decennia zijn de visbestanden in de wereld aan recordtempo gedaald. En door verschillende redenen.

Een studie uit 2019 stelde vast dat de klimaatverandering de vispopulaties in sommige gebieden met 35 procent verminderde en de wereldwijde vangst met 4 procent deed dalen. Ondertussen heeft overbevissing de bestanden van soorten zoals de blauwvintonijn uit de Stille Oceaan en de mediterrane zwaardvis met ongeveer 90 procent verminderd in vergelijking met hun pre-industriële populaties.

Volgens jaarlijkse cijfers van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties blijven vissersvloten steeds langer op zee en keren ze terug met steeds minder vis, terwijl de wereldwijde consumptie elk jaar toeneemt.

Effecten

Wetenschappers zijn al lang aan het aandringen op moratoriums voor de vangst van bepaalde soorten vis om hun populatie te laten herstellen. Daniel Pauly, een invloedrijke mariene bioloog en professor aan de Universiteit van British Columbia, pleit zelfs al jaren voor een wereldwijd moratorium op visserij op volle zee (buiten de exclusieve economische zone van een land). Het zal volgens hem sowieso leiden tot een meer kosteneffectieve visserij ‘omdat we dan niet overal naar vis meer hoeven te zoeken.’

Nu zitten we door Covid-19 onbedoeld met zo’n moratorium. De vraag is nu welke effecten het zal hebben op de vispopulaties. Als de huidige situatie enkele maanden zou aanhouden, zijn er niet veel blijvende gevolgen. Als de vraag naar vis echter voor langere tijd daalt, ten minste een jaar bijvoorbeeld als gevolg van een grote recessie, zouden de meeste vissen hun paaicyclus kunnen doorlopen – en dat kan voor sommige soorten voldoende zijn om opnieuw te gedijen.

De meeste Europese visbestanden (witvis, platvis, haring) zullen hun biomassa binnen een jaar bijna verdubbelen als we er nog amper op vissen. Volgens Rainer Froese van het GEOMAR Helmholtz Center for Ocean Research zou zo’n pauze van minstens een jaar ongeveer 40 procent van de momenteel overbeviste bestanden in Europa er voor een flink stuk weer bovenop helpen.

Niet eerste keer

Hij baseert zich op ingewikkelde computermodellen, maar er zijn aanwijzingen uit het verleden die ook al licht werpen op wat het effect kan zijn.

Zo weten we dat bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog een goeie zaak was voor ‘s werelds visbestanden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden veel Europese en Noord-Amerikaanse vissersboten in militaire dienst gebruikt als bevoorradings- of patrouillevaartuigen. Zeemijnen en aanvallen van onderzeeërs maakten het bovendien te gevaarlijk om eropuit te trekken. In Europa daalde de vangst voor sommige vissen met 60 tot 80 procent.

Tijdens WOII werden veel vissersboten omgebouwd tot militaire vaartuigen.

‘De oorlog maakte het mogelijk dat de commerciële voorraden kabeljauw, schelvis en schol zich weer herstelden na zware visserijdruk tijdens het interbellum’, staat in een paper uit 2012 in Environment and Society. Na de oorlog plukten vissers daar de vruchten van. Ze vingen niet alleen meer vis, hij was ook groter en ouder, een teken van een gezonde populatie.

De euforie was bedrieglijk – en niet alleen omdat de visserij te massaal werd hervat nadat het vechten stopte. De oorlog bracht technologieën zoals sonar voort die al snel werden toegepast op de visserij en de vangstrecords deden groeien in de daaropvolgende decennia. En de bestanden deden instorten wegens overbevissing.

Het blijft opletten

Maar zelfs in de korte tijd dat de commerciële visserij nu aan de ketting ligt vanwege Covid-19, zijn er dingen merkbaar aan het veranderen. Vanuit China melden marinebiologen dat door de afname van vissersboten kleinere vissen aan het oceaanoppervlak verschijnen en roofvissen actiever worden.

Tonijn die de Kuroshio-stroom door de Chinese Zee naar de Japanse visgronden volgde, lijkt nu meer dan genoeg eten te hebben in de Chinese Zee en blijft ter plaatse.

Het merendeel van de enorme Chinese commerciële vissersvloot ligt al een maand aangemeerd, blijkt uit data van Global Fishing Watch, dat de visserijactiviteiten per satelliet volgt. De Chinese visserijvloot draait sowieso al op een lager pitje rond het Chinese Nieuwjaar in januari of februari. Maar dit jaar werd de activiteit door Covid-19 nog steeds niet hervat.

Het is echter opletten. Bepaalde vloten met fabrieksschepen die zijn ontworpen om lang op zee te blijven, komen niet naar huis en zullen meer vissen. De zeepolitie houdt door de pandemie sommige gebieden bovendien niet meer zo nauwlettend in de gaten en dat betekent dat ze geneigd zullen zijn bestaande regels aan hun laars te lappen.

De huidige situatie biedt wel meer reden tot scepticisme. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de eenmaal de Covid-19-crisis bezworen is, we weer niet volle bak gaan overbevissen. De vrees bestaat zelfs dat in de drang naar economisch herstel ook de weinige maatregelen die tot nu in voege zijn om die overbevissing te controleren in de wind zullen worden geslagen.