Apen staken 34 miljoen jaar geleden al 1.500 kilometer oceaan over

Vier gefossiliseerde tanden van apen die diep in de Peruaanse Amazone zijn ontdekt, leveren nieuw bewijs dat meer dan één groep primaten vanuit Afrika over de Atlantische Oceaan reisden in het Oligoceen. De apen moesten daarvoor 1.500 kilometer open zee oversteken; ze deden dat wellicht op drijvende vegetatievlotten.

De tanden zijn van een nieuw ontdekte soort die behoort tot een uitgestorven familie van Afrikaanse primaten die bekend staat als parapithecids. Fossielen die op dezelfde plek in Peru werden ontdekt, hadden eerder het eerste bewijs geleverd dat Zuid-Amerikaanse apen uit Afrikaanse primaten waren geëvolueerd.

De nieuwe ontdekking laat zien dat er naast de bekende apensoorten uit de Nieuwe Wereld en een groep knaagdieren die bekend staan ​​als caviomorphs, er een derde lijn van zoogdieren is die op de een of andere manier deze zeer onwaarschijnlijke transatlantische reis maakte om van Afrika naar Zuid-Amerika te reizen.

Ucayalipithecus perdita

Onderzoekers hebben de uitgestorven aap Ucayalipithecus perdita genoemd. De naam komt van Ucayali, het gebied van de Peruaanse Amazone waar de tanden werden gevonden; pithikos, het Griekse woord voor aap; en perdita, het Latijnse woord voor verloren.

3D-illustratie van de gevonden tanden. Foto: USC

Ucayalipithecus perdita was een klein aapje, wellicht werd het niet groter dan 20 centimeter.

De onderzoekers geloven dat de site in Ucayali waar de tanden werden gevonden, teruggaat tot een geologisch tijdperk dat bekend staat als het Oligoceen, dat zich uitstrekte van ongeveer 34 miljoen tot 23 miljoen jaar geleden.

Gebaseerd op de datering van de site en de gelijkenis van Ucayalipithecus met zijn fossiele familieleden uit Egypte, schatten onderzoekers dat de migratie ongeveer 34 miljoen jaar geleden heeft plaatsgevonden.

Het leven in het Oligoceen

Het Oligoceen komt na het Eoceen en wordt gevolgd door het Mioceen. Het was een tijdperk met een relatief koel klimaat, waarin er een ijskap op Antarctica lag en de bossen die de continenten bedekten plaatsmaakten voor open grasland. Dat beïnvloedde de evolutie van zoogdieren: er verschenen steeds grotere grazende planteneters, met name onder de evenhoevigen. Een andere groep die sterk opkwam waren de insecten. Onder de primaten verschenen de eerste soorten die op moderne apen leken.

De continenten lagen tijdens het Oligoceen niet ver van hun huidige posities af, op enkele uitzonderingen na. Vanwege overeenkomsten in de fauna’s van Europa en Noord-Amerika wordt aangenomen dat er tussen deze twee continenten een landbrug moet zijn geweest in het vroege Oligoceen. Maar de Landengte van Panama, de landbrug die tegenwoordig Noord- en Zuid-Amerika verbindt, bestond nog niet.

Vanwege hun geïsoleerde ligging had zich op de continenten India, Australië, Antarctica en Zuid-Amerika een specifieke, eigen flora en fauna kunnen ontwikkelen. Zuid-Amerika werd bijvoorbeeld gedomineerd door schrikvogels zoals Andrewsornis, een familie van vleesetende vogels die niet konden vliegen.

Het zeeniveau lag in de periode dat Ucayalipithecus perdita de oversteek maakte een stuk lager dan nu, waardoor het diertje niet 3.000 maar ongeveer 1.500 kilometer over de zee moest.